Eenmalige bijdrageregeling Stadseconomie Grote Steden beleid
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm, handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Staatssecretaris van Economische Zaken:
Besluit:
Artikel
1
In verband met de uitvoering van de convenanten die op 12 juli 1995, respectievelijk 30 oktober 1995 zijn gesloten tussen het Rijk en de grote steden, wordt aan de betrokken gemeenten gezamenlijk een eenmalige bijdrage van maximaal 100 mln. uitgekeerd.
Artikel
2
De bijdrage heeft ten doel de realisering van projecten die de stadseconomie versterken en de werkgelegenheid bevorderen.
Artikel
3
De bijdrage wordt als volgt over de betrokken gemeenten verdeeld, waarbij de genoemde bedragen als maximum gelden.
a
f 60 mln. voor de gemeente Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, als volgt te verdelen:
Amsterdam
f 22.500.000
Rotterdam
f 17.100.000
Den Haag
f 13.200.000
Utrecht
f 7.200.000
b
f 40 mln. voor de overige gemeenten, als volgt te verdelen:
Eindhoven
f 4.534.000
Helmond
f 1.626.442
Groningen
f 3.850.573
Tilburg
f 3.776.338
Enschede
f 3.158.097
Nijmegen
f 3.545.335
Arnhem
f 3.160.470
Breda
f 2.898.450
Maastricht
f 2.624.100
Zwolle
f 2.097.142
Den Bosch
f 2.385.309
Leeuwarden
f 1.956.481
Hengelo
f 1.486.540
Deventer
f 1.483.119
Almelo .
f 1.417.606
Artikel
4
De in artikel 3 genoemde bedragen worden uiterlijk 31 december 1995 bij wijze van voorschot ter beschikking van de gemeenten gesteld.
Artikel
5
1
De bijdrage dient in 1996 tot besteding te komen.
2
Uiterlijk 1 oktober 1997 wordt door de gemeenten, op basis van de vastgestelde gemeentelijke jaarrekening en de daarbij behorende accountantsverklaring, een verantwoordingsverslag ingediend bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken met betrekking tot de besteding van de bij voorschot verstrekte bijdrage.
3
Op basis van het verantwoordingsverslag wordt de hoogte van de bijdrage uiterlijk per ultimo 1997 vastgesteld.
4
De bijdrage zal worden teruggevorderd:
a.
voor het deel dat niet tot besteding is gekomen, danwel
b.
voor het deel dat niet overeenkomstig artikel 2 is besteed.
Indien de bijdrage lager is dan het verleende voorschot zal het verschil van de desbetreffende gemeente worden teruggevorderd.
Artikel
6
De betreffende gemeenten verstrekken uiterlijk 31 maart 1997 een inhoudelijk verslag over de realisering van de in artikel 2 bedoelde projecten.
Artikel
7
De minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van deze regeling.
Artikel
8
Deze regeling wordt aangehaald als: Eenmalige bijdrageregeling Stadseconomie Grote Steden beleid.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,J.Kohnstamm