Artikel
1
Op een aanvraag om ontheffing van de verplichting van artikel 4, eerste lid, onderdeel i, van het Warenwetbesluit kosmetische produkten tot vermelding van een of meer ingrediënten, wordt beslist met inachtneming van deze regeling.
Besluit:
Op een aanvraag om ontheffing van de verplichting van artikel 4, eerste lid, onderdeel i, van het Warenwetbesluit kosmetische produkten tot vermelding van een of meer ingrediënten, wordt beslist met inachtneming van deze regeling.
Een aanvraag om ontheffing gaat vergezeld van:
de naam of de handelsnaam en het adres of het hoofdkantoor van de aanvrager;
een nauwkeurige identificatie van het ingrediënt waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, te weten:
het CAS-, Einecs- en Colour Index-nummer, de chemische benaming, de IUPAC-naam, de INCI-benaming, de benaming in de Europese Farmacopee, de internationaal gebruikelijke benaming van de WGO en de gemeenschappelijke nomenclatuur als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van richtlijn 76/768/EEG betreffende de onderlinge aanpassingen van de wetgevingen der lid-staten inzake kosmetische produkten (PbEG L 262);
de Elincs-naam en het officiële nummer dat ingeval van een kennisgeving op grond van richtlijn 67/548/ EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en kenmerken van gevaarlijke stoffen (PbEG L 196), aan de desbetreffende kennisgeving is toegekend, alsmede de vermelding of een geheimhoudingsaanvraag op grond van artikel 19 van die richtlijn is goedgekeurd, dan wel afgewezen;
indien deze benamingen en nummers niet bestaan, de naam van de grondstof, de naam van het gebruikte plant- of diergedeelte, de namen van de bestanddelen van het ingrediënt;
de beoordeling van de veiligheid voor de menselijke gezondheid van het ingrediënt, zoals dat in het eindprodukt of de eindprodukten wordt gebruikt, met inachtneming van het toxicologisch profiel, de chemische structuur en het blootstellingsniveau van het ingrediënt overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 6, eerste lid, onder c en d, en het tweede lid, van het Warenwetbesluit kosmetische produkten;
het voorziene gebruik van het ingrediënt en met name de verschillende produktcategorieën waarin het zal worden gebruikt;
een omstandige rechtvaardiging van de redenen waarom bij wijze van uitzondering om ontheffing wordt verzocht;
de naam van elk produkt waarin het ingrediënt zal worden verwerkt en, wanneer wordt overwogen op de gemeenschappelijke markt verschillende namen te gebruiken, nauwkeurige vermeldingen van al deze benamingen. Wanneer een naam van het produkt nog niet bekend is, kan deze later worden medegedeeld, maar deze mededeling moet ten minste 15 dagen voordat het produkt in de handel wordt gebracht, geschieden. Ingeval het ingrediënt in meer produkten wordt verwerkt, kan met één aanvraag worden volstaan, mits deze produkten op duidelijke wijze ter kennis worden gebracht;
een verklaring waarin wordt vermeld, of met betrekking tot het ingrediënt waarvoor de ontheffing wordt aangevraagd, bij de bevoegde instantie van een andere lid-staat reeds een aanvraag tot geheimhouding van het ingrediënt is ingediend, en of aan deze aanvraag gevolg is gegeven.
Bij de verlening van de ontheffing wordt de aanvrager een registratie-nummer toegewezen dat het betrokken ingrediënt op de in artikel 4, eerste lid, onderdeel i, van het Warenwetbesluit kosmetische produkten bedoelde ingrediëntenlijst vervangt.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Geheimhoudingsregeling cosmetica.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.