Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart

Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Overwegende:
  • dat samenwerkingsverbanden beter dan individuele ondernemers kunnen inspelen op de behoefte van verladers door het bieden van vervoerszekerheid, maar waar mogelijk ook door het bevorderen van gecombineerd vervoer of overigens door het leveren van gespecialiseerde diensten;

  • dat het derhalve in een geliberaliseerde binnenvaartmarkt gewenst is dat samenwerkingsverbanden worden opgericht;

  • dat samenwerkingsverbanden derhalve bijdragen aan de verbetering van de concurrentiepositie en de belangenbehartiging van de aangeslotenen, alsmede aan de versterking van de onderlinge samenwerking;

  • dat samenwerkingsverbanden zich mede ten doel stellen transportopdrachten te verwerven en te doen uitvoeren;

  • dat samenwerkingsverbanden ter verwezenlijking van die doelstelling beschikken over een zodanige hoeveelheid scheepsruimte dat vervoerszekerheid kan worden geboden, rekening houdend met artikel 4 van Verorde-ning (EEG) 1017/68.

Besluit:

§

1

Algemeen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
Minister:

Minister van Verkeer en Waterstaat;

b.
samenwerkingsverband:

organisatie:

  • die rechtspersoonlijkheid bezit,

  • waarvan het merendeel der aangeslotenen eigenaar is van ten hoogste drie binnenschepen,

  • waarvan de onder 2° bedoelde aangeslotenen gezamenlijk over het merendeel van de scheepsruimte beschikken;

  • die zich blijkens haar statuten ten doel stelt de belangen van de aangeslotenen te behartigen, en transportopdrachten ten behoeve van de aangeslotenen te verwerven, en

  • waarvan de notariële akte van oprichting is gepasseerd na 1 januari 1994.

Artikel

2

Artikel

3

§

2

Aanvraag om subsidie

Artikel

4

§

3

Beslissing op de aanvraag

Artikel

5

Artikel

6

De Minister houdt een beslissing tot verlening van subsidie aan, zolang op een verzoek tot surséance van betaling of faillissement van het samenwer-kingsverband de rechter niet onherroepelijk heeft beslist.

Artikel

7

De Minister wijst de aanvraag om subsidie in ieder geval af, voor zover:

  • a.

    door inwilliging de bedragen, bedoeld in artikel 3, eerste of tweede lid, zouden worden overschreden;

  • b.

    niet is voldaan aan deze regeling;

  • c.

    de activiteiten naar het oordeel van de Minister niet of niet geheel zullen plaatsvinden;

  • d.

    de aanvrager niet heeft aangetoond dat hem met inbegrip van de aangevraagde subsidie voldoende gelden ter beschikking zullen staan om de voorgenomen activiteiten uit te voeren;

  • e.

    de subsidie naar het oordeel van de Minister geen wezenlijke bijdrage zou leveren aan het doel van deze regeling, bedoeld in artikel 2, eerste lid;

  • f.

    de aanvrager in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid; of

  • g.

    het samenwerkingsverband naar het oordeel van de Minister overigens niet levensvatbaar is.

Artikel

8

§

4

Voorschotbetaling van de subsidie

Artikel

9

§

5

Verplichtingen van het samenwerkingsverband

Artikel

10

Het samenwerkingsverband:

  • a.

    legt binnen zes weken na afloop van ieder subsidiejaar aan de Minister over een financieel jaarverslag, waaronder de realisering van de verklaring, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, alsmede een verslag van de daadwerkelijke voortgang van de werkzaamheden van het samenwerkingsverband;

  • b.

    legt, onverminderd onderdeel a, binnen zes weken na afloop van de periode waarop de bijdrage betrekking heeft aan de Minister over een financiële verantwoording betreffende de werkelijk gemaakte subsidiabele kosten, voorzien van een accountantsverklaring omtrent de getrouwheid, opgesteld conform een door de Minister vastgesteld controleprotocol;

  • c.

    voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde de voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde rechten en verplichtingen alsmede de betalingen en de ontvangsten kunnen worden nagegaan;

  • d.

    bewaart de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar;

  • e.

    toont op verzoek van de Minister de administratie en de daartoe behorende bescheiden op één adres;

  • f.

    neemt andere aanwijzingen van de Minister in acht ter zake van de administratie;

  • g.

    verleent op verzoek van de Minister medewerking aan het verrichten van onderzoek naar de besteding van de subsidie en houdt de bewijsstukken daartoe ter beschikking;

  • h.

    stelt de Minister onverwijld op de hoogte van wijzigingen in de organisatie waaronder het aantal deelnemers, en de bedrijfsvoering; en

  • i.

    doet onverwijld aan de Minister mededeling van de indiening van een verzoek om surséance van betaling of van faillissement.

§

6

Vaststelling van de subsidie

Artikel

11

§

7

Eindafrekening van de subsidie

Artikel

12

Binnen vier weken na de vaststelling van de subsidie wordt deze betaald onder verrekening van de betaalde voorschotten.

§

8

Beëindiging van de organisatie

Artikel

13

Het samenwerkingsverband kan met toestemming van de Minister worden beëindigd. Aan deze toestemming kan de Minister nadere voorschriften verbinden.

§

9

Gehele of gedeeltelijke intrekking van de subsidie

Artikel

14

§

10

Toezicht

Artikel

15

Artikel

16

§

11

Evaluatiebepaling

Artikel

17

De Minister stelt in 2000 een verslag vast over de doeltreffendheid en de effecten van deze regeling in de praktijk.

§

12

Slotbepalingen

Artikel

18

Artikel

19

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Tijdelijke subsidieregeling samenwerkingsverbanden binnenvaart.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink