Besluit van 29 oktober 1997, houdende tijdelijke aanwijzing van de bestuursorganen van enkele gemeenten op grond van de Wet Nationale ombudsman

Besluit tijdelijke aanwijzing van de bestuursorganen van enkele gemeenten (Wet Nationale ombudsman)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm, van 22 september 1997, nr. CWI97/U1290;
Gelet op 1a, eerste lid, onder d, van de Wet Nationale ombudsman;
De Raad van State gehoord (advies van 7 oktober 1997, nr. WO4.97.0620);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm, van 21 oktober 1997, nr. CWI97/UU1458;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel

2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 1997.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, J. Kohnstamm
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager