Artikel
1
Er is een werkgroep vergroening van het fiscale stelsel als subwerkgroep van de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting.
Besluit:
Er is een werkgroep vergroening van het fiscale stelsel als subwerkgroep van de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting.
De subwerkgroep heeft als taak om te bezien welke mogelijkheden kunnen worden ingezet binnen het fiscale stelsel die het belang van de bescherming van het milieu dienen en een duurzame ontwikkeling van de economie bevorderen.
De subwerkgroep behoeft zich, dit in tegenstelling tot de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting, niet te beperken tot de loon- en inkomstenbelasting.
De subwerkgroep rapporteert zoveel mogelijk in de vorm van concrete voorstellen die nationaal realiseerbaar zijn.
De subwerkgroep kan ook voorstellen doen voor algemene voorwaarden waaraan voorstellen voor vergroening van het fiscale stelsel moeten voldoen.
De voorstellen kunnen zich richten op modificaties van bestaande belastingen, in de zin van differentiaties, verfijningen, bijzondere regelingen en van tariefsaanpassingen, en op de toekomst van de belastingen op milieugrondslag. De bestaande en in voorbereiding zijnde belastingen op milieugrondslag kunnen daarbij in de beschouwingen worden betrokken en worden doorgelicht op de drie niveaus (elegantie, reparatie, structuur) aangegeven in artikel 2, eerste lid van voornoemd besluit van 22 december 1994.
Bij het doen van voorstellen neemt de subwerkgroep de volgende voorwaarden in acht:
de te ontwikkelen voorstellen dienen goed inpasbaar te zijn binnen het fiscale stelsel. Dit betekent onder meer dat de voorstellen zorgvuldig moeten worden gewogen op hun uitvoeringstechnische aspecten en hun handhaafbaarheid, en op hun inpasbaarheid in de Europese context;
de voorstellen moeten naar het mogelijke bijdragen aan de aanvaardbaarheid van de belastingwetgeving.
Tot leden van de subwerkgroep worden benoemd:
drs. B.W.A. Bongers
prof. dr. A.L. Bovenberg
prof. dr. S. Cnossen
mr. R.J.M. Creusen
prof. dr. A.H.R.M. Denie
drs. J.H. de Groene
prof. dr. W.A. Hafkamp
drs. J.G. Hakkenberg
mr. J.H. van den Heuvel
mw. mr. dr. M.E. van Hilten
drs. E.W.A. Klerken
prof. dr. H.A. Kogels
prof. dr. J.B. Opschoor
prof. dr. P. Rietveld
mr. J.B. Schaap
ir. J.P. van Soest
mr. W.M.G. Visser
mr. Th. O. Vreugdenhil.
Ter uitvoering van haar taak kan de subwerkgroep zich rechtstreeks tot derden wenden voor het verkrijgen van inlichtingen en hen zo nodig ter vergadering uitnodigen om hen hun mening nader uiteen te laten zetten.
De subwerkgroep rapporteert aan de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting in de vorm van aan de Staatssecretaris van Financiën voor te leggen adviezen. De werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting rapporteert aan de Staatssecretaris haar bevindingen omtrent deze adviezen, onder inachtneming van de in dit besluit opgenomen bepalingen.
De subwerkgroep brengt op verzoek van de Staatssecretaris van Financiën tussentijds verslag uit. In elk geval wordt gerapporteerd in tussenrapportages: voor de zomer 95; einde 1995; maart 96. Indien de subwerkgroep van mening is dat haar werkzaamheden nog niet zijn afgerond op het moment dat de werkgroep fiscaal-technische herziening van de loon- en inkomstenbelasting haar werkzaamheden volgens de huidige opdracht moet hebben afgerond (1 april 1996), kan de subwerkgroep dit aangeven.
De leden van de subwerkgroep, voor zover geen ambtenaar, ontvangen vacatiegelden alsmede een vergoeding voor de reis- en verblijfkosten volgens de bestaande rijksregelingen, voor zover niet uit anderen hoofde een vergoeding van deze kosten wordt verleend uit 's-Rijks kas.
Een ieder die betrokken is bij de werkzaamheden van de subwerkgroep en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan behoudens voor zover wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij deze werkzaamheden de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.