Regeling vangstbeperking haring

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Gelet op verordening (EG) nr. 1265/96 van de Commissie van de Europese Unie van 1 juli 1996 tot vaststelling van urgente instandhoudingsmaatregelen ter bescherming van het Noordzeeharingbestand (PbEG L 163) en de artikelen 2 en 15 van de Regeling vangstbeperking;

Besluit:

Artikel

1

De vrijstellingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Regeling vangstbeperking worden ingetrokken voorzover die vrijstellingen betrekking hebben op de vangst van haring in de sectoren IIa (EG-zone), IVa en IVb tezamen, onderscheidenlijk de sectoren IVc en VIId tezamen.

Artikel

2

Artikel

3

Bijlage 3 van de Regeling vangstbeperking wordt gewijzigd als volgt:

Het totaal voor de Nederlandse vissers in 1996 te vangen hoeveelheden (x 1000 kg) in levend gewicht te vangen haring wordt voor de navolgende gebieden gewijzigd in:

Gebied:

Hoeveelheid:

in de sectoren IVa

en IVb tezamen

21.380

in de sectoren IVc

en VIId tezamen

13.940

Artikel

4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

‘s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen