Wet van 4 juli 1996 tot wijziging van de Wet op het basisonderwijs, de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en de Tijdelijke wet bekostiging nieuwe basisscholen inzake vereenvoudiging van het bekostigingsstelsel voor het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs (vereenvoudiging Londo)

Wijzigingswet Wet op het basisonderwijs en ISOVSO inzake vereenvoudiging Londo

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is de regelgeving inzake de bekostiging van het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs te vereenvoudigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

WIJZIGING VAN DE WET OP HET BASISONDERWIJS

Wijzigt de Wet op het basisonderwijs.

ARTIKEL

II

WIJZIGING VAN DE INTERIMWET OP HET SPECIAAL ONDERWIJS EN HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS

Wijzigt de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

ARTIKEL

III

OVERGANGSBEPALING VERGOEDINGEN

ARTIKEL

IV

OVERGANGSBEPALING BIJZONDERE OMSTANDIGHEDEN

In afwijking van het bepaalde in artikel 135, derde lid onderdeel b, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 129, derde lid, onderdeel b, van de Wet op de expertisecentra, en artikel 244, derde lid, onderdeel b, van de Wet op het voortgezet onderwijs wijst Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het verzoek tot 1 januari van het derde jaar volgend op de inwerkingtreding van deze wet, af indien de bijzondere omstandigheden niet het gevolg zijn van een aanmerkelijke afwijking van de omvang van de componenten van de voorziening ten aanzien waarvan de bijzondere omstandigheden zouden bestaan.

ARTIKEL

V

GEWENNINGSREGELING

ARTIKEL

VA

OVERGANGSREGELING VERGOEDING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING LICHAMELIJKE OEFENING IN PRIMAIR ONDERWIJS IN DE PERIODE VAN 1 JANUARI 1997 TOT EN MET 31 JULI 1997

Voor de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 juli 1997 wordt de vergoeding die overeenkomstig de artikelen 95a en 102 van de Wet op het basisonderwijs, onderscheidenlijk 92b en 99 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs wordt verleend, vastgesteld op de vergoeding voor de materiële instandhouding van een ruimte voor onderwijs in lichamelijke oefening waarop voor die periode aanspraak zou hebben bestaan op grond van de regelgeving zoals die luidde ten behoeve van de vergoeding voor de periode van 1 augustus 1996 tot en met 31 december 1996, met dien verstande dat de vergoeding wordt aangepast overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële consumptie, zoals opgenomen in de Macro Economische Verkenning, die naar verwachting zal optreden tussen het prijsniveau in het jaar 1996 en het jaar 1997.

ARTIKEL

VB

OVERGANGSREGELING VERGOEDING VOOR MATERIËLE INSTANDHOUDING BIJ INSTELLINGEN IN DE JAREN 1997, 1998 EN 1999

Met betrekking tot de vergoeding op grond van artikel XII van de wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen (Stb. 1995, 319) wordt nagegaan op welk bedrag een instelling in het jaar 1997 recht zou hebben indien in dat jaar op de instelling de artikelen 89 tot en met 92, 93, 97 en 98 van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, zoals luidend met ingang van 1 januari 1997, van toepassing zouden zijn. Indien dit bedrag hoger is dan het bedrag waarop de instelling op grond van voornoemd artikel XII recht zou hebben bij ongewijzigde toepassing van artikel XII, wordt voor het jaar 1997 het hogere bedrag vergoed en wordt dit hogere bedrag als basis genomen voor de aanpassing van de vergoeding als bedoeld in het tweede lid van voornoemd artikel XII ten behoeve van de jaren 1998 en 1999.

ARTIKEL

VI

WIJZIGING TIJDELIJKE WET BEKOSTIGING NIEUWE BASISSCHOLEN

Wijzigt de Tijdelijke wet bekostiging nieuwe basisscholen.

ARTIKEL

VIII

WIJZIGING IN VERBAND MET HET VOORSTEL VAN WET TOT WIJZIGING VAN DE WET OP HET BASISONDERWIJS INZAKE DE OVERBOEKING VAN NIET BESTEDE VERGOEDINGEN EN WIJZIGING VAN DE INTERIMWET OP HET SPECIAAL ONDERWIJS EN HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS INZAKE DE OVERBOEKING VAN NIET BESTEDE VERGOEDINGEN EN HET VERVALLEN VAN DE VERPLICHTE PAUZE

Wijzigt de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

ARTIKEL

IX

WIJZIGINGEN IN VERBAND MET HET VOORSTEL VAN WET TOT WIJZIGING VAN DE WET OP HET BASISONDERWIJS, DE INTERIMWET OP HET SPECIAAL ONDERWIJS EN HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS, ALSMEDE DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS IN VERBAND MET DE DECENTRALISATIE VAN DE HUISVESTINGSVOORZIENINGEN

Wijzigt deze wet.

ARTIKEL

X

WIJZIGINGEN IN VERBAND MET HET VOORSTEL VAN WET TOT WIJZIGING VAN DE WET OP HET BASISONDERWIJS, DE INTERIMWET OP HET SPECIAAL ONDERWIJS EN HET VOORTGEZET SPECIAAL ONDERWIJS, ALSMEDE DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS IN VERBAND MET DE DECENTRALISATIE VAN DE HUISVESTINGSVOORZIENINGEN

Wijzigt deze wet.

ARTIKEL

XI

INWERKINGTREDING

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari van een bij koninklijk besluit te bepalen jaar, met dien verstande dat

  • a.

    artikel I, voor zover het betreft artikel 101, vijfde lid, en artikel II, voor zover het betreft artikel 98, vijfde lid, in werking treden met ingang van de tweede dag na inwerkingtreding van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, van die artikelen, en

  • b.

    artikel VII in werking treedt met ingang van 1 september van het jaar voorafgaande aan het in de aanhef bedoelde jaar.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, T. Netelenbos
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager