Regeling houdende de vaststelling van regels ten aanzien van de behandeling van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie

Klachtenregeling Rijksrecherche 1997

De Minister van Justitie,
Overwegende, dat het noodzakelijk is regels vast te stellen over de behandeling, het onderzoek en de afdoening van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie;
Overwegende, dat het voor een goed functioneren van de organisatie van de Rijksrecherche wenselijk is dat klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie op een deugdelijke en zorgvuldige wijze worden afgedaan;

Stelt vast:

de volgende regels over de behandeling, het onderzoek en de afdoening van klachten over het optreden van de bij de Rijksrecherche werkzame bijzondere ambtenaren van politie.

Artikel

1

Definitiebepaling

In deze regeling wordt verstaan onder:

bijzondere ambtenaar van politie:

de ambtenaar van politie werkzaam bij de Rijksrecherche, als bedoeld in artikel 43 van de Politiewet 1993; alsmede de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van die bijzondere ambtenaren van politie;

ambtenaar:

de bijzondere ambtenaar van politie, tegen wie de klacht is ingediend;

beheerder:

het College van procureurs-generaal;

procureur-generaal:

de door het College van procureurs-generaal aangewezen procureur-generaal;

de klachtencommissie BAP:

de commissie als bedoeld in artikel 2;

directeur Rijksrecherche:

de directeur van de bijzondere ambtenaren werkzaam bij de Rijksrecherche.

Artikel

2

De klachtencommissie BAP

Artikel

3

Het indienen van een klacht

Artikel

4

Een klacht

Artikel

5

De ontvangstbevestiging

Artikel

6

Het onderzoek

De directeur Rijksrecherche stelt een onderzoek in naar de klacht, indien deze betrekking heeft op een gedraging van een ambtenaar. De directeur Rijksrecherche treft een regeling met betrekking tot het onderzoek.

Artikel

7

Het achterwege laten van onderzoek

Artikel

8

Schorsing van het onderzoek

Artikel

9

De wijze van onderzoek en rapportage

Artikel

10

Visie procureure-generaal

De directeur Rijksrecherche stelt de procureur-generaal in de gelegenheid zijn visie op de onderzochte gedraging kenbaar te maken.

Artikel

11

Advies van de klachtencommissie BAP

Artikel

12

Onderzoek door de klachtencomissie BAP

Artikel

13

Afdoening

Artikel

14

Termijnen van afdoening

Artikel

15

Registratie en publicatie

Artikel

16

Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel

18

Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als: Klachtenregeling Rijksrecherche 1997.

Deze regeling zal met toelichting worden geplaatst in de Staatscourant. Van de plaatsing wordt mededeling gedaan in het Algemeen Politieblad.

Den Haag
De Minister van Justitie,W.Sorgdrager