Beperking uitoefening burgerluchtvaart boven Soestdijk, Drakensteijn, Huis ten Bosch, Noordeinde en Noordeinde 66

Regeling beperking burgerluchtvaart veiligheid Koninklijk Huis

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Artikel

1

In de hierna te noemen gebieden wordt het uitoefenen van de burgerluchtvaart verboden tot een hoogte van 609,2 m boven gemiddeld zeeniveau.

Artikel

2

Het in het vorige artikel genoemde verbod is niet van toepassing op:

  • a.

    Luchtvaartuigen van de Politie Luchtvaartdienst van het Korps Landelijke Politiediensten;

  • b.

    Luchtvaartuigen die gebruikt worden ten behoeve van het vervoer van leden van het Koninklijk Huis, Staatshoofden en Ministers.

  • c.

    helikopters die worden gebruikt voor spoedeisende hulpverlening door traumateams of voor zoek- en reddingsacties.

Artikel

3

Artikel

4

Het besluit van 19 april 1993/Nr. DGRLD/JBZ/L93.004096/Rijksluchtvaartdienst/Stcrt. 1993, 77 wordt ingetrokken.

Artikel

5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

6

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling beperking burgerluchtvaart veiligheid Koninklijk Huis.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens de Minister,
Het Hoofd Juridische en Bestuurlijke Zaken van de Rijksluchtvaartdienst, J.S. vanDam

Bijlage

A,

behorende bij artikel 1, vierde onderdeel, van de Regeling beperking burgerluchtvaart veiligheid Koninklijk Huis

Verboden gebied EHP 28 De Horsten