Artikel
1
Er is een Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen.
Besluiten:
Er is een Overleggroep toetsing zorgvuldig medisch handelen rond het levenseinde bij pasgeborenen.
De overleggroep heeft tot taak op grond van zorgvuldigheidseisen voor medisch handelen ten aanzien van pasgeborenen met ernstige aandoeningen voorstellen te doen voor een procedure voor melding en toetsing van gevallen waarin dat handelen heeft geleid tot opzettelijke levensbeëindiging.
In de overleggroep worden benoemd:
Tot voorzitter, tevens lid:
prof. dr. H.A.M. Manschot, hoogleraar ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek te Utrecht,
tot leden:
mr. drs. K.M. Brouwer de Koning-Breuker, advocaat te Den Haag,
dr. R.J.M. Dillmann, secretaris van het Hoofdbestuur van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst te Utrecht,
dr. L.A.A. Kollée, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis St. Radboud te Nijmegen,
mw. mr. A.G. Korvinus, advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam,
dr. R. de Leeuw, kinderarts-neonatoloog, verbonden aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam,
prof. mr. J. Legemaate, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam,
dr. H. Wierenga, kinderarts, verbonden aan het Wilhelmina Ziekenhuis Assen,
prof. dr. T. van Willigenburg, hoogleraar medische-ethiek aan de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam,
mw. mr. M.L. Groothuyse, beleidsmedewerker bij de Directie Beleid, sector Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie,
mw. mr. M.C.E. van Heurck, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
tot secretaris:
mr. J.J.F. Visser, senior beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
De overleggroep kan in het belang van haar werkzaamheden externe deskundigen raadplegen.
De overleggroep vangt haar werkzaamheden aan in juni 1996.
De overleggroep brengt voor 1 maart 1997 aan de ondergetekenden verslag uit van haar werkzaamheden. Zij kan daarbij opmerkingen maken ten aanzien van die punten betreffende de voorstellen die haars inziens speciale aandacht behoeven.