Regeling maatregelen sector OenW

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Mede namens de minister van landbouw, natuurbeheer en visserij,
In overeenstemming met de Sectorcommissie Onderwijs en Wetenschappen;

Besluit:

Artikel

1

Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het BWOO: het Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekpersoneel;

  • b.

    maatregel: een weigering of beperking van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 13, eerste en tweede lid BWOO;

  • c.

    betrokkene: degene, bedoeld in artikel 1 van het BWOO;

  • d.

    uitvoeringsorgaan: de instantie waaraan de Minister de uitvoering van het BWOO heeft opgedragen;

  • e.

    de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, en voor wat betreft het landbouwonderwijs, onze minister van landbouw, natuurbeheer en visserij.

Artikel

2

Algemene bepaling

Artikel

3

Verplichtingen eerste categorie

Artikel

4

Verplichtingen tweede categorie

Artikel

5

Verplichtingen derde categorie

Artikel

6

Verplichtingen vierde categorie

Artikel

7

Verplichtingen vijfde categorie

Artikel

8

Verplichtingen zesde categorie

Artikel

9

Ontbreken verwijtbaarheid

Het uitvoeringsorgaan legt geen maatregel op indien iedere verwijtbaarheid ten aanzien van het niet of niet behoorlijk nakomen van een verplichting ontbreekt.

Artikel

10

Niet nakoming twee of meer verplichtingen

Artikel

11

Recidive

Artikel

12

Samenvoeging van maatregelen

Artikel

13

Ingang van de maatregel

De maatregel gaat in op de eerste dag van de overtreding of op de eerste dag waarover de uitkering wordt toegekend, respectievelijk de eerste dag waarop recht bestaat op uitkering.

Artikel

14

Realisering van de maatregel

Een tijdelijk gedeeltelijke weigering als maatregel, bedoeld in de artikelen 3 tot en met 7, met uitzondering van artikel 7, eerste lid onder d, wordt op grond van het BWOO gerealiseerd door het uitkeringspercentage van:

  • 70 %, bedoeld in artikel 29 en 34 van het BWOO,

  • 78% ,bedoeld in artikel 37 van het BWOO,

  • 100%, bedoeld in artikel 33 van het BWOO,

  • 108%, bedoeld in artikel 34i van het BWOO, te korten met het aantal procentpunten van de maatregel.

Artikel

15

Vakantie

Artikel

16

Overgangsbepaling

Artikel

17

Intrekking publicatie

De publicatie van 15 februari 1994, kenmerk AB-94000855, gepubliceerd in Uitleg 6a van 23 februari 1994, wordt voor wat betreft hoofdstuk 2 ingetrokken.

Hoofdstuk 2 blijft van toepassing op gedragingen die zich voordoen voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling.

Artikel

18

Bekendmaking

Deze regeling zal met toelichting in Uitleg OCenW-regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

19

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met in gang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-regelingen, waarin deze regeling is geplaatst.

Artikel

20

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling maatregelen sector OenW.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,dr. ir. J.M.M.Ritzen

Bijlage

als bedoeld in artikel 2, eerste lid van het Maatregelenbesluit OCenW

De in artikel 2 bedoelde verplichtingen worden onderscheiden in de volgende categorieën:

1. Eerste categorie

1. de betrokkene is verplicht uiterlijk de eerste werkdag volgend op de eerste dag van werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan aangifte te doen van zijn werkloosheid (artikel 12, eerste lid, onderdeel a, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht binnen drie weken na het intreden van zijn werkloosheid bij het uitvoeringsorgaan een aanvraag om een uitkering in te dienen ( artikel 12, eerste lid, onderdeel b, van het BWOO);

3. de betrokkene is verplicht zich tijdig als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te doen inschrijven en die inschrijving tijdig te doen verlengen ( artikel 12, eerste lid, onderdeel d, van het BWOO);

4. de betrokkene is verplicht voor elke betaling van de uitkering, op een door het uitvoeringsorgaan aangegeven plaats en tijdstip, melding te doen van (periodieke) mutaties, dan wel een door het uitvoeringsorgaan vastgesteld formulier betreffende onder meer verrichtte werkzaamheden en genoten inkomsten (het maandformulier) door hem ondertekend in te dienen. ( artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van het BWOO);

5. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die de minister stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering- (artikel 12, eerste lid, onderdeel h, van het BWOO);

6. de betrokkene is verplicht binnen de daarvoor vastgestelde termijn aan het uitvoeringsorgaan op haar verzoek alle feiten en omstandigheden mee te delen waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op, uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of op het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald ( artikel 11 van het BWOO);

2. Tweede categorie

1. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die het uitvoeringsorgaan ten behoeve van een doelmatige controle stelt, voor zover niet genoemd in de overige categorieën (artikel 12, eerste lid, onderdeel c, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht te voldoen aan de andere voorwaarden die het uitvoeringsorgaan stelt.

