Artikel
1
In dit reglement wordt verstaan onder:
het lid van de commissie dat het onderzoek leidt.
Besluit:
Het bij deze beschikking gevoegde reglement, op 23 mei 1995 vastgesteld door de commissie, bedoeld in artikel 5 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst, goed te keuren.
Deze beschikking wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
In dit reglement wordt verstaan onder:
het lid van de commissie dat het onderzoek leidt.
Het presidium vergadert:
telkens ter voorbereiding van een plenaire vergadering van de commissie;
op verzoek van één van de vice-voorzitters; of
voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt.
De voorzitter kan andere leden van de commissie respectievelijk de secretaris dan wel plaatsvervangend secretaris van de commissie uitnodigen de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen. De voorzitter kan voorts besluiten andere dan de in de eerste volzin bedoelde personen uit te nodigen de vergadering geheel of gedeeltelijk bij te wonen.
De algemene taak van de voorzitter berust tijdens zijn afwezigheid bij de vice-voorzitter die de oudste is naar benoeming of – bij gelijktijdige benoeming – naar leeftijd.
De commissie houdt eenmaal per jaar een plenaire vergadering en voorts voor zover de voorzitter dat nodig oordeelt of drie leden hem dit met redenen omkleed verzoeken.
Het onderzoek, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet wordt verricht door een enkelvoudige kamer, welke bestaat uit een lid van de commissie bijgestaan door een adjunct-secretaris. In afwijking van het bepaalde in de eerste volzin kan het lid de voorzitter van de commissie verzoeken het onderzoek naar een meervoudige kamer als bedoeld in het tweede lid te verwijzen.
Rekening houdend met de ligging van de door de Minister van Defensie ter beschikking gestelde lokaliteiten, stelt het presidium een indeling van het land in ressorten vast.
Voor een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet worden in een ressort ten hoogste tien verzoekers per zitting opgeroepen die in dat ressort als ingezetene in een basisadministratie persoonsgegevens zijn of hadden behoren te zijn ingeschreven. De voorzitter kan ter bespoediging van de behandeling van het verzoek afwijken van het bepaalde in de eerste volzin.
Het onderzoek naar aanleiding van het bezwaar, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet wordt verricht door een meervoudige kamer die bestaat uit een fungerend voorzitter en ten minste twee leden van de commissie. Het onderzoek vindt plaats te ’s-Gravenhage.
Aan het in het eerste lid bedoelde onderzoek neemt geen lid deel dat reeds een advies naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de wet met betrekking tot de aanvraag van de verzoeker heeft uitgebracht.
De zittingen ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de wet vinden ten minste eenmaal per week plaats. Per zitting worden ten hoogste tien verzoekers opgeroepen.
Ter zitting ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in artikel 3, tweede lid, respectievelijk artikel 7a, eerste lid, van de wet wordt voor het verslag een samenvatting van de aan de verzoeker gestelde vragen en de door hem gegeven antwoorden opgesteld. Indien de verzoeker bezwaar maakt tegen de inhoud van de samenvatting, wordt hiermee rekening gehouden of worden de bezwaren in het verslag vermeld.
Dit reglement treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Het Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst van 6 maart 1980 wordt ingetrokken.
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement commissie van advies inzake gewetensbezwaren militaire dienst.