Besluit van 28 augustus 1997, houdende vaststelling van het landelijk beleidskader inzake het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid en wijziging van enkele besluiten (Besluit landelijk beleidskader gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid)

Besluit landelijk beleidskader gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, T. Netelenbos, van 1 juli 1997, nr. 1997/5392 (1488), directie Wetgeving en Juridische Zaken, gedaan mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
De Raad van State gehoord (advies van 25 juli 1997, nr. W05.97.0392);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, T. Netelenbos, van 21 augustus 1997, nr. 1997/17138 (1488), directie Wetgeving en Juridische Zaken, uitgebracht mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk

1

Landelijk beleidskader

Artikel

1

Landelijk beleidskader 1998–2002

Hoofdstuk

2

Wijziging van andere besluiten

Artikel

4

Wijziging Bekostigingsbesluit WBO/OWBO

Wijzigt het Bekostigingsbesluit WBO/OWBO.

Artikel

5

Wijziging Huisvestingsbesluit WBO

Wijzigt het Huisvestingsbesluit WBO.

Hoofdstuk

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

6

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 augustus 1998, met uitzondering van artikel 1 dat in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. Dit besluit treedt echter niet in werking dan nadat 4 weken zijn verstreken nadat het is voorgelegd aan beide kamers der Staten-Generaal en gedurende die termijn niet door of namens een der kamers de wens te kennen is gegeven dat het in dit besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.5De termijn is verstreken op 26 september 1997. Door of namens een der Kamers is niet de wens te kennen gegeven dat het in dit besluit geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld.

Artikel

7

Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit landelijk beleidskader gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid 1998–2002.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, T. Netelenbos
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J. J. van Aartsen
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. G. Terpstra
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager

BIJLAGE

1

BIJ HET BESLUIT LANDELIJK BELEIDSKADER GEMEENTELIJK ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID

De landelijke doelstellingen van het beleid inzake onderwijsachterstandenbestrijding zijn:

A

Met betrekking tot de voor- en vroegschoolse educatie:

  • 1.

    De startcondities van leerlingen bij binnenkomst in de basisschool worden, onder meer op het gebied van de Nederlandse taal, verbeterd door:

    • a.

      het tot stand brengen van samenwerkingsrelaties tussen scholen voor basisonderwijs, peuterspeelzalen en kinderopvangvoorzieningen met het oog op het voorkomen van achterstand in de ontwikkeling van kinderen; daarbij kan worden aangesloten op de activiteiten van de consultatiebureaus, en

    • b.

      deskundigheidsbevordering van medewerkers van kinderopvangvoorzieningen, peuterspeelzalen en de onderbouw van het basisonderwijs met het oog op een adequate aanpak van onderwijsachterstanden.

  • 2.

    Bij de uitwerking wordt aan de volgende aspecten aandacht besteed:

    • a.

      informatie-uitwisseling met betrekking tot toekomstige leerlingen in het basisonderwijs,

    • b.

      bevordering van planmatig handelen en deskundigheid met betrekking tot educatieve activiteiten in voorschoolse voorzieningen,

    • c.

      gebruik van programma’s en instrumenten voor stimulering van de (taal)ontwikkeling bij kinderen in peuterspeelzalen, en

    • d.

      ondersteuning van ouders door aanbieden van gezinsgerichte programma's.

B

Met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse taal:

  • 1.

    Ter bestrijding van achterstanden op het gebied van de Nederlandse taal bij allochtone en autochtone leerlingen wordt een lokaal beleid ontwikkeld in samenwerking met scholen en andere relevante instellingen. Het lokaal beleid is gericht op de beheersing van de Nederlandse taal en op het wegnemen van belemmeringen daarbij.

  • 2.

    Bij de uitwerking wordt aan de volgende aspecten aandacht besteed:

    • a.

      gezamenlijke eerste opvang voorziening ten behoeve van onder-instromers en zij-instromers, desgewenst in samenwerking met andere gemeenten,

    • b.

      afstemming tussen eerste opvang en vervolgactiviteiten op het gebied van Nederlands als tweede taal en tussen NT2-onderwijs en het regulier onderwijs in de Nederlandse taal,

    • c.

      stimulering van het gebruik van buitenschoolse programma’s Nederlandse taal,

    • d.

      deskundigheidsbevordering van leraren, met het oog op eerste en vervolgopvang, en

    • e.

      beheersing van de Nederlandse taal van moeders, door activiteiten in het kader van de basiseducatie en opvoedingsondersteuning.

C

Met betrekking tot de vermindering van de verwijzing naar speciale voorzieningen:

  • 1.

    De verwijzing van doelgroepleerlingen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt zoveel mogelijk verminderd. Voor het speciaal onderwijs voor kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden, moeilijk lerende kinderen en in hun ontwikkeling bedreigde kleuters gelden daarbij de doelstellingen van het Weer Samen Naar School-beleid als richtsnoer. Voor het voortgezet onderwijs betreft dit de doelstellingen van het leerwegondersteunend onderwijs en het praktijkonderwijs in het mavo/vbo.

  • 2.

    Bij de uitwerking wordt aan de volgende aspecten aandacht besteed:

    • a.

      afstemming van activiteiten ter bestrijding van onderwijsachterstand met die van samenwerkingsverbanden Weer Samen Naar School en die van voortgezet onderwijs-voortgezet speciaal onderwijs (VO-VSO),

    • b.

      samenwerking van scholen met medisch kinderdagverblijven, jeugdwelzijnsinstellingen, instellingen voor jeugdhulpverlening, politie, justitie, jeugdgezondheidszorg en de RIAGG voor wat betreft de hulpverlening aan leerlingen met sociaal-emotionele problemen, en

    • c.

      inzet van expertise uit genoemde niet-onderwijsinstellingen in het onderwijs.

D

Met betrekking tot de vermindering van schooluitval:

  • 1.

    Jaarlijks wordt in samenwerking met lokale partners het aantal voortijdige schoolverlaters zoveel mogelijk verminderd.

  • 2.

    Bij de uitwerking wordt aan de volgende aspecten aandacht besteed:

    • a.

      stroomlijning van de aansluiting tussen basisonderwijs en voortgezet onderwijs,

    • b.

      informatie-uitwisseling over leerlingen,

    • c.

      uitlijning van activiteiten met die in het kader van de regionale meld- en coördinatie-functie, en

    • d.

      samenhang met regionale ontwikkelingen in het kader van vernieuwd voorbereidend beroepsonderwijs en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs.

E

Met betrekking tot een evenredige deelname aan het onderwijs:

Lokaal worden initiatieven ontwikkeld om de deelname van doelgroepleerlingen aan vormen van voortgezet, secundair beroepsonderwijs en hoger onderwijs meer overeen te laten komen met die van niet-doelgroepleerlingen met overeenkomstige capaciteiten.

F

Met betrekking tot het volgen en registreren van lokale ontwikkelingen (monitoring):

Lokaal komt een registratie tot stand van ten minste:

  • a.

    de instroom, doorstroom en uitstroom van (doelgroep) leerlingen in scholen voor basisonderwijs, die voor (voortgezet) speciaal onderwijs, die voor voortgezet onderwijs, die voor secundair beroepsonderwijs en die voor hoger onderwijs,

  • b.

    de verwijzing naar het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs, en

  • c.

    het verzuim en de uitval van leerlingen in het onderwijs.

BIJLAGE

2

BIJ HET BESLUIT LANDELIJK BELEIDSKADER GEMEENTELIJK ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID

De landelijke evaluatie van het beleid inzake onderwijsachterstandenbestrijding zal in elk geval zijn gericht op beantwoording van de volgende vragen:

  • a.

    In hoeverre worden de doelstellingen uit het landelijk beleidskader kwantitatief en kwalitatief uitgewerkt?

  • b.

    In hoeverre worden de doelstellingen die zijn opgenomen in de gemeentelijke plannen als uitwerking van de landelijke doelstellingen gerealiseerd?

  • c.

    Voor welke activiteiten en op welke wijze worden de financiële middelen ingezet die gemeenten en scholen ontvangen voor de bestrijding van onderwijsachterstand?

  • d.

    Op welke wijze wordt op lokaal niveau vormgegeven aan: de analyse van de lokale situatie, het op overeenstemming gericht overleg, de formulering van lokale doelstellingen, de evaluatie en zo nodig de bijstelling van beleid?

  • e.

    Welke succes- en faalfactoren dragen bij aan de be strijding van onderwijsachterstanden?