Regeling van de Minister van Justitie van 15 december 1997, nr. 665422/897, houdende de organisatie van de diensten beheer bij de rechtsprekende colleges en de landelijke diensten, organen en instellingen van de rechterlijke organisatie

Organisatieregeling beheer gerechten en landelijke diensten

De Minister van Justitie,
Gelet op het Organisatiebesluit van het Ministerie van Justitie, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 9 januari 1997;
Overwegende dat in de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Beroepswet, de Tariefcommis-siewet, de Wet op de Studiefinancie-ring, de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet op de justitiële documentatie en de verklaringen omtrent het gedrag, de Wet persoonsregistraties, het Besluit instelling Centraal bureau van Bijstand ex artikel 73a Wet op het Notarisambt, de Algemene wet gelijke behandeling, de statuten van de Nederlandse Vere-niging voor Rechtspraak en de statuten van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging de rechtsprekende colleges en een aantal landelijke diensten, organen en instellingen zijn geregeld en dat de directie rechtspleging is belast met de organisatie van de ondersteuning en met het beheer bij de rechtsprekende colleges en diensten, organen en instellingen;
Overwegende dat het, in verband met de beheersmatige ontvlechting van het openbaar ministerie en de rechterlijke colleges, wenselijk is per 1 januari 1998 een nieuwe beheersstructuur in te voeren ten aanzien van de diensten beheer bij de gerechten en de landelijke diensten, organen en instellingen;

Besluit:

§

1

Structuur

Artikel

1

(Definities)

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    landelijk dienst: een dienst, orgaan of instelling met een landelijke functie of een dienst beheer bij een dienst, orgaan of instelling met een landelijke functie;

  • b.

    de regionale tuchtcolleges en het centrale tuchtcollege: de regionale tuchtcolleges en het centrale tuchtcollege, bedoeld in artikel 53 e.v. van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

  • c.

    bijzondere rechtsprekende colleges: de Tariefcommissie, de regionale tuchtcolleges en het centrale tuchtcollege, het College van Beroep voor het bedrijfsleven en het College van Beroep studiefinanciering.

Artikel

2

(Diensten beheer gerechten in eerste aanleg en arrondissementale stafdiensten)

Artikel

3

(Diensten beheer bij de rechtsprekende colleges)

Artikel

4

(Landelijke diensten)

De volgende landelijke diensten ressorteren onder de directie rechtspleging van het Ministerie van Justitie:

  • a.

    de Centrale justitiële documentatie (CJD), met inbegrip van het Bureau verwijsindex personen strafrechthandhaving (VIPS), te Almelo;

  • b.

    de Facilitaire dienst rechterlijke organisatie (FDRO), te Zoetermeer en Zeist;

  • c.

    de dienst Prisma, te Amersfoort;

  • d.

    het Centraal Bureau van Bijstand inzake het toezicht op de boekhouding van notarissen (CBBN), te Utrecht;

  • e.

    het secretariaat van de Registratiekamer, te Den Haag;

  • f.

    het bureau van de Commissie gelijke behandeling (CGB), te Utrecht;

  • g.

    het Bureau van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging (SSR), met inbegrip van het Bureau Justex, te Zutphen.

2. De volgende landelijke diensten ressorteren onder de dienst beheer bij het gerechtshof te Den Haag:

  • a.

    het secretariaat van de Commissie aantrekken leden rechterlijke macht, te Den Haag;

  • b.

    het secretariaat van de Selectiecommissie rechterlijke ambtenaren, te Den Haag;

  • c.

    het bureau van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR), te Den Haag;

  • d.

    het Algemeen secretariaat zittende magistratuur (ASZM), te Den Haag.

3. In afwijking van artikel 3, vierde lid, ressorteert de dienst beheer bij het gerechtshof ten aanzien van het beheer bij de landelijke diensten, genoemd in het tweede lid, direct onder de directie rechtspleging van het Ministerie van Justitie.

§

2

Beheer bij de rechterlijke colleges

Artikel

5

(Beheer bij de gerechten in eerste aanleg)

Artikel

6

(Beheer bij de Hoge Raad, de gerechtshoven en de Centrale Raad van Beroep)

Artikel

7

(Beheer bij de bijzondere rechtsprekende colleges)

§

3

De arrondissementale stafdiensten

Artikel

8

(Arrondissementale stafdiensten)

De arrondissementale stafdienst heeft in ieder geval tot taak het verlenen van facilitaire ondersteuning ten behoeve van:

  • a.

    de dienst beheer gerechten in eerste aanleg van het desbetreffende arrondissement;

  • b.

    de dienst beheer bij de Hoge Raad, het gerechtshof en de Centrale Raad van Beroep, voorzover het college in het desbetreffende arrondissement is gevestigd;

  • c.

    de dienst beheer bij het bijzondere rechtsprekende college, dat in het desbetreffende arrondissement is gevestigd;

    de landelijke dienst, die in het desbetreffende arrondissement is gevestigd;

  • d.

    het dienstonderdeel of de dienstonderdelen van het openbaar ministerie in het desbetreffende arrondissement.

