Regeling houdende voorschriften over de toepassing, plaatsing en uitvoering van verkeerstekens, uitgezonderd verkeerslichten

Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 4, derde lid, 9, 10 eerste en tweede lid, derde lid onder a en c, 11 en 48, derde lid, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer;

Besluit:

de volgende voorschriften vast te stellen ten aanzien van de toepassing, de plaatsing en de uitvoering van enkele in het RVV 1990 opgenomen verkeersborden, onderborden en verkeerstekens op het wegdek:

Hoofdstuk

I

Algemene bepalingen

Paragraaf

1

Definities

Paragraaf

2

Algemene bepaling ten aanzien van toepassing

Paragraaf

3

Tijdelijke toepassing van verkeerstekens

Hoofdstuk

II

Verkeersborden

Paragraaf

1

Algemene bepalingen ten aanzien van de toepassing van verkeersborden

Paragraaf

2

Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden

Paragraaf

3

Algemene bepalingen ten aanzien van uitvoering van verkeersborden

Paragraaf

4

Voorschriften voor de afzonderlijke borden

Bord A1 (maximumsnelheid)

Toepassing

Plaatsing

Bij een rijbaan van meer dan 5 m breed of met twee of meer rijstroken in dezelfde richting, wordt het bord indien mogelijk tevens aan de linkerzijde van die rijbaan geplaatst.

Onderborden

Categorale maxima

Bord A2 Einde maximumsnelheid

Toepassing

Het bord wordt niet toegepast bij de toegang tot een woonerf.

Bord A3 (maximumsnelheid op een elektronisch signaleringsbord)

Toepassing

Geen andere dan de volgende maximumsnelheden worden vastgesteld op wegvakken op autosnelwegen: 130, 120, 110, 100, 90, 80, 70, 60, 50 km/h.

Plaatsing

Bord A4 (adviessnelheid)

Toepassing

Voorwaarschuwingsborden

Bord A5 (einde adviessnelheid)

Toepassing

Bord B1 (voorrangsweg)

Toepassing

Plaatsing

Onderborden

Borden B3, B4 en B5 (voorrangskruispunt)

Toepassing

Plaatsing

Bord B6 (verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg)

Toepassing

Plaatsing

Voorwaarschuwingsborden

Onderborden

Bord B7 (stop; verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg)

Toepassing

Plaatsing

Vooraanduiding

Bord C1 (gesloten in beide richtingen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee)

Toepassing

Bord C2 (eenrichtingweg, in deze richting gesloten voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee)

Toepassing

Bord C4 (eenrichtingweg)

Plaatsing

Toepassing

Bord C5 (inrijden toegestaan)

Plaatsing

Bord C19 (gesloten voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan op het bord is aangegeven)

Toepassing

Plaatsing

Bord C22 (gesloten voor voertuigen met bepaalde gevaarlijke stoffen)

Toepassing en plaatsing

Vooraanduiding

Bord C23-01 Spitsstrook open

Toepassing

Dit bord wordt toegepast op bepaalde trajecten om aan te geven dat daar de vluchtstrook in verband met grote drukte is opengesteld als spitsstrook.

Plaatsing

Het bord wordt geplaatst aan de zijde van de rijbaan waar zich de spitsstrook bevindt.

Uitvoering

De afmeting van het bord bedraagt tenminste 1,85 meter (breedte) bij tenminste 1,25 meter (hoogte). De borden worden in verschijnuitvoering uitgevoerd. Er moet ook een blanco vlak of aanduiding kunnen worden getoond, waaruit blijkt dat de spitsstrook niet operationeel is.

Onderbord

Het bord kan worden voorzien van een onderbord. In dat geval luidt de tekst: ‘Spitsstrook open’.

Bord C23-02 Spitsstrook vrijmaken

Toepassing

Dit bord wordt uitsluitend gebruikt om aan te geven dat een geopende spitsstrook dient te worden ontruimd.

Plaatsing

Het bord wordt geplaatst aan de zijde van de rijbaan waar zich de spitsstrook bevindt. Het bord kan zonodig op enige afstand worden herhaald.

Uitvoering

De afmeting van het bord bedraagt tenminste 1,85 meter (breedte) bij tenminste 1,25 meter (hoogte). De borden worden in verschijnuitvoering uitgevoerd. Er moet ook een blanco vlak of aanduiding kunnen worden getoond, waaruit blijkt dat de spitsstrook niet operationeel is.

Onderbord

Het bord C23-02 kan worden voorzien van een onderbord. In dat geval luidt de tekst: ‘Spitsstrook vrijmaken’.

Bord C23-03 Einde spitsstrook

Toepassing

Het bord wordt gebruikt om het einde van de spitsstrook aan te geven.

Plaatsing

Het bord wordt geplaatst aan de zijde van de rijbaan waar zich de spitsstrook bevindt.

Uitvoering

De afmeting van het bord bedraagt tenminste 1,85 meter (breedte) bij tenminste 1,25 meter (hoogte). De borden worden in verschijnuitvoering uitgevoerd. Er moet ook een blanco vlak of aanduiding kunnen worden getoond, waaruit blijkt dat de spitsstrook niet operationeel is.

Onderbord

Het bord C23-03 kan worden voorzien van een onderbord. In dat geval luidt de tekst: ‘Einde spitsstrook’.

Bord D1 Rotonde; verplichte rijrichting

Toepassing en plaatsing

Vooraanduidingsborden

Borden D2 (gebod voor alle bestuurders het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft) en D3 (bord mag aan beide zijden voorbij worden gegaan)

Toepassing

Plaatsing

Bord E1 (parkeerverbod) en bord E2 (verbod stil te staan)

Plaatsing

Bord E5 (taxistandplaats; tevens parkeerverbod voor andere voertuigen)

Plaatsing

Bord E6 (gehandicaptenparkeerplaats)

Plaatsing

Onderborden

Bord E7 (gelegenheid bestemd voor het onmiddellijk laden en lossen van goederen; tevens parkeerverbod voor andere voertuigen)

Plaatsing

Bord E8 (parkeergelegenheid alleen bestemd voor de voertuigcategorie die op het bord is aangegeven; tevens parkeerverbod voor andere voertuigcategorieën)

Uitvoering

Plaatsing

Bord E9 (parkeergelegenheid alleen bestemd voor vergunninghouders)

Plaatsing

Bord E10 (Parkeerschijf-zone)

Plaatsing

Bord E12 (Parkeergelegenheid voor openbaar-vervoer-reizigers bij een Parkeer en Reis halte)

Toepassing

Plaatsing

Bord E13 (Parkeergelegenheid ten behoeve van carpoolers)

Toepassing

Plaatsing

Bord F1 (verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)

Plaatsing

Bord F2 (einde verbod voor motorvoertuigen om elkaar onderling in te halen)

Plaatsing

Bord F3 (verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen)

Plaatsing

Bord F4 (einde verbod voor vrachtauto’s om motorvoertuigen in te halen)

Plaatsing

Bord F5 (verbod voor bestuurders door te gaan bij nadering van verkeer uit tegengestelde richting)

Vooraanduidingen

Bord F6 (bestuurders uit tegengestelde richting moeten verkeer dat van deze richting nadert voor laten gaan)

Vooraanduidingen

Bord F7 (keerverbod)

Plaatsing

Bord F10 (stop. In het bord kan worden aangegeven door wie of waarom het bord wordt toegepast)

Uitvoering

Voorwaarschuwing

Bord F11 (verplicht gebruik passeerstrook of passeerbaan)

Toepassing

Het bord wordt uitsluitend toegepast aan het begin van een passeerstrook of passeerbaan.

Plaatsing

Het bord wordt aan de rechterkant, haaks op de as van de passeerstrook of passeerbaan, aan het begin van deze strook of baan geplaatst.

Uitvoering

Het bord wordt uitgevoerd in minimaal type I.

Bord F12 (einde verplicht gebruik passeerstrook of passeerbaan)

Toepassing

Het bord wordt uitsluitend toegepast aan het einde van de passeerstrook of passeerbaan.

Borden F13, F15 en F17 (rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen, respectievelijk trams of lijnbussen en trams)

Toepassing

De borden worden uitsluitend toegepast aan het begin van een – niet verplicht te gebruiken – lijnbusbaan of trambaan, of lijnbus- en trambaan of -strook. Toepassing van deze borden verdient in beginsel de voorkeur boven borden van hoofdstuk C bij een besluit om een specifieke rijbaan of -strook voor een of meer van deze categorieën voertuigen in te stellen.

Plaatsing

De borden worden aan de rechterkant, haaks op de as van de busbaan, of de trambaan, of de bus- en trambaan, aan het begin van deze baan geplaatst.

Uitvoering

Deze borden worden uitgevoerd in minimaal type I.

Borden F14, F16 en F18 (einde rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van lijnbussen, respectievelijk trams of lijnbussen en trams)

Toepassing

De borden worden uitsluitend toegepast in die situaties waarin het niet duidelijk is, dat de lijnbusbaan of trambaan of lijnbus- en trambaan of -strook overgaat in een baan of strook waarvoor een ander regiem geldt.

Borden F19 en F21 (rijbaan of -strook uitsluitend ten behoeve van vrachtauto’s en lijnbussen, respectievelijk vrachtauto’s)

Toepassing

De borden worden uitsluitend toegepast aan het begin van een – niet verplicht te gebruiken – rijbaan of -strook voor vrachtauto’s en lijnbussen, of voor vrachtauto’s. Toepassing van deze borden verdient in beginsel de voorkeur boven borden van hoofdstuk C bij een besluit om een specifieke rijbaan of -strook voor een of meer van deze categorieën voertuigen in te stellen.

Plaatsing

Deze borden worden aan de rechterkant, haaks op de as van de rijbaan voor vrachtauto’s en lijnbussen of voor vrachtauto’s, aan het begin van deze rijbaan geplaatst.

Ten behoeve van doelgroepstroken mogen deze borden boven de rijbaan of -strook worden geplaatst conform bord L12.

Uitvoering

Deze borden worden uitgevoerd in minimaal type I.

Borden F20 en F22 (einde rijbaan of -strook voor vrachtauto’s en lijnbussen, respectievelijk vrachtauto’s)

Toepassing

De borden worden uitsluitend toegepast in die situaties waarin het niet duidelijk is, dat de rijbaan of -strook voor vrachtauto’s en lijnbussen of die voor vrachtauto’s overgaat in een baan of strook welke openstaat voor andere bestuurders.

Bord G1 (autosnelweg)

Toepassing

Bord G3 (autoweg)

Toepassing

Bord G5 (erf)

Toepassing

Bord G6 (einde erf)

Toepassing

Plaatsing

Borden G7 tot en met G14 Voetpad, ruiterpad, verplicht fietspad, onverplicht fietspad en fiets/bromfietspad, respectievelijk einde van het pad.

Toepassing

Plaatsing

Uitvoering

Borden H1 en H2 (bebouwde kom resp. einde bebouwde kom)

Toepassing

Plaatsing

Bord J 9 Rotonde.

Toepassing

Bord J15 (beweegbare brug)

Plaatsing

Onderborden

Bord J16 (werk in uitvoering)

Toepassing

Borden J17 tot en met J19 (rijbaanversmalling)

Toepassing

Borden J21 (kinderen), J23 (voetgangers), J24 (fietsers en bromfietsers)

Toepassing

Onderborden

Bord J25 (losliggende stenen)

Toepassing

Bord J29 (tegenliggers)

Plaatsing

Bord J32 (verkeerslichten)

Toepassing

Uitvoering

Onderborden

Verlichting

Bord J33 (file)

Uitvoering

Onderborden

Borden J34 (ongeval); J35 (slecht zicht door sneeuw, regen of mist; J36 (ijzel of sneeuw)

Toepassing

Bord J37 (gevaar)

Toepassing

Onderborden

Bord K14

Toepassing

Bord L1 (hoogte onderdoorgang)

Toepassing

Plaatsing

Bord L2 (voetgangersoversteekplaats)

Toepassing

Plaatsing

Bord L4 (voorsorteren)

Plaatsing

Bord L5 (einde rijstrook)

Plaatsing

Bord L13 Verkeerstunnel

Toepassing

  • 1.

    Het bord wordt geplaatst voor elke tunnel, langer dan 250 meter.

  • 2.

    De lengte van de tunnel wordt vermeld in het onderste deel van het bord.

  • 3.

    De naam van de tunnel kan op het bord of op een onderbord worden aangegeven.

  • 4.

    Bij tunnels, langer dan 3000 meter, wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 meter aangegeven.

Plaatsing

Het bord wordt aan elke ingang van de tunnel geplaatst.

Bord L15 Vluchthaven

Toepassing

De aanwezigheid van noodtelefoons en brandblusapparaten wordt aangegeven met bord L 18.

Bord L19 Dichtstbijzijnde uitgang in de op het bord aangegeven richting en afstand

Toepassing en plaatsing

Het bord wordt om de 25 meter op een hoogte van ten hoogste 1,5 meter boven het wegdek op de tunnelwanden geplaatst om aan te geven waar zich de twee dichtstbijzijnde uitgangen bevinden.

Borden L20 (uitwijkplaats rechts van de weg) en L21 (uitwijkplaats links van de weg)

Toepassing

De borden worden uitsluitend toegepast op wegen buiten de bebouwde kom met een breedte van minder dan 4 m.

Plaatsing

Deze borden worden aan de rechterkant, respectievelijk linkerkant, haaks op de as van de rijbaan geplaatst op ca 20 m voor de uitwijkplaats.

Uitvoering

Deze borden worden uitgevoerd in minimaal type 0.

Hoofdstuk

III

Onderborden

Uitvoering en plaatsing

Hoofdstuk

IV

Verkeerstekens op het wegdek

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Paragraaf

2

Voorschriften voor de afzonderlijke tekens op het wegdek

Hoofdstuk

V

Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, A.Jorritsma-Lebbink