Aanvullende voorschriften en beperkingen voor het doen van onderzoekingen door verenigingen van radiozendamateurs

aanvullende voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen door verenigingen van radiozendamateurs 1996

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 17, lid 6 onder a van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en op artikel D.1.2. van het Besluit radio-elektrische inrichtingen;

Besluit:

Artikel

1

Algemeen

De machtigingsvoorschriften en beperkingen voor het doen van onderzoekingen door radiozendamateurs zijn van toepassing.

Artikel

2

Definitie

Verenigingsstation:

Amateurstation;

RDR:

de Rijksdienst voor Radiocommunicatie van de Hoofddirectie Telecommunicatie en Post van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

Artikel

3

Verstrekken van gegevens

In aanvulling op het bepaalde in artikel 4 van de machtigingsvoorschriften en beperkingen voor radiozendamateurs dient de machtiginghouder een radiozendamateur van de categorie A of C aan te wijzen die namens de machtiginghouder belast is met het beheer van het Verenigingsstation.

Indien de aangewezen radiozendamateur niet meer is belast met het beheer van het Verenigingsstation, dient de RDR daarvan door de machtiginghouder schriftelijk in kennis te worden gesteld.

Artikel

4

Gebruik

Artikel

5

Logboek

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 1996.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als: aanvullende voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen door verenigingen van radiozendamateurs, met vermelding van het jaartal van de Staatscourant waarin zij zal worden geplaatst.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink