Artikel
1
Met de invordering van de in artikel 408 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde onderhoudsgelden wordt belast de raad voor de kinderbescherming. Deze is gevestigd te Utrecht.
De raad is wat betreft de invordering van de onderhoudsgelden bevoegd op te treden ten behoeve van iedere minderjarige en meerderjarige die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet heeft bereikt.