Wet van 31 oktober 1995, houdende bepalingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs

Wet educatie en beroepsonderwijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het met het oog op de totstandkoming van een landelijke kwalificatiestructuur voor het beroepsonderwijs, de gewenste verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, de gewenste verbetering van de afstemming tussen beroepsonderwijs en educatie, en voor een samenhangende besluitvorming op het gebied van de educatie, wenselijk is de toedeling van bevoegdheden aan de rijksoverheid, aan de gemeenten, aan de landelijke organen en aan de instellingen te herzien;
dat het daarvoor wenselijk is de regelingen met betrekking tot de educatie en het beroepsonderwijs in de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs en de Kaderwet Volwasseneneducatie 1991, alsmede de regelingen met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs in de Wet op het voortgezet onderwijs, in een samenhangend wettelijk kader neer te leggen met ingang van de expiratiedatum van deze regelingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk

I

Algemeen

Titel

1

Definities, reikwijdte, aard bepalingen

Artikel

1.1.1

Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving, Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;

  • b.

    instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1, tenzij anders blijkt;

  • c.

    openbare instelling: een instelling in stand gehouden door een gemeente dan wel door een openbaar lichaam, ingesteld bij een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarin deelnemen een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid;

  • d.

    bijzondere instelling: een instelling die uitgaat van een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid niet zijnde een rechtspersoon als bedoeld in artikel 2:1 van het Burgerlijk Wetboek;

  • e.

    exameninstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.6.1;

  • f.

    onderwijs: educatie en beroepsonderwijs;

  • g.

    educatie: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid;

  • h.

    beroepsonderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.2.1, tweede lid;

  • i.

    beroepsopleiding: een opleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, waarvoor in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur, bedoeld in artikel 7.2.4, eindtermen zijn vastgesteld;

  • j.

    beroepspraktijkvorming: het onderricht in de praktijk van het beroep, bedoeld in artikel 7.2.8, eerste lid;

  • k.

    leerweg: een leerweg als bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid;

  • l.

    beroepsopleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder a;

  • m.

    beroepsbegeleidende leerweg: de leerweg, bedoeld in artikel 7.2.2, tweede lid, onder b;

  • n.

    opleiding educatie: een opleiding als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid;

  • o.

    externe legitimering: de externe legitimering, bedoeld in artikel 7.4.4;

  • p.

    deelkwalificatie: een deelkwalificatie als bedoeld in artikel 7.2.3;

  • q.

    volwassene: een in Nederland woonachtige van 18 jaren of ouder , alsmede degene die nieuwkomer is ingevolge artikel 1, derde en vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;

  • r.

    studiejaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daarop volgend jaar;

  • s.

    inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 5.1;

  • t.

    eindtermen: de eindtermen, bedoeld in artikel 7.1.3;

  • u.

    Centraal register: het Centraal register beroepsopleidingen, bedoeld in artikel 6.4.1, eerste lid;

  • v.

    commissie onderwijs-bedrijfsleven: de commissie, bedoeld in artikel 9.2.1, derde lid;

  • w.

    bevoegd gezag:

    • 1.

      wat een openbare instelling betreft: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens de desbetreffende gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan;

    • 2.

      wat een bijzondere instelling betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;

    • 3.

      wat een instelling als bedoeld in de artikelen 1.4.1 dan wel 1.4a.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat, dan wel de natuurlijke persoon die de instelling in stand houdt;

    • 4.

      wat een exameninstelling als bedoeld in artikel 1.6.1 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan de instelling uitgaat;

    • 5.

      wat een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum als bedoeld in artikel 1.3.4 betreft: het bestuur van de rechtspersoon waarvan dat centrum uitgaat;

  • x.

    waarborgfonds: het fonds, bedoeld in artikel 2.8.1.

Artikel

1.1.2

Reikwijdte

Deze wet heeft betrekking op:

  • a.

    de regionale opleidingencentra, bedoeld in artikel 1.3.1,

  • b.

    de regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband, bedoeld in artikel 1.3.2,

  • c.

    de agrarische opleidingscentra, bedoeld in artikel 1.3.3,

  • d.

    de exameninstellingen, bedoeld in artikel 1.6.1,

  • e.

    de agrarische innovatie- en praktijkcentra, bedoeld in artikel 1.3.4,

  • f.

    de niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen, bedoeld in artikel 1.4.1, voor zover deze beroepsopleidingen verzorgen waaraan een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden,

  • f1.

    de instellingen, bedoeld in artikel 1.4a.1, voor zover zij een opleiding educatie verzorgen waaraan een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 7.4.6 is verbonden,

  • g.

    de landelijke organen voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 1.5.1, en

  • h.

    de gemeentebesturen, bedoeld in artikel 2.3.4.

Artikel

1.1.3

Aard bepalingen

Titel

2

Doelstellingen onderwijs

Artikel

1.2.1

Doelstellingen onderwijs

Titel

3

Bekostigde instellingen voor educatie en beroepsonderwijs, alsmede agrarische innovatie- en praktijkcentra

§

1

Instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra

Artikel

1.3.1

Bekostigde instellingen voor educatie en beroepsonderwijs

Artikel

1.3.2

Regionale opleidingencentra in een samenwerkingsverband

Artikel

1.3.3

Agrarische opleidingscentra

Agrarische opleidingscentra zijn instellingen waarin beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving en voorbereidend beroepsonderwijs in de afdeling landbouw en natuurlijke omgeving, bedoeld in artikel 10c, onderdeel d, van de Wet op het voortgezet onderwijs, worden verzorgd.

Artikel

1.3.4

Agrarische innovatie- en praktijkcentra

Agrarische innovatie- en praktijkcentra zijn werkzaam ten behoeve van het beroepsonderwijs op het gebied van de landbouw en de natuurlijke omgeving. De centra die daarvoor op grond van artikel 2.1.7 in aanmerking komen, hebben ten behoeve van het vervullen van de hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas.

§

2

Taken

Artikel

1.3.5

Taken instellingen en agrarische innovatie- en praktijkcentra

§

3

Kwaliteitszorg

Artikel

1.3.6

Kwaliteitszorg

§

4

Overige voorschriften

Artikel

1.3.7

Karakter openbaar onderwijs

Artikel

1.3.8

Verplichting tot overleg en aangifte inzake zedenmisdrijven

Titel

4

Niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen werkzaam op het gebied van het beroepsonderwijs

Artikel

1.4.1

Andere instellingen voor beroepsonderwijs

Titel

4a

Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen

Artikel

1.4a.1

Andere instellingen die een opleiding educatie verzorgen

Titel

5

Landelijke organen

Artikel

1.5.1

Aanspraak bekostiging landelijke organen

De landelijke organen die daartoe op voet van artikel 2.1.5 door Onze Minister in aanmerking zijn gebracht, hebben aanspraak op bekostiging uit ’s Rijks kas ten behoeve van het vervullen van hun bij deze wet opgedragen werkzaamheden, voor zover niet verricht in het kader van dienstverlening.

Artikel

1.5.2

Taken landelijke organen

Titel

6

De exameninstellingen

Artikel

1.6.1

Exameninstellingen

Titel

7

Contractactiviteiten

Artikel

1.7.1

Contractactiviteiten

Hoofdstuk

2

Planning en bekostiging

Titel

1

Planning

Artikel

2.1.1

Bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs

Artikel

2.1.2

Beëindiging bekostiging landelijk aanbod beroepsonderwijs

Indien Onze Minister, met toepassing van artikel 2.1.1, besluit dat een opleiding niet meer voor bekostiging in aanmerking komt, bepaalt hij bij beschikking het tijdstip met ingang waarvan de bekostiging wordt beëindigd zodanig dat het bevoegd gezag in de gelegenheid is om de voor de opleiding ingeschreven deelnemers in staat te stellen de opleiding te voltooien.

Artikel

2.1.3

Vestiging en beëindiging bekostigingsaanspraak instellingen

Artikel

2.1.4

Werkgebieden landelijke organen

Artikel

2.1.5

Vestiging bekostigingsaanspraak landelijke organen

Artikel

2.1.6

Beëindiging bekostigingsaanspraak landelijke organen

Onze Minister kan besluiten dat een landelijk orgaan van zijn taken ontheven is indien niet langer behoefte bestaat aan het orgaan of gebleken is dat het zijn taken niet of niet naar behoren vervult. Een beschikking als bedoeld in de eerste volzin brengt mee dat de aanspraak op bekostiging, bedoeld in artikel 1.5.1, vervalt.

Titel

2

Bekostiging beroepsonderwijs

§

1

Bekostiging

Artikel

2.2.1

Rijksbijdrage beroepsonderwijs

Artikel

2.2.2

Berekeningswijze

Artikel

2.2.3

Aanvullende middelen

Artikel

2.2.4

Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage

Artikel

2.2.4a

Gebruik sociaal-fiscaal nummer door de minister

§

2

Artikel

2.2.5

Gebruik en medegebruik voor onderwijs

Vervallen

Artikel

2.2.6

Gebruik voor culturele, maatschappelijke en recreatieve doeleinden

Vervallen

Artikel

2.2.7

Verhuur

Vervallen

Artikel

2.2.8

Buitengebruikstelling en herbestemming

Vervallen

Artikel

2.2.9

Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring

Vervallen

Artikel

2.2.10

Besteding vergoeding huisvesting

Vervallen

Artikel

2.2.11

Geen vergoeding na schade door schuld of nalatigheid; subrogatie wegens schade aan gebouwen

Vervallen

§

3

Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra

Artikel

2.2.12

Bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra

Titel

3

Rijksbijdrage ten behoeve van de educatie en de huisvesting van de opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

Artikel

2.3.1

Rijksbijdrage educatie

Artikel

2.3.2

Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage

Artikel

2.3.3

Gemeentelijk besluit educatiebedragen

Het bestuur van een gemeente waaraan een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.3.1 is verstrekt, besluit jaarlijks voor 1 november ten behoeve van het daaropvolgende jaar welke bedragen zullen worden bestemd voor de educatieve activiteiten, onderscheiden naar de opleidingen, bedoeld in artikel 7.3.1, en in voorkomende gevallen naar doelgroepen.

Artikel

2.3.4

Verstrekking bedragen educatie

Artikel

2.3.5

Huisvesting opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

Vervallen

Artikel

2.3.6

Informatie educatie

Titel

4

Bekostiging van landelijke organen

§

1

Bekostiging

Artikel

2.4.1

Berekeningswijze

Artikel

2.4.2

Bekendmaking, verstrekking en betaling rijksbijdrage

§

2

Artikel

2.4.4

Gebruik voor culturele, maatschappelijke en recreatieve doeleinden

Vervallen

Artikel

2.4.5

Verhuur

Vervallen

Artikel

2.4.6

Buitengebruikstelling en herbestemming

Vervallen

Artikel

2.4.7

Overdracht bij beëindiging van de bekostiging

Vervallen

Artikel

2.4.8

Financiële afwikkeling

Vervallen

Artikel

2.4.9

Tijdelijke voorzieningen

Vervallen

Artikel

2.4.10

Onderhoudsplicht; verbod tot vervreemding en bezwaring

Vervallen

Titel

5

Begroting en verslaglegging

§

1

Instellingen voor beroepsonderwijs en educatie, en agrarische innovatie- en praktijkcentra

Artikel

2.5.1

Reikwijdte

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "instelling" tevens verstaan: agrarisch innovatie- en praktijkcentrum.

Artikel

2.5.2

Begroting

Artikel

2.5.3

Jaarrekening

Artikel

2.5.4

Jaarverslag

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks een jaarverslag over het afgelopen jaar vast en maakt dit openbaar.

Artikel

2.5.5

Informatie beroepsonderwijs

Artikel

2.5.6

Onderzoek vanwege minister

Onze Minister kan naast het accountantsonderzoek, bedoeld in artikel 2.5.3, vierde lid, een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarrekening en naar de gegevens, bedoeld in artikel 2.5.5, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de instelling. Het bevoegd gezag verstrekt aan degene die door Onze Minister met het onderzoek is belast alle inlichtingen die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt en geeft desgevraagd inzage in informatie, boeken en bescheiden.

