Artikel
1
In dit besluit wordt verstaan onder:
-
a.
de Bank: de Sociale Verzekeringsbank;
-
b.
de AOW: de Algemene Ouderdomswet;
-
c.
de Anw: de Algemene nabestaandenwet;
-
d.
de AKW: de Algemene Kinderbijslagwet;
-
e.
vordering: een vordering uit hoofde van een boete die is opgelegd op grond van artikel 17c AOW, op grond van artikel 39 Anw of op grond van artikel 17a AKW, alsmede een bedrag dat wordt teruggevorderd in een besluit als bedoeld in de artikelen 24 AOW, 54 Anw en 24 AKW, beide met inbegrip van de verhogingen als bedoeld in de artikelen 17i, zesde lid, AOW, 45, zesde lid, Anw en 17g, zesde lid, AKW;
-
f.
schuldenaar: degene aan wie een boete is opgelegd dan wel van wie een bedrag wordt teruggevorderd;
-
g.
aflossingscapaciteit: het deel van het inkomen van de schuldenaar dat met inachtneming van de beslagvrije voet, bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, kan worden aangewend voor betaling of verrekening van de vordering;
-
h.
vermogen: vermogensrechten, roerende en onroerende zaken, met uitzondering van zaken waarvan de dagwaarde minder dan € 1 135,– bedraagt.