Wet van 4 oktober 1995, tot regeling van een vereenvoudigde administratie van de Grootboekschuld

Wet administratie grootboekschuld

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is dat de schulden van de Staat der Nederlanden, welke zijn ingeschreven in de Grootboeken der Nationale Schuld als bedoeld in de Grootboekwet, worden gebracht onder een administratief stelsel dat beter is afgestemd op de huidige eisen van het maatschappelijk verkeer dan het stelsel van de Grootboekwet.

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

1

Algemene bepalingen

Artikel

1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    de grootboeken: de Grootboeken der Nationale Schuld bedoeld in de Grootboekwet;

  • b.

    de schuldregisters: de schuldregisters bedoeld in artikel 2;

  • c.

    Onze Minister: Onze Minister van Financiën.

Hoofdstuk

2

De schuldregisters

Artikel

2

Onze Minister draagt zorg voor het openen van schuldregisters, bestemd voor de inschrijving van schulden van de Staat der Nederlanden overeenkomstig hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald.

Hoofdstuk

3

Beheer en inrichting van de schuldregisters

Artikel

3

Op de schuldregisters is de Wet van 30 november 1949, houdende regelen nopens het beheer van schuldregisters voor geldleningen ten laste van het Rijk (Stb. J 529), van toepassing.

Hoofdstuk

4

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Is een inschrijving in de grootboeken noch bezwaard met een recht van een derde, noch in beslag genomen en meldt de rechthebbende op die inschrijving zich binnen de in artikel 5 genoemde periode, dan wordt de inschrijving overgeschreven op een rekening in de schuldregisters op naam van de rechthebbende of omgezet in schuldbewijzen aan toonder, zulks ter keuze van de rechthebbende.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Is boeking van de inschrijving of een deel van de inschrijving op een rekening in de schuldregisters overeenkomstig de artikelen 7 tot en met 12 niet mogelijk, dan worden, na afschrijving van de inschrijving of dat deel van de inschrijving, schuldbewijzen aan toonder ter beschikking gesteld.

Artikel

14

Krachtens de Grootboekwet uitgegeven schuldbewijzen aan toonder kunnen worden ingeleverd tegen in- of bijschrijving van het bedrag van deze schuldbewijzen op een rekening in de schuldregisters of afgifte van schuldbewijzen aan toonder als bedoeld in artikel 13.

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De Grootboekwet en de wet van 12 april 1978 tot wijziging van de Grootboekwet (Stb. 1978, 188) worden ingetrokken.

Hoofdstuk

5

Wijziging van andere wetten

Artikel

18

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk

6

Slotbepalingen

Artikel

19

De Grootboeken der Nationale Schuld, bedoeld in artikel 15 van de wet van 14 mei 1814 tot herstel der nationale schuld en tot vinding der fondsen benoodigd tot stijving van ’s Lands kas (Stb. 1814, 58), artikel 6 van de wet van 25 juni 1844 tot aflossing of verwisseling van Nationale Schuld (Stb. 1844, 28), artikel 8 van de wet van 30 december 1895 tot conversie van drie en een half ten honderd in drie ten honderd rentegevende Nationale Schuld (Stb. 1895, 236) en artikel 1 van de Wet van 31 december 1910 betreffende het aangaan van eene geldleening ten laste van den Staat (Stb. 1910, 412) worden gesloten.

Artikel

20

Het koninklijk besluit van 8 december 1814 houdende een reglement op de inschrijving in het Grootboek der Nationale Schuld, ten gevolge der wet van den 14den mei 1814 (Stb. 1814, 111), het koninklijk besluit van 22 december 1814 arresterende een reglement op de overschrijving van ingeschrevene kapitalen in het Grootboek der Nationale Schuld (Stb. 1814, 113), het koninklijk besluit van 18 mei 1818 vaststellende het reglement op de rentebetaling der nationale werkelijke rentegevende schuld (Stb. 1818, 24) en het koninklijk besluit van 11 maart 1818, nr. 83 worden ingetrokken.

Artikel

21

Onze Minister stelt nadere regels voor de aanmelding, de inschrijving van schulden op tussenrekeningen en in de schuldregisters, de afgifte van schuldbewijzen aan toonder, de inlevering van krachtens de Grootboekwet uitgegeven schuldbewijzen, de inrichting en het beheer van de tussenrekeningen en de schuldregisters en de betaalbaarstelling van de rente.

Artikel

22

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel

23

Deze wet kan worden aangehaald als: Wet administratie grootboekschuld.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te ’s-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Financiën, G. Zalm
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager