Artikel
1
1
Vrijstelling wordt verleend van artikel 5, tweede lid, onder b, van het Warenwetbesluit Frisdranken, voor wat betreft het maximale gehalte aan cafeïne van de daar bedoelde waren, onder de volgende voorwaarden:
-
a.
het cafeïnegehalte van de waar is niet hoger dan 350 mg/l;
-
b.
bij het verhandelen van de waar wordt op het etiket de volgende vermelding: ’bevat 150-350 mg/l cafeïne; komt overeen met 2-4 koppen koffie’ gebezigd, tenzij de cafeïne uitsluitend afkomstig is van aan de waar toegevoegd koffie-extract.
2
Het eerste lid, onder b, is niet van toepassing op eet- en drinkwaren die in een andere lid-staat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn bereid en in het verkeer gebracht, onder de voorwaarde dat de etikettering daarvan de consument op passende wijze informeert over de aard en de kenmerken van die waren, ten einde een onderscheid mogelijk te maken met de in het Warenwetbesluit Frisdranken bedoelde waren.