Wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking)

Wijzigingswet enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het belastingplan 1998 wenselijk is het milieu, verkeer en vervoer nader fiscaal accent te geven en dat het mede in het kader van de liberalisering van de energiemarkt wenselijk is de vrijstelling van vennootschapsbelasting voor overheidsenergiebedrijven te laten vervallen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL

I

Wijzigt de Wet op de inkomstenbelasting 1964.

ARTIKEL

II

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

ARTIKEL

III

Wijzigt de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

ARTIKEL

IV

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992.

ARTIKEL

V

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

ARTIKEL

VI

Wijzigt de Wet belastingen op milieugrondslag.

ARTIKEL

VII

Wijzigt de Wet van 23 december 1994 tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met het aanbrengen van een permanente verfijning alsmede twee tijdelijke verfijningen (Stb. 925).

ARTIKEL

VIII

Wijzigt de Coördinatiewet Sociale Verzekering.

ARTIKEL

IX

Indien met betrekking tot gebruikte personenauto’s en motorrijwielen het tijdstip waarop overeenkomstig artikel 6 van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 de aangifte wordt gedaan, is gelegen vóór het tijdstip waarop de onderdelen B en C van artikel IV in werking treden, terwijl het tijdstip van registratie is gelegen na die datum, wordt de vermindering van de belasting vastgesteld overeenkomstig artikel 10 van die wet zoals dat luidt ten tijde van het doen van die aangifte.

ARTIKEL

X

ARTIKEL

XI

Voor de heffing van de vennootschapsbelasting wordt op de balans aan het begin van het eerste boekjaar dat aanvangt op of na 1 januari 1998 van een onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, tweede volzin, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of van een lichaam als bedoeld in het zevende lid, tweede volzin, onderdeel j, van dat artikel, dan wel van een lichaam als bedoeld in het slot van dat artikel, geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de activiteiten waarvoor de belastingplicht een aanvang neemt als gevolg van de in artikel III opgenomen wijzigingen van artikel 2 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969.

ARTIKEL

XII

ARTIKEL

XIII

Wijzigt het bij koninklijke boodschap van 18 april 1997 ingediende voorstel van wet tot wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met de privatisering van het Nederlands Omroepproduktie Bedrijf N.V.

ARTIKEL

XIV

Wijzigt deze wet.

ARTIKEL

XV

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te 's-Gravenhage
Beatrix
De Staatssecretaris van Financiën, W. A. F. G. Vermeend
De Minister van Justitie, W. Sorgdrager