Artikel
1
Ten behoeve van de beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar wordt gebruik gemaakt van één van de in de bijlage bij deze regeling gevoegde modellen A tot en met E.
Besluit:
Ten behoeve van de beëdiging van een buitengewoon opsporingsambtenaar wordt gebruik gemaakt van één van de in de bijlage bij deze regeling gevoegde modellen A tot en met E.
Voor het opmaken van het proces-verbaal van de aflegging van de eed, dit kan zijn de eed of de belofte, dient gebruik te worden gemaakt van het in de bijlage bij deze regeling gevoegde model.
De buitengewoon opsporingsambtenaar dient, indien hem een voorschrift tot het gedurende de uitoefening van zijn ambt voorhanden hebben van een geweldmiddel is gegeven, een verklaring over de aanschaf en de afvoer van het geweldmiddel te ondertekenen. De in de bijlage bij deze regeling gevoegde modelverklaring dient hiervoor te worden gebruikt.
De besluiten van de Minister van Justitie van 9 december 1994, nr. 471418/594/NE en van 12 september 1995, nr. 514937/595/NE, worden ingetrokken.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 1997.
Dit besluit zal worden geplaatst in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad met uitzondering van de bijlagen die ter inzage liggen op het Ministerie van Justitie, Directie Strafrechtelijke Handhaving.