Uitvoeringsregeling randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 29c, tweede lid, van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen en de artikelen 3, 11, 13, 15, eerste tot en met derde lid, 16, eerste tot en met derde lid, 17, eerste en derde lid, 19, 24, eerste lid, en 25 van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations;

Besluit:

§

1

Definities

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
besluit:

het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations;

b.
directeur:

de directeur Rijksdienst voor Radiocommunicatie;

c.
geharmoniseerde normen:

volgens de bepalingen van richtlijn 83/189/EEG opgestelde technische specificaties, waarvan naleving niet verplicht is, welke in opdracht van de Europese Commissie zijn opgesteld door het Europees Comité voor normalisatie (CEN), het Europees Comité voor electrotechnische normalisatie (Cenelec) of het Europees Instituut voor telecommunicatienormen (ETSI), en door de Europese Commissie zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen, en welke zijn opgenomen in bijlage 2 behorend bij deze regeling;

d.
type:

een voor de productie representatief exemplaar.

Artikel

2

Voor de toepassing van het bij deze regeling bepaalde wordt onder randapparatuur mede verstaan apparatuur voor satellietgrondstations, tenzij bij deze regeling anders is bepaald.

§

2

Technische eisen

Artikel

3

De technische eisen, als bedoeld in artikel 3 van het besluit, zijn de eisen welke een omzetting vormen van gemeenschappelijke technische voorschriften en omschreven zijn in bijlage 1, onder A, behorend bij deze regeling, en bij ontbreken daarvan de in bijlage 1, onder B vermelde nationale technische eisen.

§

3

Aangemelde instanties en test-instellingen

Artikel

4

Artikel

5

§

4

Conformiteitsbeoordeling

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

In de technische documentatie bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit, zijn opgenomen:

  • een technische beschrijving van de randapparatuur;

  • de toegepaste normen dan wel, indien de vervaardiging plaatsvindt zonder of zonder volledige inachtneming van normen, een uiteenzetting van de wijze waarop aan de wezenlijke vereisten bedoeld in artikel 3 van het besluit is voldaan;

  • een technisch verslag van uitgevoerde berekeningen, onderzoeken en tests.

§

5

Aanbrengen aanduidingen

Artikel

10

Artikel

11

§

6

Beurzen, exposities, experimenten

Artikel

12

§

7

Overgangsbepaling

Artikel

13

De verklaringen van goedkeuring met betrekking tot randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations die zijn afgegeven vóór de inwerkingtreding van deze regeling, blijven geldig.

§

8

Slotartikelen

Artikel

14

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations.

Artikel

15

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations.

Deze regeling zal met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag
De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink

Bijlage

1

Technische eisen

A

Technische eisen welke een omzetting vormen van gemeenschappelijke technische voorschriften

CTR 1 9-07-1997 Koppelingseisen voor eindapparatuur die bestemd is om te worden aangesloten op openbare circuitgeschakelde datanetwerken en ONP-huurlijnen die gebruik maken van een interface volgens CCITT-aanbeveling X.21, of aan alle interfaces die fysiek, functioneel en elektrisch compatibel zijn met CCITT-aanbeveling X.21, maar die werken met datatransmissiesnelheden tot en met 1 984 kbit/s.

CTR 2 9-07-1997 Koppelingseisen voor DTE-apparatuur (Data Terminale Equipement) voor aansluiting op openbare pakketgeschakelde datanetwerken (PSPDNs) voor interfaces volgens CCITT-aanbeveling X.25 met datatransmissiesnelheden tot 1 920 kbit/s die gebruik maken van een interface die is afgeleid van CCITT-aanbeveling X.21 of X.21bis.

CTR 3 (17-06-1998) Integrated Services Digital Network (ISDN);

Digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN);

Koppelingseisen voor de aansluiting van eindapparatuur op een ISDN onder gebruikmaking van enkelvoudige toegang.

(I-CTR 3 geldt tot 20-05-1998).

CTR 4 20-05-1997 Integrated Services Digital Network (ISDN);

Attachment requirements for terminal equipment to connect to an ISDN using ISDN primary rate access. (I-CTR4 geldt nog tot 20 mei 1998)

CTR 5 9-07-1997 (tweede uitgave) Europees digitaal cellulair telecommunicatiesysteem;

Koppelingseisen voor mobiele stations voor het Global System for Mobile Communications (GSM);

Toegang (CTR 5, eerste uitgave geldt tot 9 juli 1998)

CTR 6 9-07-1997 (tweede uitgave) Radio-apparatuur en -systemen (RES);

Digital Enhanced Cordless Telecommunications (DECT);

Algemene eindapparatuurkoppelingseisen

(CTR 6, eerste uitgave geldt tot 9 januari 1998)

CTR 7 (17-06-1998) Radioapparatuur en -systemen (RES);

Europese Radioberichtensysteem (Ermes);

Eisen voor ontvangers.

(Tweede uitgave)

(CTR 7, eerste uitgave geldt tot 17-6-1999).

CTR 8:

Digitaal netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN); 3,1 kHz telefonische teledienst; Koppelingseisen voor handset-eindapparaten (september 1994).

CTR 9 9-07-1997 (tweede uitgave) Europees digitaal cellulair telecommunicatiesysteem;

Koppelingseisen voor mobiele stations voor het Global System for Mobile Communications (GSM);

Telefonie

(CTR 9, eerste uitgave geldt tot 9 juli 1998)

CTR 10 9-07-1997 (tweede uitgave) Radio-apparatuur en -systemen (RES);

Digital Enhanced Cordless Telecommunications (DECT);

Algemene eindapparatuurkoppelingseisen -Telefonietoepassingen

(CTR 10, eerste uitgave geldt tot 9 januari 1998)

CTR 11:

Radioapparatuur en -systemen (RES); Koppelingseisen voor eindapparatuur voor digitale Europese draadloze

telecommunicatie (DECT); openbaar toegangsprofiel (PAP)-toepassingen (september 1994).

CTR 12 9-07-1997 (zoals gewijzigd bij TBR012/A1 januari 1996) Zakelijke telecommunicatie (BTC);

Digitale ongestructureerde huurlijnen van 2 048 kbit/s (D 2048 U);

Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface

(CTR 12, eerste uitgave geldt tot 9 juli 1998)

CTR 13 9-07-1997 Zakelijke telecommunicatie (BTC);

Digitale gestructureerde huurlijnen van 2 048 kbit/s (D 2048 S);

Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface

CTR 14 9-07-1997 (zoals gewijzigd bij TBR014/A1 januari 1996) Zakelijke telecommunicatie (BTC);

Digitale onbeperkte huurlijnen van 64 kbit/s (D64 U);

Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface

(CTR 14, eerste uitgave geldt tot 9 juli 1997)

CTR 15 9-07-1997 Zakelijke telecommunicatie (BTC);

Open Network Provision (ONP) - technische eisen;

Tweedraads analoge huurlijnen met bandbreedte voor normale en bijzondere spraakkwaliteit (A20 en A2S);

Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface

CTR 17 9-07-1997 Zakelijke telecommunicatie (BTC);

Open Network Provision (ONP) - technische eisen;

Vierdraads analoge huurlijnen met bandbreedte voor normale en voor bijzondere spraakkwaliteit (A20 en A2S);

Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface

CTR 19 (16-09-1998) Europees openbaar cellulair digitaal landmobiele telecommunicatienetwerk (fase 2);

Koppelingseisen voor mobiele stations voor het Global System for Mobile communications (GSM);

Toegang.

(Vijfde uitgave)

(CTR 19, vierde uitgave geldt tot 16-12-1998).

CTR 20 (4-09-1998) Europese digitale cellulair telecommunicatiesysteem (fase II);

Aansluitingseisen ten aanzien van wereldsystemen voor mobiele communicatie (GSM);

Mobiele stations;

Telefonie.

(Derde uitgave)

(CTR 20, tweede uitgave geldt tot 4-12-1998)

CTR 21 (20-07-1998) Koppelingseisen voor de aansluiting op analoge openbare geschakelde telefoonnetwerken (PSTN’s) van eindapparatuur

(behalve de als gerechtvaardigde uitzondering erkende eindapparatuur ten behoeve van de spraak

telefoondienst), waarin de netwerkadressering, voorzover daarin is voorzien, plaatsvindt door middel van DTMF-signalering (Dual Tone Multi Frequency).

CTR 22 9-07-1997 Radio-apparatuur en -systemen (RES);

Koppelingseisen voor GAP-toepassingen (Generic Acces Profile) van DECT-eindapparatuur (Digital Enhanced Cordless Telecommunications)

CTR 23 (3-09-1998) Elektromagnetische compatibiliteit en radiospec- trumkwesties;

Terrestrisch telecommunicatiesysteem voor vliegtuig- passagiers (TFTS);

Technische eisen voor TFTS.

CTR 24:

Zakelijke telecommunicatie (BTC); Digitale ongestructureerde huurlijnen van 34 Mbit/s (D34U en D34S); Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface ((juli 1997).

CTR 25:

Zakelijke telecommunicatie (BTC); Digitale ongestructureerde huurlijnen van 140 Mbit/s (D140U en D140S); Koppelingseisen voor eindapparatuurinterface (juli 1997).

CTR 26 (16-09-1998) Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Landmobiele satellietgrondstations met lage transmissiesnelheid (LMES) die in de 1,5/1,6 GHz-banden werken.

CTR 27 (17-06-1998)Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Landmobiele satellietgrondstations met lage transmissie-snelheid (LMES) die in de 11/12/14 GHz-banden werken.

CTR 28 (17-06-1998) Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Very Small Aperture Terminals (VSAT);

Zend-, zend/ontvang- of ontvangsatellietgrondstations die in de 11/12/14 GHz-banden werken.

CTR 30 (17-06-1998) Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Transportabele grondstations voor Satelliet News Gathering (SNGTES) die in de 11-12/13-14 GHz-banden werken.

CTR 31 (16-09-1998) Digitale cellulaire telecommunicatienetwerken

(fase 2);

Koppelingseisen ten aanzien van mobiele stations op de DCS 1800-band en aanvullende GSM 900-band;

Toegang.

(Tweede uitgave)

(CTR 31, eerste uitgave geldt tot 16 december 1998)

CTR 32 (4-09-1998) Digitale cellulaire telecommunicatienetwerken

(fase 2);

Aansluitingseisen ten aanzien van mobiele stations op de DCS 1800-band en aanvullende GSM 900-band;

Telefonie.

(Tweede uitgave)

(CTR 32, eerste uitgave geldt tot 4-12-1998)

CTR 33 (17-06-1998) Digitaal netwerk voor geintegreerde diensten (ISDN);

Koppelingseisen voor packet-mode-eindapparatuur onder gebruikmaking van enkelvoudige toegang tot een ISDN.

CTR 34 (17-06-1998) Digitaal netwerk voor geintegreerde diensten (ISDN);

Koppelingseisen voor packet-mode-eindapparatuur onder gebruikmaking van meervoudige toegang tot een ISDN.

CTR 38 (16-09-1998) Openbaar geschakeld telefoonnetwerk (PSTN);

Koppelingseisen voor eindapparatuur die in gerecht- vaardigde gevallen als analoog telefoontoestel functioneert bij aansluiting op de analoge interface van het PSTN in Europa

CTR 41 (3-09-1998) Mobiele grondstations voor persoonlijke satellietcommunicatienetwerken (S-PCN), waaronder handgrondstations, voor S-PCN die werken in de frequentie-banden 1,6/2,4 GHz onder de mobiele satelliet dienst (MSS).

CTR 42 (3-09-1998) Mobiele grondstations voor persoonlijke satelliet-ommunicatienetwerken (S-PCN), waaronder handgrondstations, voor S-PCN die werken in de frequentiebanden 2,0 GHz onder de mobiele satellietdienst (MSS).

CTR 43 (16-09-1998) Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Very Small Aperture Terminal (VSAT) satellietgrondstations voor alleen zenden, zenden en ontvangen of alleen ontvangen die in de 4 GHz- of de 6 GHz-band werken.

CTR 44 (30-10-1998) Satellietgrondstations en -systemen (SES);

Landmobiele satellietgrondstations (LMES) voor spraak- en/of datacommunicatie die in de 1,5/1,6 GHz-band werken

B

Nationale technische eisen

T 10-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op de telecommunicatie infra-structuur

  • T 10-0016/06/92 (geen titel)

T 11-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op de telefoondienst

T 11-00 t/m T 11-49: Enkelvoudige systemen

  • T 11-00 30/08/88 Algemeen

  • T 11-01 30/08/88 Rusttoestand

  • T 11-02 27/11/89 Oproepdetectie

  • T 11-03 04/09/91 Beantwoorden en verbreken

  • T 11-04 30/08/88 Houdtoestand en signaaltransmissie

  • T 11-05 03/12/92 Spraaktransmissie

  • T 11-06 04/09/91 Kiezen

  • T 11-07 30/08/88 Kostentelimpulsontvangen

  • T 11-08 08/02/93 Draadloos telefoneren

  • T 11-09 03/12/92 ’Handsfree’ telefoneren

  • T 11-10 03/12/92 Spreek-hoorgarnituur

  • T 11-11 03/05/93 NET-20, Modems

  • T 11-12 23/08/94 Nummerpresentatie

  • T 11-13 (uitgave 01-11-1997) specificatie van conformiteit voor aansluiting op het openbare geschakelde telefoonnet.

T 11-50 t/m T 11-99: Meervoudige systemen

  • T 11-50 27/11/89 Algemeen

  • T 11-51 30/08/88 Doorschakelen

  • T 11-52 30/08/88 Analoog signaleren

  • T 11-53 30/08/88 Digitaal signaleren

  • T 11-54 03/12/92 Transmissie

  • T 11-55 30/08/88 Doorkoppelen naar een gesloten mobilofoonnet

T 12-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op de telexdienst

  • T 12-00 30/08/88 Algemeen

  • T 12-01 30/08/88 Conversie telex-teletex

  • T 12-02 30/08/88 Meervoudige adres inrichting

  • T 12-03 27/11/89 Koppelen prive telexnet

  • T 12-11 04/09/91 Wisselstroomtransmissie

  • T 12-12 30/08/88 Dubbelstroomtransmissie

T 14-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op de vaste verbindingen

  • T 14-04 30/08/88 Muzieklijn 40 Hz-15 kHz

  • T 14-05 30/08/88 Lokale analoge lijnen

  • T 14-06 30/08/88 Breedband lijn 60-108 kHz

  • T 14-07 30/08/88 Telegrafie

  • T 14-08 27/11/89 8448 kbit/s digitaal

T 16-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op de autotelefoondienst

  • T 16-02 30/08/88 ATF-2 (mobiele telefoon versie 2)

  • T 16-03 30/08/88 ATF-3 (mobiele telefoon versie 3)

T 17-serie:

Specificaties van conformiteit voor randapparatuur bestemd voor aansluiting op het Integrated Services Digital Network

  • T 19-01 (uitgave 21-04-1998) Specificatie van conformiteit, TETRA termi- nals voor nooddiensten.

  • T 19-02 (uitgave 18-08-1998) Specificatie van conformiteit, TETRA terminals voor civiele toepassing.

Bijlage

2

Geharmoniseerde normen

NET 101/07/90 Technische eisen voor data-eindapparatuur die toegang geeft tot een lijngeschakeld openbaar datanetwerk en vaste verbindingen volgens CCITT aanbeveling met X.21 interface.

Bijlage 3 Voorwaarden bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder 2°, van de regeling.

1

Voorwaarden voor de aanwijzing van aangemelde instantie voor de procedure van

  • type-onderzoek (artikel 6 van deze regeling)

  • overeenstemming met het type (artikel 7 van het Besluit randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations, hierna te noemen: het besluit)

1.1

Het kwaliteitssysteem

De instelling dient een kwaliteitssysteem te hanteren voor de uitvoering van de beoordelingsprocessen.

Accreditatie door de Raad voor Accreditatie op basis van EN45011 is sterk aanbevolen. In geval van accreditatie dient te worden aangetoond dat de erkenning door de Raad voor Accreditatie tenminste het vakgebied telecommunicatie-randapparatuur omvat.

Een kopie van het gevoerde kwaliteitshandboek, dient overlegd te worden aan de Rijksdienst voor Radiocommunicatie (hierna te noemen: de RDR). In geval van accreditatie dient tevens een kopie van de certificaten met bijbehorende bijlagen, op basis waarvan door de Raad voor Accreditatie de erkenning is verstrekt, te worden overlegd. In geval van wijzigingen in het gevoerde kwaliteitssysteem, dient de RDR hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht te worden.

1.1.1

Kwaliteitshandboek

Ten einde te kunnen beantwoorden aan de gestelde eisen dienen de genoemde processen, procedures, waarborgen e.d. vastgelegd te worden in (een aanvulling op) het kwaliteitshandboek.

1.1.2

Goedkeuringssysteem

De instelling moet beschikken over de vereiste faciliteiten en procedures die voortvloeien uit artikel 6 van de regeling.

Het kwaliteitshandboek dient naast de in EN45011 genoemde criteria minimaal het volgende te bevatten:

  • a)

    procedures voor de beoordeling van randapparatuur volgens het type-onderzoek;

  • b)

    een procedure voor het verlenen en intrekken van verklaringen van type-onderzoek voor randapparatuur;

  • c)

    een procedure voor de afgifte en intrekking van verklaringen van goedkeuring voor alle onder d) bedoelde producten, met inbegrip van eventuele NL-goedkeuringsnummers alsmede een procedure voor de registratie van afgegeven en ingetrokken goedkeuringen;

  • d)

    een procedure voor de uitvoering van steekproefsgewijze controles bedoeld in artikel 7, derde lid, van het besluit;

  • e)

    een procedure die waarborgt, dat de fabrikant garandeert en verklaart dat de producten voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften met betrekking tot randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations en daarbij een verklaring van type-overeenstemming opstelt;

  • f)

    een procedure die waarborgt, dat de fabrikant ieder onder e bedoeld product voorziet van de vereiste CE- en/of NL-markering;

  • g)

    een procedure die waarborgt, dat de fabrikant of importeur alle relevante documentatie die een onderdeel vormt bij het type-onderzoek voor een periode van ten minste tien jaar nadat het laatste product is vervaardigd, ter beschikking houdt;

  • h)

    een procedure voor het beschikbaar stellen van informatie over de afgifte en de intrekking van goedkeuringen aan alle relevante instanties;

  • i)

    een beschrijving van de operationele en functionele activiteiten en verantwoordelijkheden van het personeel dat betrokken is;

  • j)

    organisatieschema’s.

1.1.3

Aansprakelijkheid

De instelling dient een wettelijke aansprakelijkheidsverzekering afgesloten te hebben voor een bedrag van minimaal f 20.000.000,- per gebeurtenis.

1.1.4

Het personeel

De instelling dient over personeel te beschikken dat ter zake kundig is voor het beoordelen van randapparatuur.

Het personeel dient te beschikken over een adequate opleiding op het gebied van randapparatuur.

Het personeel dient over voldoende kennis van de technische telecommunicatie voorschriften (CTRs en NL-technische voorschriften) te beschikken, inzake de proeven en controles die moeten worden verricht. Tevens dient zij voldoende ervaring met dergelijke proeven en controles te hebben opgedaan.

1.1.5

Nationaal overleg

De instelling verplicht zich tot deelname in een Nederlands overleg voor randapparatuur met andere aangemelde instellingen, aangewezen laboratoria en de RDR.

1.1.6

Vergoeding

Voor de erkenning en aanmelding is de instelling aan RDR een eenmalige financiële vergoeding verschuldigd.

Ter bestrijding van de kosten verbonden aan de taak van de RDR op het gebied van controle en toezicht is de instelling jaarlijks een vergoeding verschuldigd.

De hoogte van deze vergoeding wordt jaarlijks vastgesteld.

1.1.7

Controle en toezicht

De instelling dient alle medewerking te verlenen aan de taak van de RDR met betrekking tot een behoorlijke uitoefening van de controle- en toezichtstaak.

Dat betekent onder meer dat aan de RDR:

  • toegang wordt gegeven tot alle plaatsen waarvan naar het oordeel van de RDR betreding voor de vervulling van haar taak noodzakelijk is;

  • inzage wordt verstrekt in alle bescheiden, voorzover nodig in verband met de vervulling van de taak van de RDR;

1.1.8

Geschillenbeslechting

De instelling en de fabrikant/importeur waaraan een verklaring van goedkeuring is afgegeven, kunnen een eventueel ontstaan geschil aan de RDR ter beslechting voorleggen. De daarmee verband houdende kosten zullen naar evenredigheid en billijkheid aan partijen in rekening worden gebracht.

1.1.9

Instructies RDR

De instelling dient de instructies van RDR met het oog op de goede uitvoering van de toepasselijke wet- en regelgeving onverwijld op te volgen.

De instructies kunnen onder meer betrekking hebben op de intrekking van de Verklaring van type-onderzoek en (administratieve) goedkeuring.

1.1.10

Intrekking aanwijzing

Deze aanwijzing kan worden ingetrokken indien de instelling niet meer voldoet aan de toepasselijke wet- en regelgeving en de bij de erkenning gestelde voorwaarden.

1.1.11

Rapportage

In het eerste kwartaal van het jaar volgend op het verslagjaar dient de instelling verslag uit te brengen over de werkzaamheden in het verslagjaar.

Dit verslag rapporteert onder meer over:

  • aantal en soort afgegeven certificaten alsmede de gegevens van de betrokken bedrijven;

  • aantal intrekkingen alsmede de redenen die aan de intrekking ten grondslag hebben gelegen en de gegevens van de betrokken bedrijven;

1.1.12

Geldigheid van de erkenning

Deze aanwijzing geldt voor de duur van twee jaar.

2

Voorwaarden voor de aanwijzing van aangemelde instanties voor de procedure(s):

  • kwaliteitsborging van het productieproces

  • volledige kwaliteitsborging.

2.1

Het kwaliteitssysteem

De instelling dient geaccrediteerd te zijn door de Raad voor Accreditatie op basis van EN45011 en/of EN45012. Aangetoond moet worden dat de erkenning door de Raad voor Accreditatie tenminste het vakgebied telecommunicatie-randapparatuur omvat.

Een instelling met een geldig EN45012 certificaat is bevoegd tot het zelf uitvoeren van audits van kwaliteitssystemen en tot het uitbesteden van de uitvoering van deze audits aan derde(n). Aangetoond moet kunnen worden dat de desbetreffende derde(n) op basis van EN45012 is/zijn geaccrediteerd.

Een instelling met een geldig EN45011 certificaat is enkel bevoegd tot het uitbesteden van de uitvoering van audits van kwaliteitssystemen aan derde(n). Aangetoond moet kunnen worden dat de desbetreffende derde(n) op basis van EN45012 is/zijn geaccrediteerd.

Een kopie van het gevoerde kwaliteitshandboek, alsmede een kopie van de certificaten met bijbehorende bijlagen, op basis waarvan door de Raad voor Accreditatie de erkenning is verstrekt, dienen overlegd te worden aan de Rijksdienst voor Radiocommunicatie (hierna te noemen: de RDR). In geval van wijzigingen in het gevoerde kwaliteitssysteem, dient de RDR hiervan onmiddellijk op de hoogte gebracht te worden.

2.1.1

Kwaliteitshandboek

Ten einde te kunnen beantwoorden aan de gestelde eisen dienen de genoemde processen, procedures, waarborgen e.d. vastgelegd te worden in een aanvulling op het reeds bestaande kwaliteitshandboek.

2.1.2

Goedkeuringssysteem

De instelling moet beschikken over de vereiste faciliteiten en procedures die voortvloeien uit de artikelen 7 en 8 van de regeling.

De aanvulling op het kwaliteitshandboek dient minimaal de volgende procedures en elementen te bevatten:

  • a)

    een procedure voor het verlenen en intrekken van goedkeuringen van kwaliteitssystemen volgens artikel 7 en artikel 8 van de regeling;

  • b)

    een procedure voor de afgifte en intrekking van verklaringen van goedkeuring voor alle onder c) bedoelde producten, met inbegrip van eventuele NL-goedkeuringsnummers;

    een procedure voor de registratie van afgeven en ingetrokken goedkeuringen;

  • c)

    een procedure die waarborgt, dat de onder het goedgekeurde kwaliteitssyteem geproduceerde producten in overeenstemming zijn met de wezenlijke vereisten van de richtlijn.

    Goedkeuring van kwaliteitssystemen volgens artikel 8 van de regeling dient te garanderen dat de betreffende producten ontworpen, geverifieerd en getest zijn op basis van Gemeenschappelijke Technische Voorschriften (CTRs) of Nederlandse technische voorschriften.

  • d)

    d een procedure die waarborgt, dat de fabrikant garandeert en verklaart dat de producten voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften met betrekking tot randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations en daarbij een verklaring van typeovereenstemming opstelt;

  • e)

    een procedure die waarborgt, dat de fabrikant ieder onder d) bedoeld product voorziet van de vereiste CE- en/of NL-markering;

  • f)

    een procedure voor het in beschouwing nemen van kwaliteitssysteemcertificaten en rapporten van derden;

    De certificaten en rapporten dienen minimaal te voldoen aan de betreffende eis uit de EN45000 serie. Rekening moet worden gehouden met de voorwaarde inzake uitbesteding als genoemd in EN45012 en met voorwaarden die zijn gesteld in het Vademecum inzake Nieuwe Aanpak Richtlijnen van de Europese Commissie.

  • g)

    een procedure die waarborgt, dat de fabrikant alle relevante documentatie betreffende het kwaliteitssysteem voor een periode van ten minste tien jaar nadat het laatste product is vervaardigd, ter beschikking houdt;

  • h)

    een procedure voor het beschikbaar stellen van informatie over de afgifte en de intrekking van goedkeuringen van kwaliteitssystemen aan alle relevante instanties;

  • i)

    een beschrijving van de operationele en functionele activiteiten en verantwoordelijkheden van het personeel dat betrokken is;

  • j)

    j) organisatieschema’s.

2.1.3

De goedkeuring van het kwaliteitssysteem

De instelling moet voor de afgifte van een goedkeuring van een kwaliteitssysteem minimaal de volgende criteria hanteren:

  • De goedkeuring van het kwaliteitssysteem:

    • heeft betrekking op randapparatuur en/of apparatuur voor satellietgrondstations en wordt afgegeven per locatie, per categorie apparatuur.

    • wordt afgegeven op basis van artikel 7, respectievelijk 8, van de regeling en is eventueel mede gebaseerd op EN/ISO9002/1 certificatie.

    • moet garanderen dat de betreffende producten in overeenstemming met CTRs respectievelijk NL-technische voorschriften geproduceerd worden en, in geval van artikel 8 van de regeling, ook ontworpen, geverifieerd en getest worden;

2.1.4

Het personeel

De instelling dient over personeel te beschikken dat ter zake kundig is voor het beoordelen van randapparatuur én kwaliteitssystemen voor de productie van randapparatuur en, in geval van artikel 8 van de regeling, tevens het ontwerp.

Het personeel dient te beschikken over een adequate opleiding op het gebied van randapparatuur.

Het personeel dient over voldoende kennis van de technische telecommunicatie voorschriften (CTRs en NL-technische voorschriften) te beschikken, inzake de proeven en controles die moeten worden verricht. Tevens dient zij voldoende ervaring met dergelijke proeven en controles te hebben opgedaan.

2.1.5

Geschillenbeslechting

De instelling en de fabrikant ten behoeve waarvan zij een verklaring van goedkeuring dan wel een goedkeuring van het kwaliteitssysteem heeft afgegeven, kunnen een eventueel ontstaan geschil aan de RDR ter beslechting voorleggen. De daarmee verband houdende kosten zullen naar evenredigheid en billijkheid aan partijen in rekening worden gebracht.

2.1.6

Instructies RDR

De instelling dient de instructies van RDR met het oog op de goede uitvoering van de toepasselijke wet- en regelgeving onverwijld op te volgen.

De instructies kunnen onder meer betrekking hebben op de intrekking van de Verklaring van goedkeuring.

2.1.7

Toepasselijkheid andere voorwaarden

Van hoofdstuk 1 zijn de volgende paragrafen van overeenkomstige toepassing:

  • 1.1.3 (aansprakelijkheid)

  • 1.1.5 (nationaal overleg)

  • 1.1.6 (vergoeding)

  • 1.1.7 (controle en toezicht)

  • 1.1.10 (intrekking aanwijzing)

  • 1.1.11 (rapportage)

  • 1.1.12 (geldigheid van de erkenning)

Bijlage

4

A

De markering bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de regeling.