3. Derde categorie

1. de betrokkene is verplicht gevolg te geven aan een verzoek van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie om inlichtingen van belang voor de uitvoering van het BWOO en de daarop berustende bepalingen te verstrekken ( artikel 12, eerste lid, onderdeel e, van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht mee te werken aan een voor hem gewenst onderzoek naar zijn arbeidsgeschiktheid door een geneeskundige, een psycholoog of een beroepskeuzeadviseur (artikel 12, eerste lid, onderdeel g, van het BWOO).

4. Vierde categorie

1. de betrokkene voorkomt dat hij werkloos is of blijft, doordat hij in onvoldoende mate tracht passende arbeid te verkrijgen (artikel 10, eerste lid, onderdeel b, ten 1, van het BWOO);

2. de betrokkene voorkomt dat hij in verband met door hem te verrichten arbeid eisen stelt die het aanvaarden of verkrijgen van passende arbeid belemmeren (artikel 10, eerste lid, onderdeel b, ten 4);

3. de betrokkene is verplicht deel te nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing en voldoende mee te werken aan het bereiken van een gunstig resultaat ( artikel 12, eerste lid, onderdeel f);

4. de betrokkene is verplicht de voorschriften op te volgen die de minister stelt in verband met het genieten van vakantie tijdens de duur van de uitkering (artikel 12, eerste lid, onderdeel h, van het BWOO). Voor de toepassing van deze categorie wordt hieronder verstaan: gevolg te geven aan een beslissing van het uitvoeringsorgaan dat hij, op grond van zijn kansen op de arbeidsmarkt in de periode van de voorgenomen vakantie, in de door hem gemelde periode geen vakantie dan wel geen vakantie van de voorgenomen duur mag genieten, onder voorwaarde dat de betrokkene over deze beslissing schriftelijk in kennis is gesteld binnen drie weken na mededeling van betrokkene over de voorgenomen vakantie.

5. Vijfde categorie

1. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds, of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij door de wijze van beëindiging van de dienstbetrekking loonaanspraken prijsgeeft ( artikel 11 onder b van het BWOO);

2. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds, of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij aanspraken op inkomsten die op de uitkering in mindering kunnen worden gebracht prijsgeeft ( artikel 11 onder b van het BWOO);

3. de betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij geen tijdig gebruik maakt van een voor hem bestaande mogelijkheid bij derden zijn aanspraken op loon, vakantiegeld, vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de dienstbetrekking verschuldigd is aan derden geldend te maken ( artikel 11, onder b van het BWOO);

4. De betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen, doordat hij instemt dan wel berust in het niet voldoen door de werkgever van zijn aanspraken op loon, vakantiebijslag of bedragen die de werkgever in verband met de dienstbetrekking verschuldigd is aan derden ( artikel 11 onder b van het BWOO);

5. De betrokkene is verplicht zich zodanig te gedragen dat hij door zijn doen en laten de minister, het Participatiefonds of de instelling voor zover deze budgetverantwoordelijkheid draagt voor de werkloosheidsuitkeringen niet benadeelt of zou kunnen benadelen door te handelen of na te laten voor zover niet genoemd in deze categorie, ten 1 tot en met 4 ( artikel 11 onder b van het BWOO).

6. De betrokkene voorkomt dat een verplichting hem opgelegd op grond van artikel 10, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, van het BWOO niet is nagekomen

7. De betrokkene voorkomt dat een verplichting hem opgelegd op grond van artikel 10, eerste lid onderdeel a, of onderdeel b, onder 3°, van het BWOO niet is nagekomen.

6. Zesde categorie

De betrokkene is verplicht het uitvoeringsorgaan uit eigen beweging onverwijld alle feiten en omstandigheden mee te delen, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op uitkering, het geldend maken van het recht op uitkering, de hoogte of de duur van de uitkering, of het bedrag van de uitkering dat aan de betrokkene wordt betaald.