Wet van 13 december 1995 tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met de invoering van een regulerende energiebelasting

Wijzigingswet Wet belastingen op milieugrondslag (invoering van een regulerende energiebelasting) (2)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is een regulerende energiebelasting in te voeren met het oog op het verminderen van de uitstoot van kooldioxide en het bevorderen van energiebesparing;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel IV is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de verhoging van de regulerende energiebelasting met ingang van 1 januari 1997.

Artikel

VI

Vervallen

Artikel

VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel

IX

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, mits het bij koninklijke boodschap van 14 september 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting in verband met de invoering van een regulerende energiebelasting (Kamerstukken II 1994/95, 24 344) (Stb. 1995, 664) tot wet wordt verheven en met ingang van 1 januari 1996 in werking treedt alsmede het bij koninklijke boodschap van 23 augustus 1995 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet brutering overhevelingstoeslag lonen (Kamerstukken II 1994/95, 24 285) (Stb. 1995, 566) tot wet wordt verheven en het in dat wetsvoorstel opgenomen artikel III, onderdeel B, en de daarin genoemde algemene maatregel van bestuur eveneens met ingang van 1 januari 1996 in werking treden.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Margaretha de Boer
De Minister van Economische Zaken, G. J. Wijers
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager