Artikel
1
1
De voorziening voor levensverzekering, bedoeld in artikel 435, eerste lid, onderdeel b, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, met inachtneming van artikel 427, derde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, voor natura-uitvaartverzekeraars berekend op basis van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële methode, rekening houdend met de in de toekomst te ontvangen premies, met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende overeenkomst van natura-uitvaartverzekering gestelde voorwaarden en met het risico van een stijging van de gemiddelde leeftijd van de verzekerden in de portefeuille, met inbegrip van:
-
a.
alle gegarandeerde prestaties, met inbegrip van indexering, en gegarandeerde afkoopwaarden;
-
b.
alle keuzemogelijkheden waarover de verzekeringnemer of verzekerde volgens de voorwaarden van de overeenkomst beschikt;
-
c.
de bedrijfskosten, met inbegrip van provisies.
2
Deze voorziening wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk berekend. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden is toegestaan indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen.
3
In afwijking van het eerste lid kan een retrospectieve methode worden toegepast indien de op grond van die methode berekende technische voorzieningen niet lager zijn dan de voorzieningen bij toepassing van een prospectieve methode of indien het gebruik van een prospectieve methode vanwege de aard van het betrokken type overeenkomst niet mogelijk is.