Artikel

2.5.7

Informatieplicht ministeriële accountant

De accountant die door Onze Minister is belast met het onderzoek van de ministeriële jaarrekening, heeft met het oog op het verrichten van dat onderzoek toegang tot elke instelling. Aan de accountant wordt desgevraagd inzage in de informatie en in de boeken en bescheiden gegeven en worden alle inlichtingen verstrekt die deze voor de uitvoering van zijn taak nodig oordeelt.

Artikel

2.5.8

Vermindering rijksbijdrage

Artikel

2.5.9

Correctie rijksbijdrage en verrekening correcties

§

2

Landelijke organen

Artikel

2.5.10

Van overeenkomstige toepassing paragraaf 1

TITEL

6

SCHOLENGEMEENSCHAP ROC OF AOC MET SCHOOL VOOR VOORTGEZET ONDERWIJS; VOORSCHRIFTEN T.A.V. VBO IN AOC

Artikel

2.6

Scholengemeenschap ROC of AOC-school voor voortgezet onderwijs

Artikel

2.6a

Voorschriften t.a.v. vbo in AOC

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan ten behoeve van het voorbereidend beroepsonderwijs, verzorgd in agrarische opleidingscentra, worden vastgesteld dat het bepaalde bij of krachtens deze wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing is.

Titel

7

Bijdrage voor derden t.b.v. bevorderen beroepsonderwijs en afstemming onderwijs-arbeidsmarkt

Artikel

2.7

Bijdrage voor derden t.b.v. bevorderen beroepsonderwijs en afstemming onderwijs-arbeidsmarkt

Onze Minister kan volgens bij ministeriële regeling te geven voorschriften aan andere rechtspersonen dan die waarvan de in artikel 1.3.1 bedoelde instellingen uitgaan, een bijdrage toekennen ter bevordering van de verwezenlijking van de in artikel 1.2.1, tweede lid, bedoelde doelstellingen van het beroepsonderwijs dan wel ten behoeve van de afstemming tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Voor zover toepassing van de eerste volzin het verstrekken van subsidie betreft, zijn de artikelen 4 tot en met 19 van de Wet overige OCenW-subsidies van toepassing.

TITEL

8

WAARBORGFONDS EN INVESTERINGEN IN GEBOUWEN EN TERREINEN

Artikel

2.8.1

Verplichte aansluiting bij het Waarborgfonds instellingen

Artikel

2.8.2

Opheffing instellingen

Artikel

2.8.3

Beheer van de middelen

Het bevoegd gezag beheert de middelen van de instelling op zodanige wijze dat een behoorlijke exploitatie en het voortbestaan van de instelling zijn verzekerd.

Hoofdstuk

3

Overleg

Titel

1

Overleg Minister

Artikel

3.1.1

EB-kamer; AB-kamer

Artikel

3.1.2

Georganiseerd overleg op centraal niveau

Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van het personeel van de instellingen, de agrarische innovatie- en praktijkcentra en de landelijke organen, wordt door Onze Minister volgens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende personeelsorganisaties en, voor zover zij daarbij belang hebben, organisaties van gemeente- en instellingsbesturen. De algemene maatregel van bestuur bepaalt tevens de gevallen waarin in dat overleg overeenstemming met de personeelsorganisaties dient te worden bereikt.

Titel

2

Overleg instellingen

Artikel

3.2.1

Georganiseerd overleg op instellingsniveau

Over de regelingen, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste en vierde lid, alsmede over andere aangelegenheden van algemeen belang voor de bijzondere rechtstoestand van het personeel, wordt door of namens het bevoegd gezag van de instellingen en de agrarische innovatie- en praktijkcentra overleg gevoerd met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheids- en onderwijspersoneel, op een met deze schriftelijk overeengekomen wijze. In geval van een geschil over de deelneming aan het overleg, bedoeld in de eerste volzin, alsmede in geval van een geschil over de aard, de inhoud en de organisatie van het overleg leggen de betrokken partijen het geschil voor aan een geschillencommissie. Deze geschillencommissie bestaat uit drie personen, die door de partijen gezamenlijk worden aangewezen. De uitspraak van de geschillencommissie heeft bindende kracht.

Titel

3

Overleg landelijke organen

Artikel

3.3.1

Georganiseerd overleg landelijke organen

Artikel 3.2.1 is van overeenkomstige toepassing op de landelijke organen.

Hoofdstuk

4

Personeel

Titel

1

Personeel van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs

§

1

Formatie; rechtspositie

Artikel

4.1.1

Formatie

Het bevoegd gezag stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het personeel van de instelling. Zoveel mogelijk tegelijk met die vaststelling bepaalt het bevoegd gezag functies en taken van het personeel van de instelling.

Artikel

4.1.1a

Document inzake evenredige vertegenwoordiging van vrouwen in leidinggevende functies

Artikel

4.1.2

Rechtspositieregeling personeel

Artikel

4.1.3

Benoeming, schorsing en ontslag en disciplinaire maatregelen personeel openbare instellingen

In afwijking van de regelingen, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste en vierde lid, leggen de gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie de disciplinaire maatregel of de schorsing op of verlenen zij het ontslag, indien het betreft een lid van de centrale directie, een lid van het college van bestuur of een docent aan een gemeentelijke instelling, die tevens lid is van de raad van de gemeente die de instelling in stand houdt.

Artikel

4.1.4

Personeel agrarische innovatie- en praktijkcentra

De artikelen 4.1.1 en 4.1.2 zijn van overeenkomstige toepassing op de agrarische innovatie- en praktijkcentra.

§

2

Commissie van beroep

Artikel

4.1.5

Beroepsmogelijkheid personeel bijzondere instellingen

Artikel

4.1.6

Commissie van beroep

Artikel

4.1.7

Inlichtingen

Het bevoegd gezag en het personeel van de instelling verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Titel

2

Benoembaarheidvereisten voor docenten van instellingen

Artikel

4.2.1

Vereisten benoembaarheid docenten

Artikel

4.2.2

Bewijzen van bekwaamheid docenten

Titel

2a

Benoembaarheidsvereiste voor overig personeel van instellingen

Artikel

4.2a.1

Vereiste benoembaarheid overig personeel

Tot lid van het personeel, anders dan bedoeld in artikel 4.2.1, kan slechts worden benoemd degene die in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag, die op het tijdstip van overlegging aan het bevoegd gezag niet ouder is dan 6 maanden.

Titel

3

Personeel van landelijke organen

Artikel

4.3.1

Formatie

Het bestuur van het landelijk orgaan stelt jaarlijks het beleid vast met betrekking tot de formatie van het landelijk orgaan. Zoveel mogelijk tegelijk met deze vaststelling bepaalt het bestuur functies en taken van het personeel van het landelijk orgaan.

Artikel

4.3.2

Rechtspositieregeling personeel landelijke organen

Artikel

4.3.3

Beroepsmogelijkheid personeel landelijke organen

Artikel

4.3.4

Commissie van beroep

Artikel

4.3.5

Inlichtingen

Het bestuur en het personeel van het landelijk orgaan verstrekken aan de commissie van beroep de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Titel

4

Artikel

4.4.1

Reikwijdte

Vervallen

Artikel

4.4.2

Verplichte aansluiting bij rechtspersoon in verband met kosten van werkloosheidsuitkeringen of suppleties inzake arbeidsongeschiktheid

Vervallen

Artikel

4.4.3

Ministeriële bevoegdheden t.a.v. de rechtspersoon, bedoeld in artikel 4.4.2; evaluatie

Vervallen

Hoofdstuk

5

Toezicht

Artikel

5.1

Toezicht

Artikel

5.2

Uitoefening toezicht

Artikel

5.2a

Vertrouwensinspecteurs

Artikel

5.3

Commissies van deskundigen

Artikel

5.4

Toegang en inlichtingen

Vervallen

Hoofdstuk

6

Het onderwijsaanbod beroepsopleidingen

Titel

1

Het beroepsonderwijs, verzorgd door uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen

Artikel

6.1.1

Onderwijsaanbod instellingen

Het bevoegd gezag bepaalt welke beroepsopleidingen de instelling verzorgt. Ten aanzien van die opleidingen geldt de aanspraak op bekostiging uitsluitend indien Onze Minister krachtens artikel 2.1.1 heeft besloten dat de opleidingen voor bekostiging in aanmerking komen.

Artikel

6.1.2

Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt

Artikel

6.1.3

Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijsaanbod, gelet op het geheel en de spreiding van het aanbod van beroepsonderwijs

Artikel

6.1.4

Ontneming rechten ten aanzien van bestaand onderwijsaanbod

Artikel

6.1.5

Waarschuwing

Artikel

6.1.6

Onthouding rechten ten aanzien van voorgenomen onderwijs uit oogpunt van kwaliteit of niet naleving wettelijke voorschriften

Titel

2

Het beroepsonderwijs, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen

Artikel

6.2.1

Diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen

Artikel

6.2.2

Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van beroepsopleidingen, verzorgd door niet uit ’s Rijks kas bekostigde instellingen

Artikel

6.2.3

Waarschuwing

Titel

3

De exameninstellingen

Artikel

6.3.1

Erkenning exameninstellingen

Artikel

6.3.2

Beëindiging erkenning exameninstelling

Artikel

6.3.3

Waarschuwing

Titel

4

Het Centraal register beroepsopleidingen

Artikel

6.4.1

Het Centraal register beroepsopleidingen

Artikel

6.4.2

De registratieprocedure voor beroepsopleidingen

Artikel

6.4.3

Hernieuwde registratie van beroepsopleidingen

Indien de aanmelding voor registratie betrekking heeft op een opleiding, verzorgd door een instelling ten aanzien waarvan Onze Minister in de vier jaren voorafgaand aan de aanmelding voor die opleiding toepassing heeft gegeven aan artikel 6.1.3, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de gegevens, bedoeld in artikel 6.4.1, vijfde lid, onder a tot en met g, gegevens waaruit blijkt dat

  • a.

    het onderwijs van voldoende kwaliteit is, en

  • b.

    wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de kwaliteitszorg, het onderwijs en de examens.

Artikel

6.4.4

Beëindiging registratie van beroepsopleidingen

Titel

5

De registratie van externe legitimering

Artikel

6.5.1

De registratieprocedure voor externe legitimering

Artikel

6.5.2

Hernieuwde registratie van externe legitimering

Indien de aanmelding voor registratie van een exameninstelling betrekking heeft op externe legitimering ten aanzien waarvan Onze Minister toepassing heeft gegeven aan artikel 6.3.2, verschaft het bevoegd gezag in aanvulling op de krachtens artikel 6.5.1 te verstrekken gegevens, gegevens waaruit blijkt dat:

  • a.

    de externe legitimering van voldoende kwaliteit is, en

  • b.

    wordt voldaan aan hetgeen overigens bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van de externe legitimering.

Artikel

6.5.3

Beëindiging registratie van externe legitimering

Hoofdstuk

6a

Het onderwijsaanbod educatie

Titel

1

De educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1

Artikel

6a.1.1

Registratie van andere instellingen, bedoeld in artikel 1.4a.1

Artikel

6a.1.2

Beëindiging diploma-erkenning ten aanzien van opleidingen educatie, verzorgd door instellingen als bedoeld in artikel 1.4a.1

Artikel

6a.1.3

Waarschuwing

Artikel

6a.1.4

Beëindiging van rechtswege van diploma-erkenning ten aanzien van instellingen, bedoeld in artikel 1.4a.1

Indien het bevoegd gezag van een instelling als bedoeld in artikel 1.4a.1, langer dan een studiejaar een opleiding educatie niet heeft verzorgd, vervalt van rechtswege het recht om voor de desbetreffende opleiding een diploma of certificaat als bedoeld in artikel 1.4a.1, eerste lid, uit te reiken.

Hoofdstuk

7

Het onderwijs

Titel

1

Het onderwijs

Artikel

7.1.1

Taal

Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. Onverminderd artikel 7.3.4, derde lid, kan een andere taal worden gebezigd:

  • a.

    wanneer het onderwijs met betrekking tot die taal betreft, of

  • b.

    indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de deelnemers daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door het bevoegd gezag vastgestelde gedragscode.

Artikel

7.1.2

Opleidingen en onderwijseenheden

Artikel

7.1.3

Eindtermen

Eindtermen zijn als zodanig omschreven kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden en in voorkomende gevallen beroepshoudingen, waarover degene die de opleiding voltooit, met het oog op het maatschappelijk en beroepsmatig functioneren dient te beschikken, en die in voorkomende gevallen betekenis hebben voor de doorstroming naar vervolgonderwijs.

Artikel

7.1.4

Ondersteuning bij het onderwijs aan zieke leerlingen

Titel

2

Het beroepsonderwijs

§

1

Reikwijdte

Artikel

7.2.1

Reikwijdte

Deze titel is van toepassing op beroepsopleidingen.

§

2

Beroepsopleidingen en eindtermen beroepsopleidingen

Artikel

7.2.2

Onderscheid beroepsopleidingen; niveau; leerwegen

Artikel

7.2.3

Deelkwalificaties

Eindtermen voor beroepsopleidingen zijn onderverdeeld in deelkwalificaties. Een deelkwalificatie is een combinatie van eindtermen, vastgesteld voor een bepaalde beroepsopleiding, die in het licht van de uitoefening van het beroep waarop de opleiding is gericht een zelfstandige betekenis hebben.

Artikel

7.2.4

Vaststelling eindtermen beroepsonderwijs in het kader van de landelijke kwalificatiestructuur

Artikel

7.2.5

Beoordeling voorstellen vaststelling en wijziging eindtermen

De in artikel 6.1.2, eerste lid, onder b, bedoelde taak van de in dat artikel bedoelde commissie behelst de advisering aan de landelijke organen onderscheidenlijk commissies onderwijs-bedrijfsleven over de in artikel 7.2.4, eerste lid, bedoelde voorstellen voor de eindtermen. De advisering heeft in elk geval betrekking op de vraag of en in hoeverre deze voorstellen bijdragen aan de totstandkoming van een kwalificatiestructuur als bedoeld in artikel 7.2.4, eerste lid.

Artikel

7.2.6

Beroepsvereisten

Indien ten aanzien van een bepaald beroep bij of krachtens de wet vereisten zijn vastgesteld ten aanzien van de kwaliteiten op het gebied van kennis, inzicht, vaardigheden of beroepshoudingen waarover degenen die een opleiding gericht op dat beroep voltooien, moeten beschikken, neemt Onze Minister deze vereisten in acht bij de vaststelling van de eindtermen. Tot de in de eerste volzin bedoelde vereisten behoren die welke zijn neergelegd in Richtlijnen van de Raad van Europese Gemeenschappen.

Artikel

7.2.7

Inrichting opleidingen

Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de opleidingen zodanig zijn ingericht dat de deelnemers de eindtermen binnen de vastgestelde studieduur kunnen bereiken.

Artikel

7.2.8

De beroepspraktijkvorming

Artikel

7.2.9

Totstandkoming praktijkovereenkomst; vervangende praktijkplaats

Artikel

7.2.10

Beoordeling van praktijkplaatsen

Titel

3

De educatie

Artikel

7.3.1

Onderscheid opleidingen educatie

Artikel

7.3.2

Nadere omschrijving opleidingssoorten

Artikel

7.3.3

Eindtermen opleidingen educatie

Artikel

7.3.4

Inrichting voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

Titel

4

EXAMENS EN TOETSEN.

§

1

Examens beroepsopleidingen en opleidingen educatie, met uitzondering van opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal

Artikel

7.4.2

Algemene bepaling inzake examens

Artikel

7.4.3

Examens beroepsopleidingen

Artikel

7.4.4

Externe legitimering examens beroepsopleidingen

Artikel

7.4.5

Examencommissie en examinatoren

Artikel

7.4.6

Bewijsstukken van afgelegde toetsen, examenonderdelen en examens

Artikel

7.4.7

Internationale diplomawaardering

Artikel

7.4.8

Onderwijs- en examenregeling

Artikel

7.4.9

Bekendmaking onderwijs- en examenregels

Het bevoegd gezag maakt tijdig voor de aanvang van het studiejaar en zodanig dat de aanstaande deelnemer zich een goed beeld kan vormen van de inhoud en inrichting van het onderwijs en de examens, de onderwijs- en examenregeling bekend.

§

2

Examens opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en Nederlands als tweede taal I en II

Artikel

7.4.10

Reikwijdte

Deze paragraaf is van toepassing op opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en de opleidingen Nederlands als tweede taal I en II.

Artikel

7.4.11

Examenregeling opleidingen voortgezet algemeen volwassenenonderwijs en opleidingen Nederlands als tweede taal

Paragraaf

3

Toetsen educatieve programma's

Artikel

7.4.13

Toetsen educatieve programma's

De toets van een educatief programma omvat een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden die de deelnemer zich door de deelname aan de in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, van de Wet inburgering nieuwkomers bedoelde onderdelen van dat programma heeft eigen gemaakt. De toets is zodanig ingericht dat de resultaten die daaruit blijken, een indicatie geven van het niveau dat de deelnemer heeft bereikt ten opzichte van de in artikel 11 van die wet bedoelde niveaus.

Artikel

7.4.14

Vaststelling toets

Het bevoegd gezag stelt de inhoud van de toets vast met inachtneming van een door Onze Minister vastgestelde regeling.

Artikel

7.4.15

Bewijsstukken van afgelegde toetsen

Artikel

7.4.16

Toetsregeling educatieve programma's

Titel

5

Commissie van beroep voor de examens

Artikel

7.5.1

Commissie van beroep voor de examens

Artikel

7.5.2

Bevoegdheid commissie van beroep voor de examens

Artikel

7.5.3

Voorlopige voorziening; herziening

Artikel

7.5.4

Inlichtingen

De leden van de examencommissie en de examinatoren verstrekken aan de commissie van beroep voor de examens de inlichtingen die zij voor de uitvoering van haar taak nodig oordeelt.

Artikel

7.5.5

Toepassing op toetsen educatieve programma's

De artikelen 7.5.1 tot en met 7.5.4 zijn van overeenkomstige toepassing op de toetsen, bedoeld in titel 4, met dien verstande dat de commissie van beroep voor de examens tevens als commissie van beroep voor de toetsen optreedt.

Titel

6

Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens

Artikel

7.6.1

Commissie van beroep voor de extern gelegitimeerde examens

Hoofdstuk

8

Inschrijving, vooropleidingseisen, voortijdig schoolverlaten

Titel

1

Inschrijving

Artikel

8.1.1

Inschrijving

Artikel

8.1.2

Nadere voorschriften toelating

Artikel

8.1.3

Onderwijsovereenkomst

Artikel

8.1.4

Onderwijsbijdragen

De inschrijving wordt niet afhankelijk gesteld van een andere dan een bij of krachtens de wet geregelde geldelijke bijdrage.

Artikel

8.1.5

Bepaling verhouding deelnemersaantallen leerwegen van beroepsopleidingen

Artikel

8.1.6

Beperking inschrijving assistentopleiding en basisberoepsopleiding wegens opnamecapaciteit instelling

Het bevoegd gezag kan de inschrijving voor een bepaalde assistentopleiding of basisberoepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, opschorten voor zover en voor zolang de organisatorische en technische capaciteit voor het verzorgen van die opleiding, ook na aantoonbare inspanningen van het bevoegd gezag om te komen tot een toereikende capaciteit, daartoe naar zijn oordeel noodzaakt. Met inachtneming van de in de eerste volzin bedoelde beperkingen geschiedt de inschrijving in de volgorde van aanmelding voor de desbetreffende opleiding, volgens in de onderwijs- en examenregeling te geven regels van procedurele aard.

Artikel

8.1.7

Controle op langdurige afwezigheid

Artikel

8.1.8

Melding in verband met voortijdig schoolverlaten niet-leerplichtigen

Titel

2

Vooropleidingseisen