Verzamelregeling BWOO

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,

Besluit:

Artikel

I

Artikel

II

Wijzigt de Regeling gelijkstelling weken, waarin geen arbeid is verricht met weken waarin arbeid is verricht.

Artikel

III

Wijzigt de Regeling gelijkstelling loondagen Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel.

Artikel

IV

Wijzigt de Regeling periode waarbinnen het recht op uitkering kan herleven.

Artikel

V

Het bedrag, bedoeld in artikel 20a van het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt gesteld op € 22,69 per kalenderweek gedurende welke de opleiding of scholing is of wordt gevolgd.

Artikel

VI

Wijzigt de Dagloonregelen.

Artikel

VII

Voor de toepassing van artikel 34d van het Besluit werkloosheid onderwijs en onderzoekpersoneel geldt het volgende:

Artikel 1

Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de loongerelateerde fase een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht op kortdurende uitkering als eerste beëindigd.

Artikel 2

  • 1.

    Indien de betrokkene tegelijkertijd recht heeft op loongerelateerde uitkering en vervolguitkering enerzijds en kortdurende uitkering anderzijds en zich, op het moment dat eerstgenoemde uitkering zich bevindt in de vervolgfase, een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder a, van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel, wordt voor de toepassing van het tweede, derde, vierde en vijfde lid van dat artikel het recht met de kortste resterende duur, als eerste beëindigd.

  • 2.

    Indien de in het eerste lid bedoelde rechten op uitkering een gelijke resterende duur hebben, wordt de kortdurende uitkering als eerste beëindigd.

Artikel

VIII

Voor de toepassing van artikel 49 van het Besluit werkloosheid onderwijs en onderzoekpersoneel geldt het volgende:

Artikel 1

De betrokkene, die recht heeft op een aanvullende uitkering als bedoeld in artikel 36 van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel (BWOO), kan in overeenstemming met het bepaalde in artikel 49 BWOO het bevoegd gezag, verzoeken om deze aanvullende uitkering af te kopen. Het bevoegd gezag kan de minister adviseren afkoop van de aanvullende uitkering toe te staan indien aannemelijk is dat betrokkene niet binnen drie jaar in een betrekking bij een instelling, op het personeel waarvan het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel van toepassing is verklaard, benoemd zal worden.

Artikel 2

Het bevoegd gezag adviseert de minister tevens op welk bedrag de afkoopsom dient te worden gesteld, met dien verstande dat het bedrag niet meer kan bedragen dan vijftig procent van de gekapitaliseerde aanvullende uitkering.

Artikel 3

De betrokkene die gebruik heeft gemaakt van zijn recht om een aanvullende uitkering af te kopen heeft zijn diensttijd voor de bepaling van het recht op aanvullende uitkering vergolden, ook al is de onderbreking in de diensttijd korter dan de periode, bedoeld in artikel 36, vijfde lid.

Artikel

IX

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

X

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 augustus 1996.

Artikel

XI

Deze regeling kan worden aangehaald als: 'Verzamelregeling BWOO'.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendr. ir. J.M.M.Ritzen