Wet van 13 december 1996 tot wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Wijzigingswet belastingwetten herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is het regime voor de inkomstenbelasting ter zake van winst uit aanmerkelijk belang te herzien ten einde te komen tot een evenwichtiger behandeling van voordelen uit aandelen en vervreemdingswinst op aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren en voorts dat het wenselijk is te komen tot een beperking van de aftrekbaarheid van rente op consumptieve leningen voor die belasting alsmede tot een wijziging van de vermogensbelasting en enige andere wijzigingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1969.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet op de vermogensbelasting 1964.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

ARTIKEL

IV

Wijzigt de Invorderingswet 1990.

ARTIKEL

V

Wijzigt de Successiewet 1956.

ARTIKEL

VI

Wijzigt de Wet op de dividendbelasting 1965.

ARTIKEL

VII

Wijzigt de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

ARTIKEL

VIII

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

ARTIKEL

IX

Wijzigt de Wijzigingswet van 24 december 1993 van belastingwetten (verhoging van de ondernemingsvrijstelling, wijziging teruggaafregeling inzake beperking van de gezamenlijke druk van inkomstenbelasting en vermogensbelasting, verhoging van de belastingvrije sommen en vrijstelling van natuurschoonwetlandgoederen in de vermogensbelasting, wijziging loon- en inkomstenbelasting ivm uitstel van loon, alsmede wijziging van de fictief-rendementsregeling in de inkomstenbelasting (Stb. 733).

ARTIKEL

X

Voor de kalenderjaren 1997 en 1998 worden de in artikel 45, vierde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 genoemde bedragen van f 5 000 en f 10 000, onderscheidenlijk de bedragen die per 1 januari 1998 daarvoor in de plaats komen na de bijstelling op de voet van artikel 66b van die wet, verhoogd tot onderscheidenlijk:

f 10 000 en f 20 000 voor het kalenderjaar 1997;

f 7500 en f 15 000 voor het kalenderjaar 1998.

ARTIKEL

XII

ARTIKEL

XIII

ARTIKEL

XIV

Onze Minister van Financiën zal de Staten-Generaal zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval vóór 1 juli 1997 en vervolgens vóór 1 juli 1998, alsmede vóór 1 juli 1999, op de hoogte brengen van meeropbrengsten van structurele aard indien deze zich bij de dividendbelasting of de inkomstenbelasting voordoen als gevolg van de invoering van het gewijzigde regime voor winst uit aanmerkelijk belang.

ARTIKEL

XV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager