ARTIKEL
I
Wijzigt de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer.
Wijzigt de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer.
Wijzigt de Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement.
Indien een lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal of van het Europese Parlement op het moment van inwerkingtreding van deze wet naast de schadeloosstelling inkomen uit vroegere arbeid ontvangt, en dit inkomen op grond van de desbetreffende regeling verminderd wordt wegens de schadeloosstelling, wordt zolang het lidmaatschap van de Tweede Kamer respectievelijk het Europese Parlement niet onderbroken wordt, voor de toepassing van die regeling de schadeloosstelling gesteld op het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 14 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de leden van de Eerste Kamer der Staten-Generaal met dien verstande dat onder de schadeloosstelling tevens wordt verstaan de vergoeding voor de werkzaamheden en dat voor de toepassing van de regeling, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding van de werkzaamheden wordt gesteld op het bedrag dat, gelet op artikel 9 van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer, als vergoeding voor de werkzaamheden zou gelden indien de schadeloosstelling van de Tweede Kamer verbonden zou zijn aan schaal 14 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien betrokkene een non-activiteitswedde geniet op grond van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement. In dat geval wordt de schadeloosstelling voor de toepassing van artikel 4 van die wet gesteld op het bedrag dat is verbonden aan het hoogste salarisnummer van schaal 14 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984.
Een tijdelijk ontslag als bedoeld in artikel X 10 van de Kieswet geldt niet als een onderbreking in de zin van het eerste lid.
Deze wet treedt in werking met ingang van de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.