Regeling deugdelijkheid en weggedrag

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Definitiebepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a.
torsiestijfheid:

de verhouding tussen het uitgeoefende moment op de carrosserie en de als gevolg hiervan optredende hoekverdraaiing van de carrosserie;

b.
zelfbouw:

een voertuig dat is samengesteld uit onderdelen, waarvan minimaal de dragende constructie niet-bedrijfsmatig is vervaardigd.

Hoofdstuk

2

Toepassingsgebied

Artikel

2

De regeling is van toepassing op:

  • a.

    een personenauto of een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg met een niet volledig dragend chassis indien de inrichting, zoals vermeld op het kentekenbewijs of in het kentekenregister, dan wel de carrosserie ten behoeve van het gebruik door gehandicapten of het vervoer van gehandicapten is gewijzigd;

  • b.

    een personenauto of een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg indien de spoorbreedte is vergroot met meer dan 2% van de waarde, zoals vermeld op het kentekenbewijs dan wel in het kentekenregister;

  • c.

    een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg of een motorfiets indien de wielbasis meer dan 1,0%, in het geval van een motorfiets meer dan 60 mm, afwijkt van de waarde zoals vermeld op het kentekenbewijs dan wel in het kentekenregister;

  • d.

    een personenauto, een bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, een driewielig motorrijtuig of een motorfiets, waarvoor een individuele goedkeuring als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt aangevraagd en dit voertuig een zelfbouw betreft.

Hoofdstuk

3

Wijziging van de inrichting dan wel de carrosserie

Titel

1

Stijfheid en deugdelijkheid van de constructie

Artikel

3

De stijfheid en deugdelijkheid van de constructie kan worden aangetoond door middel van:

  • a.

    een verklaring van de fabrikant van het oorspronkelijke voertuig waaruit blijkt dat deze de wijziging van de carrosserie van het voertuig volledig garandeert;

  • b.

    een statische beproeving voor wat betreft:

    • de torsiestijfheid, en

    • de buigstijfheid;

  • c.

    een dynamische beproeving; of

  • d.

    een beproeving of een berekening die de waarborg biedt dat is voldaan aan het bepaalde in onderdeel b of c.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De beproeving of berekening, bedoeld in artikel 3, onderdeel d, moet zodanig zijn uitgevoerd dat deze, naar het oordeel van degene die is belast met de afgifte van kentekenbewijzen, de waarborg biedt dat is voldaan aan het bepaalde in artikel 4 of 5.

Titel

2

Weggedrag bij gewijzigde inrichting dan wel carrosserie

Artikel

7

Artikel

8

De beproeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid, vindt plaats door:

  • a.

    met het voertuig door een bocht te rijden met een transversale versnelling van ongeveer 5 m/s2. Vervolgens wordt het gaspedaal losgelaten en wordt maximaal afgeremd op de motor. Nadat de snelheid met circa 5 km/h is afgenomen wordt wederom maximaal versneld;

  • b.

    met het voertuig rijdend in een bocht met een transversale versnelling van ongeveer 5 m/s2 maximaal af te remmen;

  • c.

    met het voertuig met een snelheid van ongeveer 80 km/h langs een rechte lijn te rijden en een ruk aan het stuur te geven waarbij dit maximaal 90° wordt verdraaid. Vervolgens wordt het stuurwiel losgelaten;

  • d.

    met het voertuig met een snelheid tussen de 100 km/h en 120 km/h, dan wel met de maximum snelheid van het voertuig indien deze lager is, over een slecht wegdek, bijvoorbeeld een slecht onderhouden klinkerweg, te rijden;

  • e.

    een ervaren testrijder het voertuig over een traject, zoals omschreven onder punt 5.1 van ISO/TR 3888-1975, met een snelheid bij het begin gelijk aan ongeveer 80 km/h te laten rijden, terwijl het gaspedaal zo weinig mogelijk wordt bewogen.

Hoofdstuk

4

Vergroting van de spoorbreedte

Titel

1

Deugelijkheid van de constructie van de wielophanging

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Een beproeving als bedoeld in artikel 9, tweede lid, onderdeel b, moet vergelijkbaar zijn met het gebruik van het voertuig over een totale afstand van 30.000 km waarbij afwisselend:

met een tot de maximum toegestane massa beladen voertuig zoals opgegeven door de fabrikant van het oorspronkelijke voertuig wordt gereden;

  • b.

    door bochten met, onder die omstandigheden, maximale snelheid wordt gereden;

  • c.

    op topsnelheid wordt gereden;

  • d.

    op wegen met een slecht wegdek, zoals bijvoorbeeld een ‘Belgisch Block’ volgens DIN 75302 Anhang A, wordt gereden; en

  • e.

    veelvuldig maximaal wordt geremd vanaf hoge snelheden.

Titel

2

Weggedrag bij vergroting van de spoorbreedte

Artikel

12

Artikel

13

De beproeving, bedoeld in het artikel 12, eerste lid, vindt plaats door:

  • a.

    met het voertuig door een bocht te rijden met een transversale versnelling van ongeveer 5 m/s2. Vervolgens wordt het gaspedaal losgelaten en wordt maximaal afgeremd op de motor. Nadat de snelheid met ongeveer 5 km/h is afgenomen wordt wederom maximaal versneld;

  • b.

    met het voertuig met de maximum snelheid op een recht stuk weg te rijden zonder dat grote stuurcorrecties moeten worden uitgevoerd;

  • c.

    een ervaren testrijder het voertuig over een traject, zoals omschreven onder punt 5.1 van ISO/TR 3888-1975, met een snelheid bij het begin gelijk aan ongeveer 80 km/h te laten rijden terwijl het gaspedaal zo weinig mogelijk wordt bewogen;

  • d.

    met het voertuig indien de reminrichting diagonaal is gescheiden, remproeven met een maximaal haalbare vertraging vanaf 80 km/h uit te voeren terwijl één remkring is uitgeschakeld. Kleine stuurcorrecties, tot maximaal 120° stuurwielverdraaiing, zijn daarbij toelaatbaar;

  • e.

    de zelfcentrerende werking van de stuurinrichting te beproeven terwijl het voertuig een cirkel beschrijft met de bestuurde wielen tot ongeveer halverwege de maximale uitslag met een constante snelheid van tenminste 10 km/h. Wanneer het stuurwiel wordt losgelaten moet het stuurwiel vanzelf in de richting van de middenstand terugkomen of in dezelfde positie blijven staan. De proef wordt zowel links- als rechtsom uitgevoerd;

  • f.

    met het voertuig met een snelheid van ongeveer 80 km/h langs een rechte lijn te rijden en een ruk aan het stuur te geven waarbij dit maximaal 90° wordt verdraaid. Vervolgens wordt het stuurwiel losgelaten. Het stuurwiel moet vanzelf in de richting van de middenstand terugkomen en het voertuig moet zich stabiliseren.

Hoofdstuk

5

Wijzigen van de wielbasis

Titel

1

Wijziging van de wielbasis van een personenauto of bedrijfsauto

Afdeling

1

Stijfheid en deugdelijkheid van de constructie

Artikel

14

Een personenauto of bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg welke geen volledig dragend chassis heeft, moet voldoen aan het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 6.

Afdeling

2

Weggedrag bij wijziging van de wielbasis

Artikel

15

Een personenauto of bedrijfsauto met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg welke geen volledig dragend chassis heeft, moet voldoen aan het bepaalde in de artikelen 7 en 8.

Titel

2

Wijziging van de wielbasis van een motorfiets

Artikel

16

Hoofdstuk

6

Individuele goedkeuring van een personenenauto, bedrijfsauto, motorfiets en driewielig motorrijtuig

Titel

1

Individuele goedkeuring personenauto, bedrijfsauto en driewielig motorrijtuig

Titel

2

Individuele goedkeuring van een motorfiets

Hoofdstuk

7

Slotbepalingen

Artikel

19

De regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 31 oktober 1996, nr. HW/RV 226951, houdende vaststelling van regels m.b.t. de deugdelijkheid van de constructie en het weggedrag (Stcrt. 212), wordt ingetrokken.

Artikel

20

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

21

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling deugdelijkheid en weggedrag.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Miniser van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink