ARTIKEL
I
WIJZIGINGEN IN DE WET OP DE TELECOMMUNICATIEVOORZIENINGEN
Wijzigt de Wet op de telecommunicatievoorzieningen.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op de telecommunicatievoorzieningen.
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.
Wijzigt het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 29b van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen zoals dit komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet, is niet van toepassing ten aanzien van:
randapparatuur waarvoor, in overeenstemming met richtlijn nr. 86/361/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1986 betreffende de eerste fase van de wederzijdse erkenning van goedkeuringen van eindapparatuur voor telecommunicatie (PbEG L 217), voor 6 november 1992 een typegoedkeuring is verleend;
randapparatuur waarvoor in de periode tussen 6 november 1992 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, op grond van richtlijn nr. 91/263/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PbEG L 128), een goedkeuring is verleend.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.