ARTIKEL
I
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Wijzigt de Wet op het primair onderwijs.
Wijzigt de Wet op de expertisecentra.
Wijzigt de Wet op het voortgezet onderwijs.
Wijzigt de Wet medezeggenschap onderwijs 1992.
Ten aanzien van overeenkomsten waarbij ouders of leerlingen worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage en die reeds zijn aangegaan voor de datum van inwerkingtreding van deze wet, treden artikel I, onder A, artikel II en artikel III in werking op 1 augustus volgend op de datum van inwerkingtreding van deze wet.
Indien een overeenkomst waarbij ouders of leerlingen worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage is aangegaan voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet en deze overeenkomst ten gevolge van een omstandigheid in deze wet, in tegenstelling tot het tevoren geldende recht, als nietig wordt aangemerkt, heeft de nietigheid slechts werking op de bedragen die verschuldigd zouden zijn voor voorzieningen in het tijdvak vanaf 1 augustus volgend op de datum waarop deze wet in werking is getreden.
Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen zendt in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de bepalingen in deze wet die de ouderbijdragen en sponsorgelden betreffen.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.