Wet van 4 juli 1996, houdende wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met de bevordering van de kwaliteit en de studeerbaarheid van het onderwijs

Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ivm bevordering van de kwaliteit en de studeerbaarheid van het onderwijs

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is voorzieningen te treffen in verband met de voortgaande bevordering van de kwaliteit van het hoger onderwijs en de verbetering van de organisatie en de inrichting van de onderwijsprogramma's;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

ARTIKEL

III

Vervallen

ARTIKEL

IV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, J. M. M. Ritzen
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager