Artikel
1
1
De geluidsbelasting als bedoeld in artikel 20, tweede lid onder d ten tweede, van de Luchtvaartwet, veroorzaakt door vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving en met een toegelaten totaalmassa tussen de 390 kg en 6000 kg, wordt berekend op de manier die is beschreven in rapport NLR TR 88125 U, Voorschrift voor de berekening van de geluidsbelasting ten gevolge van de kleine luchtvaart, dat als bijlage 1 bij deze regeling is opgenomen.
2
In afwijking van het eerste lid wordt de geluidsbelasting als daar bedoeld, veroorzaakt door vaste vleugelvliegtuigen met schroefaandrijving en met een toegelaten totaalmassa tussen de 390 en 6000 kg, voor zover deze luchtvaartuigen gebruik maken van dezelfde aan- en uitvliegroutes als de luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, danwel de vliegpatronen van deze luchtvaartuigen overeenkomen met die van luchtvaartuigen van ten minste 6000 kg, berekend op de manier die is voorgeschreven in de regeling van 12 januari 1984, nr LI/L 20149 (Stcrt. 1984, 95), houdende voorschriften voor de berekening van de geluidsbelasting door grote vliegtuigen.