Artikel
1
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
De voorzitter en de overige leden van de Raad worden voor vier jaar benoemd en eenmaal herbenoemd.
In geval van een vacature in de Raad vraagt de Minister aan de benoemingenadviescommissie een voorstel te doen voor de vervulling van die vacature.
Bij een voorstel voor de vervulling van een vacature geeft de benoemingenadvies-commissie in ieder geval aan op welke wijze:
is zorggedragen dat de aandachtsgebieden, bedoeld in artikel 2d van de wet, door middel van één of meer leden in de Raad herkenbaar aanwezig zijn;
is gestreefd naar:
evenredige deelname aan de Raad van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen;
deelname aan de Raad van een of meer leden die voldoende kennis dragen van het gemeentelijke of provinciale cultuurbeleid; en
een spreiding van leden over het gehele land.
Alvorens de Minister op basis van het voorstel van de benoemingenadvies-commissie een voordracht voor een benoeming aan de Kroon doet, kan hij de Raad over de voordracht horen.
Indien de Raad van mening is dat voor de voorbereiding van een advies door een vaste of tijdelijke commissie een specifieke deskundigheid is vereist die niet reeds in voldoende mate in de Raad aanwezig is, kan de Raad de Minister voorstellen doen voor de benoeming van andere personen dan leden van de Raad tot lid van een vaste of tijdelijke commissie van de Raad.
Over een voorstel als bedoeld in artikel 5 vraagt de Minister advies aan de benoemingenadviescommissie.
In een advies als bedoeld in artikel 6 geeft de benoemingenadviescommissie in ieder geval aan:
in hoeverre zo’n benoeming naar haar oordeel noodzakelijk is; alsmede
of bij het voorstel in voldoende mate rekening is gehouden met het streven naar:
evenredige deelname van vrouwen en personen behorende tot etnische of culturele minderheidsgroepen;
deelname aan een commissie van leden die voldoende kennis dragen van het gemeentelijke of provinciale cultuurbeleid; en
een spreiding van leden over het gehele land.
Er is een benoemingenadviescommisie die de Minister op verzoek adviseert over omvang en samenstelling van de Raad of van commissies van de Raad.
De benoemingenadviescommissie bestaat uit ten hoogste zes leden, waaronder de voorzitter, van wie uit hoofde van hun kennis van het terrein van de cultuur een nuttige bijdrage aan de werkzaamheden van de commissie kan worden verwacht.
De benoemingenadviescommissie regelt zelf haar werkwijze.
De Minister voegt aan de benoemingenadviescommissie een secretaris toe.
Met ingang van 20 november 1996 zijn voor een periode van vier jaar als lid van de benoemingenadviescommissie benoemd:
de heer prof. drs. A. van der Staay, voorzitter;
mevrouw drs. J.L.M. Baartmans;
de heer E. Fallaux;
de heer J. Jessurun;
de heer mr. D.W. van Krevelen; en
de heer mr. J. de Ruiter.
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels benoemingen Raad voor cultuur.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 20 november 1996.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.