Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar

Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
de minister:

de Minister van Justitie;

b.
commissie:

de examencommissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

c.
examen:

het examen dat wordt afgelegd ter verkrijging van het getuigschrift 'buitengewoon opsporingsambtenaar';

d.
examenprogramma:

het door de examencommissie vastgestelde examenprogramma voor buitengewoon opsporingsambtenaren.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De commissie brengt haar adviezen schriftelijk aan de minister uit. Indien een lid van de commissie zich niet met het advies kan verenigen, kan hij zijn standpunt toevoegen.

Artikel

8

De voorzitter, de leden, de adviserende leden en de secretaris zijn verplicht tot geheimhouding van de examenopgaven.

Artikel

9

Het Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar wordt ingetrokken.

Artikel

10

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publikatie in de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel

11

Dit besluit wordt aangehaald als: Reglement examencommissie buitengewoon opsporingsambtenaar 1995.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Algemeen Politieblad en, met de daarbij behorende toelichting, in de Staatscourant.

's-Gravenhage
De Minister van Justitie,
Namens deze,
H.P. Wooldrik, Het hoofd van de Directie Politie