Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

Beleidsregel amateurluchtvaartuigen

Artikel

1

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    luchtarbeid: een activiteit waarbij het luchtvaartuig wordt gebruikt voor speciale diensten zoals landbouwspuitvliegen, constructiewerkzaamheden, luchtfotografie, begeleiding, observatie en controle of luchtreclame;

  • b.

    amateurluchtvaartuig: een luchtvaartuig dat, al dan niet volgens eigen ontwerp, is gebouwd door een amateurbouwer voor privégebruik, zonder commercieel oogmerk;

  • c.

    directeur-generaal: directeur-generaal van de rijksluchtvaartdienst;

  • d.

    geluidswijziging: een wijziging aan het luchtvaartuig die invloed kan hebben op de geluidproduktie van het luchtvaartuig;

  • e.

    log-entry: een verklaring met betrekking tot uitgevoerde werkzaamheden.

Artikel

3

Artikel

4

De eigenaar of houder van een amateurluchtvaartuig is met betrekking tot het onderhoud, de revisie en de herstelling van dit luchtvaartuig verplicht:

  • a.

    medewerking te verlenen aan de uitoefening van overheidstoezicht;

  • b.

    zeker te stellen dat de verwerkte materialen, onderdelen, halfprodukten en uitrustingsstukken voldoen aan de voor het luchtvaartuig voorgeschreven specificaties;

  • c.

    zeker te stellen dat de vervaardigde delen ten minste gelijkwaardig zijn aan de te vervangen oorspronkelijke delen.

Artikel

5

Artikel

6

In het RLD-vlieghandboek van een amateurluchtvaartuig worden in het algemeen de volgende gebruiksbeperkingen opgenomen:

  • 1.

    Dit amateurluchtvaartuig mag niet worden gebruikt voor:

    • a.

      luchtarbeid;

    • b.

      vlieglessen;

    • c.

      commerciële doeleinden, zoals het vervoeren van passagiers of lading, verhuur of rondvluchten;

    • e.

      IFR-vluchten;

    • f.

      vluchten boven of binnen een afstand van 100 meter van de bebouwde kommen, gebouwen, industriegebieden, havengebieden of mensenverzamelingen;

    • g.

      vluchten binnen plaatselijke luchtverkeersleidingsgebieden, tenzij hiervoor voor iedere vlucht afzonderlijk toestemming van de luchtverkeersleiding is verkregen. De gezagvoerder is er voor verantwoordelijk dat de luchtverkeersleiding wordt geïnformeerd over het experimentele karakter en de opgelegde beperkingen.

    • h.

      vluchten buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam, tenzij schriftelijk toestemming is verkregen van de betreffende luchtvaartautoriteiten.

  • 2.

    Het aantal vlieguren is beperkt tot 50 vlieguren per kalenderjaar.

  • 3.

    In en op het amateurluchtvaartuig wordt duidelijk aangegeven dat het een experimenteel luchtvaartuig betreft waarvan niet is aangetoond dat het voldoet aan de internationale veiligheidseisen voor luchtvaartuigen.

  • 4.

    De gezagvoerder informeert iedere passagier voorafgaand aan de vlucht over het experimentele karakter van dit luchtvaartuig.

Artikel

7

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1996.

Artikel

8

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel amateurluchtvaartuigen.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst,J.W.Weck