De CE markering van overeenstemming bestaat uit de initialen CE in de volgende grafische vorm, gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie en het symbool van de geschiktheid om op het openbare telecommunicatienet te worden aangesloten:

  • Bij vergroting of verkleining van de CE-markering moeten de verhoudingen van bovenstaande afbeelding in acht worden genomen.

  • De onderscheiden onderdelen van de CE-markering moeten nagenoeg dezelfde hoogte hebben, die minimaal 5 mm bedraagt.

B

De markering bedoeld in artikel 10, derde lid, van de regeling.

  • 1.

    De markering wordt aangebracht op een rechthoekig etiket.

    De afmetingen zijn minimaal 30 x 10 mm2.

    Materiaal:

    het etiket moet, nadat het is aangebracht, niet zonder beschadiging kunnen worden verwijderd.

    Opdruk:

    blauw (volgens specificatie PMS 293), tekst diapositief geplaatst. De ondergrond moet voldoende contrasterend zijn met het blauw PMS 293.

    Lettertype:

    Helvetica onderkast.

    Voorbeeld:

    ministerie van verkeer en waterstaat

    NL 90010101* aansluitfactor 1,2

  • 2.

    De tekst ’ministerie van verkeer en waterstaat’ moet op het bovenste deel van de markering zijn aangebracht.

  • 3.

    Het goedkeuringsnummer NL gevolgd door 8 (acht) cijfers wordt links onder geplaatst. Het goedkeuringsnummer wordt medegedeeld in de verklaring van goedkeuring die voor het randapparaat is afgegeven.

  • 4.

    Het deel rechts onder op de markering is bedoeld voor aanvullende informatie zoals deze in de verklaring van goedkeuring wordt voorgeschreven. In bovenstaand voorbeeld is voorgeschreven de vermelding: aansluitfactor 1,2. Als geen aanvullende informatie wordt voorgeschreven blijft deze ruimte leeg, en dus blauw.

  • 5.

    Het etiket moet op de buitenzijde van het randapparaat worden aangebracht, of als dat niet mogelijk is, op de verpakking, de gebruiksaanwijzing of het garantiebewijs. Het is daarnaast toegestaan de markering tevens aan te brengen op de verpakking.

  • 6.

    De markering mag onderdeel uitmaken van een groter etiket, maar moet ook dan voldoen aan bovenvermelde specificaties.

  • 7.

    In plaats van het aanbrengen van een etiket op het randapparaat wordt toegestaan de markering in reliëf bij de productie van de behuizing daarin aan te brengen. Als het goedgekeurde randapparaat een prentkaart is (bijvoorbeeld van gedrukte bedradingen) moet de markering direct leesbaar op de prentkaart zijn aangebracht, bij voorkeur als onderdeel van het productieproces. In deze gevallen is de papier- en kleurspecificatie niet doorslaggevend.

Bijlage

5

Verklaring als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van het besluit

Ondergetekende fabrikant/leverancier: ...

Naam: ...

Adres: ...

Telefoon: ...

Omschrijving apparatuur: ...

Verklaart dat bovenomschreven apparatuur niet bestemd is om op een openbaar telecommunicatienet te worden aangesloten.

Datum: ...

Plaats: ...

Handtekening: ...

De aansluiting van deze apparatuur op een openbaar telecommunicatienet is een strafbaar feit.

Bijlage 6

Markering bedoeld in artikel 25, eerste lid, van het besluit

De CE markering bestaat uit de initialen CE in de volgende grafische vorm, gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde instantie en het symbool dat aangeeft dat apparatuur op een openbaar telecommunicatienet kan worden aangesloten maar niet voor dat doel is bestemd:

  • Bij vergroting of verkleining van de CE-markering moeten de verhoudingen van bovenstaande afbeelding in acht worden genomen.

  • De onderscheiden onderdelen van de CE-markering moeten nagenoeg dezelfde hoogte hebben, die minimaal 5 mm bedraagt.