Regeling aassoorten hengel

De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,

Besluit:

Artikel

1

Als aas, bedoeld in artikel 10, zevende lid, onderdeel a, van de Visserijwet 1963 worden aangewezen:

  • a.

    brood, aardappel, deeg, kaas, al dan niet gekiemde granen, zaden, worm en steurkrab;

  • b.

    insecten en insectenlarven, alsmede nabootsingen daarvan, voor zover van deze nabootsingen de grootste afmeting niet meer bedraagt dan 2,5 cm.

Artikel

2

De Regeling aassoorten hengel wordt ingetrokken.

Artikel

3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel

4

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aassoorten hengel.

’s-Gravenhage
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, J.J. vanAartsen