Tijdelijke regeling steunmaatregelen financiële positie en financieel management bve-instellingen

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op artikel 12.3.48, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    minister:

    de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • b.

    wet:

    de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • c.

    instelling:

    een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, met dien verstande dat bij de toepassing van artikel 8 onder instelling niet worden begrepen de scholen, instellingen en instituten, bedoeld in artikel 12.3.2 van de wet, de vakinstellingen, bedoeld in artikel 12.3.5 van de wet, de instellingen van een bepaalde richting bedoeld in artikel 12.3.6 van de wet en de instellingen met een extra breedtegebrek bedoeld in artikel 12.3.7 van de wet;

  • d.

    aanvullende middelen:

    de middelen die de minister eenmalig en onder de voorwaarden bedoeld in deze regeling beschikbaar stelt aan een instelling;

  • e.

    rechtsvoorgangers:

    de scholen bedoeld in artikel 12.3.2 van de wet, waaruit de instelling in 1994, 1995 of 1996 is voortgekomen;

  • f.

    exploitatie resultaat:

    het resultaat per jaar, van de jaarrekening bedoeld in artikel 2.5.3, derde lid, van de wet, van een instelling, voorzover dit resultaat betrekking heeft op de exploitatie van de instelling;

  • g.

    geconsolideerd exploitatieresultaat:

  • het geconsolideerd resultaat per jaar, dat ontstaat door sommering in een bepaald jaar van het resultaat van de jaarrekeningen, bedoeld in artikel 63a van het Bekostigingsbesluit WVO zoals luidend op 31 december 1995, onderscheidenlijk artikel D.39 van het Uitvoeringsbesluit W.C.B.O. zoals luidend op 31 december 1995, van de rechtsvoorgangers, voorzover dit resultaat betrekking heeft op de exploitatie van die rechtsvoorgangers;

  • h.

    exploitatietekort:

    het exploitatie-resultaat van een instelling of het geconsolideerd exploitatie-resultaat van de rechtsvoorgangers van die instelling, voorzover dit, na aftrek van het bedrag waarvoor aan die instelling of rechtsvoorganger in dat jaar specifieke, op die instelling of rechtsvoorganger gerichte steunmaatregelen door de minister zijn verleend, negatief is;

  • i.

    driejarig-exploitatie-tekort:

    het resultaat gemeten over drie jaar, dat ontstaat door sommering van de resultaten bedoeld onderscheidenlijk in de onderdelen f en g van een instelling, voorzover dit resultaat negatief is;

  • j.

    middenmanagement-personeel:

    ondersteunend beheerspersoneel van de instelling dat is aangesteld in de salarisschalen 9 en hoger en geen deel uitmaakt van de centrale directie of het college van bestuur van de instelling, bedoeld in artikel 9.1.4 van de wet;

  • k.

    controlfunctie:

    taken die betrekking hebben op het financiële aspect van het beheer van de instelling, bedoeld in artikel 9.1.4, derde lid, van de wet, en die onder verantwoordelijkheid van het daartoe bevoegde orgaan van die instelling, rechtstreeks ten behoeve van de centrale directie of het college van bestuur van die instelling, bedoeld in artikel 9.1.4, eerste lid, worden uitgevoerd.

  • l.

    facility en vastgoed management:

    taken die betrekking hebben op het management van het gebruik en het onderhoud van de gebouwen, terreinen en roerende zaken, bedoeld in artikel 2.2.9 van de wet, zoals luidend op 30 juni 1997, van een instelling, die onder verantwoordelijkheid van het daartoe bevoegde orgaan van die instelling worden uitgevoerd.

Artikel

2

Doel van de regeling

Het doel van de regeling is:

  • a.

    het voorzien in een procedure ter versterking van de financiële positie van instellingen die voldoen aan artikel 3, en

  • b.

    het versterken van het financieel management van de instellingen die voldoen aan de voorwaarden van artikel 8.

Artikel

3

Steunmaatregelen financiële positie

Het bevoegd gezag van een instelling kan uiterlijk 30 september 1997 een aanvraag voor aanvullende middelen ter versterking van de financiële positie van die instelling indienen indien:

  • a.

    de instelling in de periode waarop de jaarrekeningen over 1994 tot en met 1996 betrekking hebben, twee maal een exploitatietekort had, en

  • b.

    de instelling een meerjarenbegroting heeft opgesteld over de jaren 1997, 1998, en 1999 waaruit blijkt dat de instelling naar verwachting over de jaren 1997, 1998 en 1999 een driejarig-exploitatietekort zal hebben, danwel zo'n tekort slechts kan verhinderen door een onaanvaardbare vermindering van de onderwijskundige kwaliteit.

Artikel

4

Aanvraag versterking financiële positie

Artikel

5

Beoordelingsprocedure financiële positie

Artikel

6

Besluit minister over verdere behandeling aanvraag

Artikel

7

Beslissing op een aanvraag financiële positie

Artikel

8

Steunmaatregelen financieel management

Artikel

9

Verantwoording

Artikel

10

Terugvordering

Bedragen die niet overeenkomstig de bestemming, het financieel ontwikkelingsplan, het directie-control plan of de begroting van omscholingsactiviteiten zijn besteed, worden door de minister teruggevorderd of verrekend met andere uitkeringen aan de instelling.

Artikel

11

Intrekking of verlaging toegewezen steunmaatregelen

De toewijzing van de aanvullende middelen kan tot 5 jaar na de datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken of verlaagd, indien:

  • a.

    het bevoegd gezag van de instelling heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,

  • b.

    het bevoegd gezag van de instelling kennelijk in strijd met het doel van de regeling heeft gehandeld,

  • c.

    het bevoegd gezag van de instelling onjuiste niet tijdige of voor de beoordeling van de uitvoering van de regeling onvolledige gegevens heeft verstrekt, of

  • d.

    de verlening van de vergoeding onjuist was en het bevoegd gezag van de instelling dit wist of behoorde te weten.

Artikel

12

Bewaarplicht

Het bevoegd gezag bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste vijfjaar na datum waarop de toewijzing heeft plaatsgevonden.

Artikel

13

Publicatie

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

14

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst.

Artikel

15

Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling steunmaatregelen financiële positie en financieel management bve-instellingen.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendr. ir. J.M.M.Ritzen