Artikel
1
Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij uit de bepaling het tegendeel blijkt, verstaan onder:
-
a.
pensioenreglement: het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP;
-
b.
inkomen: het inkomen bedoeld in artikel 3.1, eerste tot en met vijfde lid van het pensioenreglement;
-
c.
werkgever: de werkgever bedoeld in artikel 2.2 van het pensioenreglement;
-
d.
werknemer: de werknemer bedoeld in artikel 2.3 van het pensioenreglement;
-
e.
deeltijdfactor: de deeltijdfactor bedoeld in artikel 1.4 van het pensioenreglement;
-
f.
belanghebbende: de werknemer die door vrijwillig vervroegd uittreden recht op uitkering heeft verkregen;
-
g.
vut-fonds: de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel, gevestigd te Heerlen;
-
h.
kaderwet: de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel (Stb. 1995, 640);
-
i.
vut-overeenkomst: de centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, zoals door de gezamenlijke sectorwerkgevers en de centrales van overheids- en onderwijspersoneel aangegaan op 30 oktober 1995 en nader vastgesteld op 20 december 1995;
-
j.
vut-wet: de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (Stb. 1984, 273).