IJkregeling inhoudsmaten

De Minister van Economische Zaken,

Besluit:

Hoofdstuk

1

Inleidende bepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

wet:

de IJkwet;

inhoudsmaten:

de inhoudsmaten, bedoeld in artikel 1, onder B, van het IJkreglement;

cilindrische maten:
glazen maten:
bijzondere inhoudsmaten:
onderzoek tot toelating van een model:

het onderzoek, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet;

keuring:

de keuring, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet;

herkeuring:

de herhaalde keuring, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de wet;

toezicht:

Artikel

2

De bepalingen van deze regeling moeten wat betreft inhoudsmaten in acht worden genomen bij:

Artikel

2a

Met de inhoudsmaten, die de in artikel 10, eerste lid, van de wet, bedoelde keuring hebben ondergaan, worden gelijkgesteld inhoudsmaten, die in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel gebracht en die door een gelijkwaardige, door die andere staat erkende instantie zijn gekeurd, mits bij die keuringen aan gelijkwaardige eisen is voldaan.

Hoofdstuk

2

Voorschriften voor inhoudsmaten

Paragraaf

1

Algemene bepalingen

Artikel

3

De vorm en de uitvoering van de inhoudsmaten alsmede de grondstoffen waaruit zij zijn vervaardigd, moeten van zodanige aard zijn dat de bestendigheid van hun inhoud is gewaarborgd.

Artikel

4

Inhoudsmaten hebben de vorm van:

  • a.

    een rechte cirkelcilinder of

  • b.

    een ander regelmatig meetkundig lichaam met een meethals, waarvan de doorsnede zodanig is, dat een volume, gelijk aan de waarde, die ingevolge het bepaalde in artikel 24 voor de maximaal toelaatbare fout bij de keuring geldt, in die hals overeenkomt met een hoogte van ten minste 1 mm.

Artikel

5

Voor zover de stevigheid van de inhoudsmaten dit vereist, moeten uitwendige versterkingsranden, banden, kruisstroken of ribben aangebracht zijn.

Artikel

6

De inhoudsmaten mogen voorzien zijn van een schenktuit, een stortrand, handvatten, oren of hengsels, die stevig aan het lichaam van de maat zijn bevestigd, en een vaste overloop hebben waarvan de bovenrand de metende ruimte begrenst.

Artikel

7

Bij de inhoudsmaten waarvan de bovenrand de inhoud begrenst, moet deze rand vlak zijn.

Artikel

8

Bij de inhoudsmaten voor vloeistoffen, waarvan de inhoud door maatstrepen of andere voorzieningen is aangegeven, moeten deze strepen of voorzieningen zodanig zijn aangebracht, dat het bepalen van de vloeistofspiegel nauwkeurig kan plaatsvinden.

Artikel

9

Verdelingen en becijferingen moeten regelmatig zijn aangebracht.

Artikel

10

Op elke inhoudsmaat moet zijn vermeld:

  • a.

    de nominale inhoud, zijnde de grootste te meten inhoud, en

  • b.

    de identificatie van de fabrikant.

Artikel

11

De maximaal toelaatbare fouten gelden bij een temperatuur van 20 °C, tenzij op de bijzondere inhoudsmaten een temperatuur is vermeld die afwijkt van 20 °C, in welk geval de maximaal toelaatbare fouten bij de daar vermelde temperatuur gelden.

Artikel

12

De plaats voor het aanbrengen van het ijkmerk kan zijn voorzien hetzij op de romp van de maat, hetzij op tindruppels die daartoe op de romp zijn aangebracht, hetzij op een versterkingsband die vast met de romp verbonden is.

Paragraaf

2

Artikel

13

Artikel

14

De maximaal toelaatbare fouten van de cilindrische maten zijn:

Nominale inhoud van de

Maximale toelaatbare fouten in ml

maat in liter

bij de keuring

bij de herkeuring, het onder-

zoek, bedoeld in artikel 16,

eerste lid van de wet en het

toezicht

hoge maten

lage maten

hoge maten

lage maten

0,01

0,15

0,2

0,3

0,4

0,02

0,2

0,3

0,4

0,6

0,05

0,4

0,6

0,8

1,2

0,1

0,6

1

1,2

2

0,2

1

1,5

2

3

0,5

2

3

4

6

1

3

5

6

10

2

5

8

10

16

5

8

15

16

30

10

15

25

30

50

20

22

35

44

70

50

40

65

80

130

Paragraaf

3

Bepalingen betreffende glazen maten

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

18

De maximaal toelaatbare fout van de nominale inhoud en die van de inhoud tussen twee willekeurige deelstrepen van glazen maten is gelijk aan de waarde van de kleinste onderverdeling van die maten.

Paragraaf

4

Bepalingen betreffende bijzondere inhoudsmaten

Artikel

20

Voor de bijzondere inhoudsmaten geldt artikel 4 niet.

Artikel

21

Zo nodig wordt het gebruiksdoel waarvoor bijzondere inhoudsmaten bij uitsluiting zijn bestemd, op de maten vermeld.

Artikel

22

De bijzondere inhoudsmaten worden onderscheiden in:

  • a.

    maten met de nauwkeurigheid van lage maten;

  • b.

    maten met de nauwkeurigheid van hoge maten.

Artikel

23

De bijzondere inhoudsmaten met de nauwkeurigheid van hoge maten zijn, in de onmiddellijke nabijheid van de vermelding van de nominale inhoud, duidelijk en onuitwisbaar gekenmerkt met de hoofdletter P.

Artikel

24

De maximaal toelaatbare fouten van de bijzondere inhoudsmaten zijn:

  • a.

    indien de nominale inhoud kleiner is dan 0,01 liter:

    • 1º.

      bij de keuring: hetgeen onder 1 in onderstaande tabel is vermeld;

    • 2º.

      bij de herkeuring, het onderzoek bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, en het toezicht: hetgeen onder 2 in onderstaande tabel is vermeld, in procenten van de nominale inhoud:

      Maten met nauwkeurigheid van

      (1)

      (2)

      lage maten

      2%

      4%

      hoge maten

      1,5%

      3%

  • b.

    indien de nominale inhoud niet kleiner is dan 0,01 liter en niet groter dan 50 liter, met uitzondering van het geval bedoeld onder e, gelijk aan die welke in de tabel van artikel 14 zijn aangegeven voor maten met overeenkomstige nauwkeurigheid en nominale inhoud;

  • c.

    indien de nominale inhoud is gelegen tussen twee opeenvolgende waarden in de tabel van artikel 14:

    • gelijk aan die, vastgesteld voor de kleinste van die twee waarden, indien de nominale inhoud niet groter is dan de helft van de som van die twee waarden, en

    • gelijk aan die, vastgesteld voor de grootste van die twee waarden, indien de nominale inhoud groter is dan de helft van de som van die twee waarden;

  • d.

    indien de nominale inhoud groter is dan 50 liter;

    • 1º.

      bij de keuring: hetgeen onder 1 in onderstaande tabel is vermeld;

    • 2º.

      bij de herkeuring, het onderzoek bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet, en het toezicht: hetgeen onder 2 in onderstaande tabel is vermeld, in procenten van de nominale inhoud:

      Maten met nauwkeurigheid van

      (1)

      (2)

      lage maten

      0,13%

      0,26%

      hoge maten

      0,08%

      0,16%

  • e.

    voor de tonvormige geduigde maten van 50 liter met een nauwkeurigheid van lage maten:

Hoofdstuk

3

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

25

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 geldt dat inhoudsmaten, die

  • a.

    zijn vervaardigd overeenkomstig een toegelaten model dat is onderzocht overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989, of

  • b.

    voor 1 mei 1989 zijn aangewezen krachtens artikel 11, derde lid, van de wet en zijn goedgekeurd overeenkomstig de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989,

    bij de keuring, de herkeuring, het onderzoek, bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet en het toezicht moeten voldoen aan de bepalingen van de IJkbeschikking, zoals deze luidden tot 1 mei 1989.

Artikel

26

De bijlage, bedoeld in artikel 15, ligt ter inzage bij de ijkinstelling.

Artikel

29

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

30

Deze regeling wordt aangehaald als: IJkregeling inhoudsmaten.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Economische Zaken,G.J.Wijers