Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet op de artikelen 6, 8, 14, 14a, 17 juncto artikel 8, 18, tweede lid, 21, 21a, 22 en 34 van het Lozingenbesluit bodembescherming

Besluit:

Hoofdstuk

1

Begripsbepalingen

Artikel

1

In deze regeling wordt verstaan onder:

het Lozingenbesluit:
zandfractie:

het gewichtspercentage minerale delen met een korrelgrootte groter dan 50 micrometer en kleiner dan 2000 micrometer;

d60:

de korrelgrootte waarvoor geldt dat 60 procent van de zandfractie een kleinere korrelgrootte bezit;

effectievekorrel korreldiameter of d10-waarde:

korrelgrootte waarvoor geldt dat 60 procent van de zandfractie een kleinere korrelgrootte bezit;

uniformiteitscoëfficiënt:

de verhouding van de d60-waarde en de d10-waarde van de zandfractie;

ruw afvalwater:

huishoudelijk afvalwater, dat nog niet is voorbehandeld;

dagaanvoer:

het in een tijdvak van 24 aaneengesloten uren aangevoerde volume;

maximale uuraanvoer:

het maximaal aangevoerde volume over een vak van een uur;

organische vuilvracht:

de massahoeveelheid organisch vuil in water aangevoerd per tijdseenheidberekend als het produkt van de dagaanvoer en de BZV5-concentratie van dit water;

BZV5:

het Biochemisch Zuurstof Verbruik, zijnde de massahoeveelheid zuurstof die door micro-organismen per liter water wordt verbruikt, gedurende een aaneengesloten tijdvak van 5 dagen, bij 20° C;

voorbezonken afvalwater:

huishoudelijk afvalwater dat is voorbehandeld door een afscheiding van bezinkbare en opdrijvende stoffen, stoffen zonder toevoeging van chemicaliën, maar dat nog niet biologisch is behandeld;

verblijftijd:

de tijd gedurende welke een waterdeeltje gemiddeld in een tank verblijft, berekend als het quotiënt van de inhoud van de tank die kan worden benut en het aangevoerd watervolume per tijdseenheid;

hydraulischede ontwerpbelasting:

de bij de dimensionering aangehouden wateraanvoer per dag en per eenheid van het filteroppervlak;

ontwerpbelasting:

de bij de dimensionering aangehouden belasting;

specifiek oppervlak:

het totale oppervlak van een materiaal per eenheid van volume van het materiaal;

hydraulischede oppervlaktebelasting:

wateraanvoer per oppervlakte-eenheid van de nabezinktank;

leemgehalte:

het gewichtspercentage minerale bodemdelen met een korrelgrootte kleiner dan 50 micrometer;

lutumgehalte:

het gewichtspercentage minerale bodemdelen met een korrelgrootte kleiner dan 2 micrometer;

mediaan van de zandfractie (M 50):

de korrelgrootte waarvoor geldt dat 50 procent van de zandfractie een grotere korrelgrootte en 50 procent een kleinere korrelgrootte bezit;

bovengrond:

het bewortelde bovenste gedeelte van de bodem dat rijk is aan organische stof;

ondergrond:

het gedeelte van de bodem, niet zijnde de bovengrond;

infiltratieklasse:

de indeling van de grond naar doorlatendheid;

zijwand oppervlak:

het wandoppervlak van een zakput gerekend vanaf de onderzijde tot aan de hoogte van de aanvoerleiding van het huishoudelijk afvalwater;

horizontaal filteroppervlak:

de oppervlakte van het horizontale grensvlak gelegen tussen bodem en grindpakket bij een infiltratievoorziening, niet zijnde een zakput;

Hoofdstuk

2

Algemene bouwvoorschriften voor zuiveringssystemen en infiltratievoorzieningen

Artikel

2

Het onderdeel van een zuiveringssysteem, waar het huishoudelijk afvalwater biologisch wordt behandeld, moet zodanig zijn uitgevoerd, dat voldoende lucht voor de instandhouding van een aëroob biologisch zuiveringsproces kan toetreden.

Artikel

3

Filterzand moet aan de volgende eisen voldoen:

  • a.

    de uniformiteitscoëfficiënt moet kleiner of gelijk aan 4 zijn,

  • b.

    de effectieve korreldiameter moet groter of gelijk aan 0,25 mm en kleiner of gelijk aan 0,45 mm zijn,

  • c.

    de korrelgrootteverdeling moet zijn gelegen tussen de grenzen, welke zijn aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage 1, en

  • d.

    het filterzand moet vrij zijn van verontreinigende stoffen van organische of toxische aard.

Artikel

4

Grof grind en fijn grind van scheidings- en deklagen moeten aan de volgende eisen voldoen:

  • a.

    de korrelgrootteverdeling moet zijn gelegen tussen de grenzen, welke zijn aangegeven in de bij deze regeling behorende bijlage 1, en

  • b.

    het grind moet vrij zijn van verontreinigende stoffen van organische of toxische aard.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Bij de aanleg van of werkzaamheden ter plaatse van een infiltratievoorziening mag de structuur van de bodem niet zodanig worden verstoord dat de doorlatendheid van de bodem in horizontale of verticale richting wordt veranderd.

Hoofdstuk

3

Algemene dimensioneringsvoorschriften voor zuiveringssystemen en infiltratievoorzieningen

§

3.1

Algemeen

Artikel

8

Naar een zuiveringssysteem of een infiltratievoorziening mag geen hemel- of drainagewater worden afgevoerd.

§

3.2

Dimensionering van zuiveringssystemen

§

3.2.1

Huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woonruimten

Artikel

9

De dimensioneringsvoorschriften, die in deze paragraaf zijn opgenomen, gelden voor huishoudelijk afvalwater afkomstig van woonruimten alleen, indien dit afvalwater tezamen met huishoudelijk afvalwater afkomstig van een of meer andere lozingsbronnen op een zuiveringssysteem als bedoeld in artikel 15 van het Lozingenbesluit wordt aangesloten.

Artikel

10

Artikel

11

Bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater moet voor de aanvoer van ruw afvalwater worden aangehouden:

  • a.

    een dagaanvoer van 0,15 m3 per inwoner,

  • b.

    een maximale uuraanvoer van 1/10 van de dagaanvoer, en

  • c.

    als organische vuilvracht van het ruwe afvalwater een BZV5-aanvoer van 50 gram O2 per inwoner per dag.

§

3.2.2

Huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moet de organische vuilvracht in het ruwe afvalwater worden bepaald als het produkt van het waterverbruik, bepaald overeenkomstig artikel 12, en de BZV5-concentratie, bepaald overeenkomstig artikel 13.

Artikel

15

Artikel

16

De bij de dimensionering van een zuiveringssysteem voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, gehanteerde waarden voor de maximale uuraanvoer moeten zodanig worden vastgesteld dat deze waarden:

  • a.

    redelijkerwijs niet kunnen worden overschreden en

  • b.

    ten minste 1/10 van de bij de dimensionering gehanteerde dagaanvoer bedragen.

§

3.2.3

Overige dimensioneringsvoorschriften voor zuiveringssystemen

Artikel

17

Indien op één zuiveringssysteem verschillende lozingsbronnen van huishoudelijk afvalwater worden aangesloten, moet bij de dimensionering van het zuiveringssysteem worden uitgegaan van de gesommeerde dagaanvoer, maximale uuraanvoer en organische vuilvracht van het ruwe afvalwater van de afzonderlijke lozingsbronnen, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 10, 11, 15 en 16.

Artikel

18

Voor het bepalen van de organische vuilvracht aan BZV5 in voorbezonken afvalwater mag de organische vuilvracht aan BZV5 van ruw afvalwater worden verminderd met 25 procent bij toepassing van een septic tank met een verblijftijd van ten minste 3 dagen, bij een oxydatiebed- en een biorotorsysteem.

Artikel

19

Indien in een zuiveringssysteem recirculatie van afvalwater plaatsvindt, moet bij de dimensionering in voldoende mate rekening worden gehouden met de verhoogde hydraulische belasting van het zuiveringssysteem of onderdelen hiervan.

§

3.3

Dimensionering van infiltratievoorzieningen

§

3.3.1

Huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woonruimten

Artikel

20

Artikel

21

Bij de dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, afkomstig van woonruimten, moet voor de aanvoer van afvalwater worden uitgegaan van een dagaanvoer van 0,15 m3 per inwoner.

§

3.3.2

Huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten

Artikel

22

De dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, moet zijn gebaseerd op het geregistreerde waterverbruik, bepaald overeenkomstig artikel 12.

Artikel

23

Bij de dimensionering van een infiltratievoorziening voor huishoudelijk afvalwater, niet afkomstig van woonruimten, kan voor de te hanteren waarde van de dagaanvoer worden uitgegaan van de waarde van de dagaanvoer als bedoeld in artikel 15.

§

3.3.3

Overige dimensioneringsvoorschriften voor infiltratievoorzieningen

Artikel

24

Indien op een infiltratievoorziening verschillende lozingsbronnen van huishoudelijk afvalwater worden aangesloten, moet bij de dimensionering van de infiltratievoorziening worden uitgegaan van de gesommeerde dagaanvoer van de afzonderlijke lozingsbronnen, vastgesteld overeenkomstig de artikelen 20, 21 en 23.

Hoofdstuk

4

Zuiveringssystemen voor beperkte lozingen van huishoudelijk afvalwater in de bodem

Artikel

25

De septic tank, bedoeld in artikel 6 van het Lozingenbesluit, moet een zodanige inhoud hebben dat:

  • a.

    ten minste 6 m3 kan worden benut bij minder dan 6 lozingseenheden;

  • b.

    ten minste 12 m3 kan worden benut bij ten minste 6 en ten hoogste 10 lozingseenheden.

Artikel

26

Artikel

27

Artikel

28

Artikel

29

Het slib moet eenmaal per twee jaar, of zoveel vaker als voor een goede werking van de tank nodig is, uit de septic tank worden verwijderd.

Hoofdstuk

5

Zuiveringssystemen voor omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater in de bodem

§

5.1

Voorbehandeling

Artikel

30

Artikel

31

Artikel

32

§

5.2

Biologische behandeling

§

5.2.1

Algemeen

Artikel

34

De biologische behandeling van omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater moet plaatsvinden:

  • a.

    bij een opgehoogd infiltratiebedsysteem: in het opgehoogd infiltratiebed;

  • b.

    bij een opgehoogd filtratiebedsysteem: in het opgehoogd filtratiebed;

  • c.

    bij een zandfiltersysteem: in het zandfilter;

  • d.

    bij een oxydatiebedsysteem: in het oxydatiebed;

  • e.

    bij een biorotorsysteem: in de biorotor.

§

5.2.2

Het opgehoogd infiltratiebed

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

§

5.2.3

Het opgehoogd filtratiebed

Artikel

38

Artikel

40

Artikel

41

§

5.2.4

Het zandfilter

Artikel

42

Artikel

43

Het aanvoersysteem boven het filterzandpakket moet zodanig zijn uitgevoerd dat het water gelijkmatig over het filteroppervlak wordt verdeeld.

Artikel

44

Artikel

45

§

5.2.5

Het oxydatiebed

Artikel

46

Artikel

47

Artikel

48

§

5.2.6

De biorotor

Artikel

49

De ontwerpbelasting van een biorotor met voorbezonken afvalwater mag ten hoogste 5 gram BZV5 per m2 dragermateriaal per dag zijn.

Artikel

50

Het dragermateriaal moet:

  • a.

    geschikt zijn voor een goede aanhechting van micro-organismen, en

  • b.

    bij aanleg vrij zijn van verontreinigende stoffen van organische of toxische aard.

Artikel

51

§

5.3

Nabehandeling

§

5.3.1

Algemeen

Artikel

52

De nabehandeling van omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater moet plaatsvinden in een nabezinktank of in een trommelfilter.

§

5.3.2

De nabezinktank

Artikel

53

Artikel

54

Artikel

55

§

5.3.3

Het trommelfilter

Artikel

56

Hoofdstuk

6

Onderzoek bij lozingen van huishoudelijk afvalwater in de bodem

§

6.1

Onderzoek bij beperkte lozingen

Artikel

57

Artikel

58

§ 6.2. Onderzoek bij omvangrijke lozingen

Artikel

59

Artikel

60

Artikel

61

Artikel

62

Artikel

63

Hoofdstuk

7

Infiltratievoorzieningen voor beperkte en omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater in de bodem

§

7.1

Nadere dimensioneringsvoorschriften voor infiltratievoorzieningen voor beperkte lozingen

Artikel

64

§

7.2

Nadere dimensioneringsvoorschriften voor infiltratievoorzieningen voor omvangrijke lozingen

Artikel

65

Artikel

66

§

7.3

Infiltratievoorzieningen

§

7.3.1

Het infiltratiekanaal

Artikel

67

Artikel

68

Een infiltratiekanaal moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

  • a.

    de aanvoer van water gelijkmatig over het infiltratieoppervlak wordt verdeeld,

  • b.

    de drainleidingen met inbegrip van het grindpakket een breedte hebben van ten minste 30 cm en ten hoogste 90 cm,

  • c.

    de lengte van de drainleidingen ten hoogste 30 meter is, en

  • d.

    de onderlinge afstand tussen de drainleidingen ten minste 2 meter bedraagt.

§

7.3.2

Het infiltratiebed

Artikel

69

Artikel 67 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de drainleidingen van een infiltratiebed zijn gelegen in een aaneengesloten grindpakket.

Artikel

70

Een infiltratiekanaal moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

  • a.

    de aanvoer van water gelijkmatig over het infiltratieoppervlak wordt verdeeld,

  • b.

    de drainleidingen met inbegrip van het grindpakket een breedte hebben van ten minste 30 cm en ten hoogste 90 cm,

  • c.

    de lengte van de drainleidingen ten hoogste 30 meter is, en

  • d.

    de onderlinge afstand tussen de drainleidingen ten minste 1 meter bedraagt.

§

7.3.3

De zakput

Artikel

71

Artikel

72

De aanvoerleiding moet zodanig zijn uitgevoerd dat:

  • a.

    het effluent van een zuiveringssysteem vrij kan afwateren in de zakput, en

  • b.

    deze ten minste 20 cm onder de bovenkant van de zakput is gelegen.

Artikel

73

Het gebruik van meerdere zakputten is uitsluitend toegestaan indien:

  • a.

    de onderlinge afstand tussen de zakputten groter is dan driemaal de doorsnede van de grootste zakput, en

  • b.

    iedere zakput voldoet aan de voorschriften die voor een afzonderlijke zakput gelden.

§

7.3.4

Het opgehoogd infiltratiebed

Hoofdstuk

8

Overige bepalingen

Artikel

75

Een kennisgeving, als bedoeld in de artikelen 22 en 34 van het Lozingenbesluit, moet worden gedaan op een formulier waarvan het model is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel

76

Als deskundig bedrijf bedoeld in artikel 18 van het besluit, wordt aangewezen de keuringsinstantie die voor het uitvoeren van de keuring gecertificeerd is door een certificeringsinstantie, daartoe geaccrediteerd door de Raad voor accreditatie danwel door een nationale accreditatieinstelling van een der andere lid-staten van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.

Artikel

77

Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de krachtens de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming (Stcrt. 1990, 123) vastgestelde besluiten op deze regeling.

Artikel

78

De Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming (Stcrt. 1990, 123) wordt ingetrokken.

Artikel

80

Deze regeling kan worden aangehaald als: Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, M. deBoer.

Bijlage

1

Grenswaarden korrelgrootteverdeling filterzand, fijn grind en grof grind

Bijlage

2

Indeling in typen bovengronden (b-nummers) en ondergronden (0-nummers) volgens Staringreeks alsmede de indeling in infiltratieklassen

Bijlage

3

Hydraulische ontwerpbelasting van infiltratievoorzieningen op basis van de infiltratieklasse, zoals vermeld in bijlage 2, alsmede op basis van het zuiveringssysteem

Bijlage

4

Kennisgevingsformulier Lozingenbesluit bodembescherming

Bestaande omvangrijke lozing van huishoudelijk afvalwater in de bodem

Aan: Burgemeester en wethouders van de gemeente of gedeputeerde staten van de provincie

- Streepje is: hier invullen wat gevraagd wordt

0 Aankruisen wat van toepassing is

  • 1.

    Naam: ...

    Adres: ...

    Postcode en woonplaats: ...

    Telefoonnummer: ...

  • 2.

    Geeft kennis van:

    • een lozing in de bodem,

    • een verandering van de lozingswijze

    • tijdstip van de wijziging: ...

  • 3.

    Adres waar de lozing in de bodem plaatsvindt: ...

    Postcode en gemeente: ...

    Telefoonnummer: ...

    Kadastrale aanduiding van het terrein waar in de bodem wordt geloosd: ...

  • 4.

    De lozing in de bodem vindt plaats bij een:

    • recreatiebedrijf nl. een ...

    • hotel, restaurant of andere horecavoorziening

    • kazerne

    • internaat

    • ziekenhuis

    • overig bedrijf/instelling nl. een ...

  • 5.

    De afstand van het dichtstbijzijnde gebouw waar het huishoudelijk afvalwater vrijkomt tot de dichtstbijzijnde riolering bedraagt: ... meter

  • 6.

    Het aantal lozingseenheden, berekend aan de hand van het bepaalde in artikel 4 van het Lozingenbesluit bodembescherming bedraagt:

    • meer dan 10 tot 25 lozingseenheden

    • 25 tot 50 lozingseenheden

    • 50 tot 100 lozingseenheden

    • 100 tot en met 200 lozingseenheden

  • 7.

    Gegevens over het zuiveringssysteem

    Type zuiveringssysteem:

    • opgehoogd infiltratiebedsysteem;

    • opgehoogd filtratiebedsysteem;

    • zandfiltersysteem;

    • oxydatiebedsysteem;

    • biorotorsysteem.

    De dagaanvoer als bedoeld in artikel 15 van de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming bedraagt: ... m3 per dag

    De gemiddelde BZV5-concentratie van het ruwe afvalwater als bedoeld in artikel 13 van de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming bedraagt: ... mg O2 per liter.

    Keuring zuiveringssysteem:

    Goedgekeurd door : ...

    Datum van keuring: ...

  • 8.

    De gemiddeld hoogste grondwaterstand, bepaald volgens artikel 63 van de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming, ligt op een diepte van: ... meter ten opzichte van het bodemoppervlak

  • 9.

    Gegevens over de infiltratievoorziening:

    De dimensionering (hydraulische ontwerpbelasting) van de infiltratievoorziening bepaald volgens de artikelen 65 en 66 van de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming bedraagt: ... m3 per m2 per dag.

    Type infiltratievoorziening: ...

    • infiltratiekanaal;

    • infiltratiebed;

    • zakput;

    • opgehoogd infiltratiebed.

    Het infiltratie-oppervlak van de infiltratievoorziening bedraagt: ... m2

    De afstand van de onderzijde van de infiltratievoorziening tot het bodemoppervlak bedraagt: ... meter.

    Hierbij dient een rapport van het uitgevoerde onderzoek naar de dimensionering van de infiltratievoorziening te worden overgelegd.

    Bij de kennisgeving moet een plattegrondtekening worden overgelegd van het terrein waar in de bodem wordt geloosd, waarop de ligging van het zuiveringssysteem en de infiltratievoorziening is aangegeven.

Datum: ...

Handtekening: ...