2. Aan het hoofd van elke arrondissementale stafdienst staat een directeur arrondissementale stafdienst, die ondergeschikt is aan de directeur rechtspleging.

3. De directeur arrondissementale stafdienst is belast met de dagelijkse leiding van de arrondissementale stafdienst.

4. De directeur arrondissementale stafdienst maakt schriftelijke afspraken met functionarissen, die daartoe zijn aangewezen in deze regeling en in de Organisatieregeling dienstonderdelen OM, over de te verlenen facilitaire ondersteuning door de arrondissementale stafdienst.

5. De directeur arrondissementale stafdienst maakt schriftelijke afspraken met de directeur rechtspleging over de ter beschikking te stellen middelen en het leveren van de daaraan te koppelen prestaties van de arrondissementale stafdienst.

§

4

Landelijke diensten, organen of instellingen

Artikel

9

(CJD, CBBN, Registratiekamer, CGB)

Artikel

10

(Bureau VIPS)

Artikel

11

(Facilitaire dienst rechterlijke organisatie)

Artikel

12

(Dienst Prisma)

Artikel

13

(Secretariaat van de Commissie aantrekken leden rechterlijke macht)

Artikel

14

(Secretariaat van de Selectiecommissie rechterlijke ambtenaren)

Artikel

15

(Algemeen secretariaat zittende magistratuur)

Artikel

16

(Bureau van de NVvR)

Artikel

17

(Het bureau van de Stichting Studiecentrum Rechtspleging)

Artikel

18

(Bureau Justex)

§

5

Slotbepalingen

Artikel

19

(Intrekking besluiten)

De volgende besluiten worden ingetrokken:

  • 1.

    Het Organisatiebesluit Alkmaar, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 27 juli 1994, nr. 1994-1/org.besl/DRO/P/MH/Alkmaar;

  • 2.

    Het Organisatiebesluit Almelo, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 28 juli 1994, nr. DRO/P/1992/07/OB 820/Almelo;

  • 3.

    Het Organisatiebesluit Amsterdam, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890;

  • 4.

    Het Organisatiebesluit Arnhem, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890;

  • 5.

    Het Organisatiebesluit Assen, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890;

  • 6.

    Het Organisatiebesluit Breda, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 7.

    Het Organisatiebesluit Den Haag, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 12 januari 1996, nr. 1994-2/org.besl./DRO/P/MH/Den Haag.

  • 8.

    Het Organisatiebesluit ’s-Hertogen-bosch 1996, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 18 maart 1996, nr. 546700/896.

  • 9.

    Het Organisatiebesluit Dordrecht, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 27 juli 1994, nr. 1994-1/org.besl./DRO/P/MH/Dordrecht.

  • 10.

    Het Organisatiebesluit Groningen, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 11.

    Het Organisatiebesluit Haarlem, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 12.

    Het Organisatiebesluit Leeuwarden, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 13.

    Het Organisatiebesluit Maastricht, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 14.

    Het Organisatiebesluit Middelburg 1996, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 5 maart 1996, nr. 543220/890.

  • 15.

    Het Organisatiebesluit Roermond, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 16.

    Het Organisatiebesluit Rotterdam, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 17.

    Het Organisatiebesluit Utrecht 1996, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 23 mei 1996.

  • 18.

    Het Organisatiebesluit Zutphen, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 21 december 1990, nr. 39633/890.

  • 19.

    Het Organisatiebesluit Zwolle, besluit van de Minister van Justitie, d.d. 26 juli 1994, nr. 1994-1/org.besl./DRO/P/Zwolle/MH.

Artikel

20

(Publicatie)

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

Artikel

21

(Inwerkingtreding)

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Artikel

22

(Citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatieregeling beheer gerechten en landelijke diensten.

Den Haag
De Minister van Justitie,
namens de Minister,
de Directeur-Generaal Wetgeving, Rechtshandhaving en Rechtspleging, C.P.M.Cleiren