Wet van 29 maart 1996 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994, houdende regeling van de verzelfstandiging van de Rijksdienst voor het Wegverkeer

Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994 (regeling verzelfstandiging Rijksdienst voor het Wegverkeer)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is de Rijksdienst voor het Wegverkeer te verzelfstandigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel

I

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VI

Onze Minister zendt binnen vijf jaar na inwerkingtreding van artikel 4a, en vervolgens telkens na vier jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functioneren van de Dienst Wegverkeer, waarbij in ieder geval aan de orde komen de rechtsvorm van de dienst, het arbeidsvoorwaardenregime en het proces van afstoten van taken naar de marktsector. De Dienst Wegverkeer is gehouden aan deze evaluatie medewerking te verlenen.

Artikel

VII

Wijzigt de Rijtijdenwet 1936.

Artikel

VIII

Wijzigt de Wet aanprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen.

Artikel

IX

Wijzigt de Wet regeling van de vergoeding van de kosten van registratie motorboten .

Artikel

X

Wijzigt de Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen.

Artikel

XI

Wijzigt de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.

Artikel

XII

Wijzigt de Wet inzake de luchtverontreiniging.

Artikel

XIII

Wijzigt de Arbeidstijdenwet.

Artikel

XIV

Wijzigt de Vleeskeuringswet.

ARTIKEL

XV

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De tekst van de Wegenverkeerswet 1994 wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A. Jorritsma-Lebbink
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager