Kaderregeling subsidiëring BVE Raad

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen,
Gelet op de artikelen 2.7 en 12.3.48, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs,

Besluit:

Artikel

1

Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs;

  • b.

    minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen;

  • c.

    instelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.3.1 van de wet, of een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8 van de wet, of een hogeschool als bedoeld in artikel 12.3.9 van de wet;

  • d.

    BVE Raad: de vereniging BVE Raad;

  • e.

    projectopdracht: een aan de BVE Raad verstrekte projectopdracht.

Artikel

2

Doelstelling van de regeling

Het doel van de regeling is:

  • a.

    het vaststellen van de subsidievoorwaarden voor de BVE Raad;

  • b.

    het aan de BVE Raad verstrekken van een overgangssubsidie als bedoeld in artikel 4, tweede lid;

  • c.

    het vaststellen van een kaderregeling voor projectopdrachten aan de BVE Raad waarvoor subsidie wordt verstrekt.

Hoofdstuk

1

Specifieke bepalingen overgangssubsidie

Artikel

3

Bestemming van de overgangssubsidie

Vervallen

Artikel

4

Overgangssubsidie

Vervallen

Artikel

5

Begroting

Vervallen

Artikel

6

Financiële verantwoording

Hoofdstuk

2

Specifieke bepalingen projectsubsidie

Artikel

7

Subsidie

De minister kan voor projectopdrachten voor innovatie en ontwikkeling van beroepsonderwijs en educatie subsidie verstrekken.

Artikel

8

Projectopdrachten

Artikel

8a

Vaststelling van de projectsubsidie

Hoofdstuk

3

Algemene bepalingen

Artikel

9

Toepassing

Op de overgangssubsidie en de projectsubsidies zijn de artikelen 10 tot en met 14 van toepassing.

Artikel

10

Administratie

Artikel

11

Opschorting

Artikel

12

Intrekking, wijziging en terugvordering

Artikel

13

Verslaglegging en informatieplicht

Artikel

14

Bewaarplicht

De BVE Raad bewaart de boeken en bescheiden en informatie op andere informatiedragers die verband houden met de toepassing van deze regeling, gedurende tenminste 5 jaar na het jaar waarvoor de subsidie is verstrekt.

Artikel

15

Bekendmaking

Deze regeling zal met de toelichting in Uitleg OCenW-Regelingen worden geplaatst. Van deze plaatsing zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.

Artikel

16

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van Uitleg OCenW-Regelingen, waarin deze regeling is geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 1996. Artikel 3, 4 en 5 vervallen met ingang van 1 januari 2000.

Artikel

17

Inwerkingtreding

Deze regeling wordt aangehaald als: Kaderregeling subsidiëring BVE Raad.

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschappendr. ir. J.M.M.Ritzen