Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997

De Minister van Defensie,
Gelet op artikel 3a, eerste en vierde lid, van de Wet wapens en munitie;

Besluit:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze regeling wordt begrepen onder:

personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn voor de krijgsmacht:

  • a.

    Nederlandse en niet-Nederlandse militairen in werkelijke dienst;

  • b.

    burgerambtenaren in dienst van de Minister van Defensie, belast met de uitoefening van de beveiligings- of bewakingstaak;

  • c.

    burgerambtenaren in dienst van de Minister van Defensie, werkzaam bij een materieelbeproevings- of onderhoudsafdeling danwel werkzaam bij een schietinrichting of vervoersdienst van wapens en munitie;

  • d.

    civiele contractspartijen, voor zover deze door Onze Minister van Defensie zijn belast met het vervoer van wapens of munitie.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Met ingang van inwerkingtreding van deze regeling berusten vergunningen, afgegeven op grond van de Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel van 19 september 1994 (Stcrt. 185), voor de duur van hun geldigheid of op artikel 2, derde lid, of op artikel 2, vierde lid, van deze regeling.

Artikel

5

De Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel van 19 september 1994 (Stcrt. 185) wordt ingetrokken.

Artikel

6

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 december 1996 treedt zij in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 1997.

Artikel

7

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling wapens en munitie krijgsmachtpersoneel 1997.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Defensie, J.J.C.Voorhoeve