Besluit van 13 november 1995, houdende regelen inzake de registratie van beoefenaren van beroepen in de individuele gezondheidszorg

Registratiebesluit BIG

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 maart 1995, PAO/BOG-951921;
Gelet op de artikelen 5, tweede lid, 11, 12, tweede lid, onder d, en derde lid, 42, vijfde lid, en 105, derde lid, van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 15 juni 1995, no. W13.95.0099);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 1 november 1995, PAO/BOG-9510951;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Artikel

3

In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder b, kunnen degenen die de bevoegdheid hadden verkregen of waren toegelaten tot de uitoefening van een in artikel 104, vierde lid, van de wet genoemd beroep, dan wel de bevoegdheid hadden verkregen tot het voeren van de titel van verpleegkundige vóór het tijdstip waarop artikel 3, eerste lid, van de wet ten aanzien van het desbetreffende beroep in werking is getreden, bij de indiening van de aanvrage om inschrijving, behalve het in artikel 2, eerste lid, onder a, bedoelde formulier, een fotokopie verstrekken van het getuigschrift of de beschikking waaraan zij de desbetreffende bevoegdheid of toelating ontlenen.

Artikel

4

Artikel

4a

Een beoefenaar van een beroep als bedoeld in artikel 3 van de wet draagt er zorg voor dat zijn BIG-nummer kenbaar wordt gemaakt:

  • a.

    wanneer hem daarom wordt verzocht;

  • b.

    wanneer de beroepsbeoefenaar zijn naam in het kader van de uitoefening van het beroep of van een specialisme daarvan als bedoeld in artikel 14 van de wet, kenbaar maakt, dan wel ermee instemt dat zijn naam in dat kader kenbaar wordt gemaakt:

    • bij het gebruik van zijn naam op de website van de beroepsbeoefenaar of van de organisatie waarvoor hij het beroep of het specialisme daarvan uitoefent;

    • onder door de beroepsbeoefenaar of onder diens naam door zijn werkgever verzonden e-mailberichten.

Artikel

5

Artikel

5a

Aan een beoefenaar van een beroep als bedoeld in artikel 3 of 36a van de wet wordt op diens verzoek binnen twee maanden een document verstrekt, waaruit blijkt dat, voor zover van toepassing, ten aanzien van de betrokkene geen maatregel berustend op een in Nederland gegeven rechterlijke, tuchtrechtelijke of bestuursrechtelijke beslissing van kracht is, op grond waarvan de betrokkene zijn rechten tot de uitoefening van het betrokken beroep in Nederland, geheel of gedeeltelijk, tijdelijk of blijvend is verloren.

Artikel

6

Aan een ieder die dat verlangt, wordt meegedeeld hetgeen in het register staat aangetekend met betrekking tot de voorwaarden die een ingeschrevene zijn opgelegd met toepassing van artikel 50, tweede lid, van de wet, dan wel onderdeel uitmaken van de aan een ingeschrevene opgelegde maatregel van voorwaardelijke schorsing, bedoeld in artikel 48, zesde lid, van de wet, of van de maatregel, bedoeld in artikel 80, eerste lid, onder a, van de wet. Hetzelfde geldt met betrekking tot de voorwaarden, bedoeld in artikel 105, derde lid, eerste volzin, van de wet.

Artikel

7

Artikel

8

Voor zover de verstrekking van een mededeling als bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, of artikel 6, schriftelijk geschiedt, wordt een bedrag van € 5 in rekening gebracht.

Artikel

8a

Vervallen

Artikel

9

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 1995.

Artikel

10

Dit besluit wordt aangehaald als: Registratiebesluit BIG.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager