Nadere regeling kinderarbeid

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Besluit:

§

1

Algemene bepalingen

Artikel

1:1

Definities

§

2

Alternatieve sanctie

Artikel

2:1

Indien in het kader van een alternatieve sanctie een kind van 12 jaar tot en met 14 jaar niet industriële hulparbeid van lichte aard verricht of een kind van 15 jaar niet industriële arbeid van lichte aard verricht, dan wordt in acht genomen, dat dat kind:

  • a.

    op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen;.

  • b.

    een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 14 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 20.00 uur en 07.00 uur begrepen is;

  • c.

    in elke periode van 7 achtereenvolgende dagen een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren;

  • d.

    tijdens een schoolweek niet langer arbeid verricht dan 20 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen;

  • e.

    tijdens een vakantieweek niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag;

  • f.

    gedurende ten hoogste 6 vakantieweken per jaar arbeid verricht;

  • g.

    indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten.

§

3

Arbeid naast en in samenhang met onderwijs

Artikel

3:1

Artikel

3:2

Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 13 en 14 jarigen

Artikel

3:3

Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 13 en 14 jarigen

Artikel

3:4

Maatschappelijke stage tijdens een schoolweek voor 15 jarigen

Artikel

3:5

Maatschappelijke stage tijdens een vakantieweek voor 15 jarigen

§

4

Niet-industriële (hulp)arbeid van lichte aard, niet zijnde uitvoeringen, tijdens een schoolweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

4:1

Kind van 15 jaar

Artikel

4:2

Indien een kind van 15 jaar tijdens een schoolweek niet-industriële arbeid van lichte aard verricht, niet zijnde een uitvoering, dan wordt in acht genomen, dat dat kind:

  • a.

    op zondag geen arbeid verricht, behalve voor zover dat uit de aard van de arbeid voortvloeit en het tegendeel is bedongen. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of, bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers. Een in de aanhef bedoelde kind verricht in de omstandigheden, bedoeld in dit onderdeel, uitsluitend arbeid op zondag, indien de ouders of verzorgers daarmee voor dat geval instemmen;

  • b.

    indien hij op zondag arbeid verricht, hij op de dag voorafgaande aan die zondag geen arbeid verricht;

  • c.

    op ten minste 5 zondagen in elke periode van 16 achtereenvolgende weken geen arbeid verricht;

  • d.

    op niet meer dan ten hoogste 5 dagen arbeid verricht;

  • e.

    een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aaneengesloten uren, waarin de periode tussen 19:00 en 07.00 begrepen is. Indien de bedrijfsomstandigheden dit noodzakelijk maken, kan van de vorige zin worden afgeweken in de situatie dat het kind een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 12 uren in elke periode van 24 aangesloten uren, waarin de periode tussen 20:00 en 07:00 begrepen is, indien de werkgever daartoe overeenstemming heeft bereikt met het medezeggenschapsorgaan of bij het ontbreken daarvan, met de belanghebbende werknemers en indien de ouders of verzorgers daarmee aantoonbaar instemmen;

  • f.

    niet langer arbeid verricht dan 12 uren, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 8 uren per dag op andere dagen;

  • g.

    indien op een dag langer arbeid wordt verricht dan 4,5 uur, die arbeid afwisselt met een pauze van ten minste een half uur aaneengesloten.

§

5

Niet-industriële (hulp)arbeid van lichte aard, niet zijnde uitvoeringen, tijdens een vakantieweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

5:1

Kind van 15 jaar

Artikel

5:2

§

6

Niet-industriële arbeid van lichte aard bestaande uit uitvoeringen tijdens een schoolweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

6:1

Kind van 15 jaar

Artikel

6:2

§

7

Niet-industriële arbeid van lichte aard bestaande uit uitvoeringen tijdens een vakantieweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

7:1

Kind van 15 jaar

Artikel

7:2

§

8

Niet-industriële arbeid van lichte aard voor kinderen met een vrijstelling van de leerplicht

Artikel

8:1

§

9

Het bezorgen van ochtendkranten

Artikel

9:1

§

10

Samenloop tijdens schoolweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

10:1

Indien een kind van 13 of 14 jaar in een schoolweek arbeid verricht, waarop de artikelen 3:2, 4:1 of 6:1 van toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 12 uren per week, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 7 uren per dag op andere dagen.

Kind van 15 jaar

Artikel

10:2

Indien een kind van 15 jaar in een schoolweek arbeid verricht, waarop de artikelen 3:4, 4:2, 6:2 of 9:1 van toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 12 uren per week, waarvan ten hoogste 2 uren per dag op dagen dat onderwijs wordt gevolgd en ten hoogste 8 uren per dag op andere dagen.

§

11

Samenloop tijdens een vakantieweek

Kind van 13 of 14 jaar

Artikel

11:1

Indien een kind van 13 of 14 jaar in een vakantieweek arbeid verricht, waarop de artikelen 3:3, 5:1 of 7:1 van toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 35 uren per week, waarvan ten hoogste 7 uren per dag.

Kind van 15 jaar

Artikel

11:2

Indien een kind van 15 jaar in een vakantieweek arbeid verricht, waarop de artikelen 3:5, 5:2, 7:2 of 9:1 van toepassing zijn, geldt elk van die regels op de onderscheiden categorieën van arbeid, met dien verstande dat hij niet langer arbeid verricht dan 40 uren per week, waarvan ten hoogste 8 uren per dag.

§

12

Andere vormen van samenloop

Artikel

12:1

§

13

Slotbepalingen

Artikel

13:1

Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop de Arbeidstijdenwet in werking treedt.

Artikel

13:2

Deze regeling wordt aangehaald als: Nadere regeling kinderarbeid.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert