Beschikking Sponsorloterij

Beschikking sponsorloterij

De Staatssecretaris van Justitie,
Gelet op de artikelen 3, 5 en 34 van de Wet op de kansspelen, en de artikelen 2 en 5 van het Kansspelenbesluit;
Gelezen het advies van het College van Toezicht op de kansspelen van 22 september 1997;

Besluit:

Artikel

1

In deze beschikking wordt verstaan onder:

a.
de wet:

de Wet op de kansspelen;

b.
het besluit:

het kansspelenbesluit;

c.
de minister:

de Minister van Justitie;

d.
de stichting:

de Stichting Fondsen Promoties, gevestigd te Rotterdam;

e.
begunstigden:

de overeenkomstig artikel 16, derde lid, toegelaten instellingen;

f.
sponsorloterij:

een kansspel als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet, zijnde een loterij waarbij door de onderscheidene deelnemers wordt aangegeven aan welke begunstigde 50% van hun inleg ten goede dient te komen, dan wel waar deelnemers hun inleg ten goede laten komen aan de door de Stichting voorgestelde begunstigden. De sponsorloterij wordt gespeeld als de 'SponsorBingoLoterij' waarbij de deelnemers door middel van aan hen toegekende bingogetallen kunnen meespelen.

g.
sponsorcertificaat:

deelnemingsbewijs aan de sponsorloterij, dat werd verstrekt aan degene die een terug te vorderen bedrag van € 453,78 aan de Stichting heeft voldaan. Vanaf 1 mei 1999 is deze deelnamemogelijkheid beëindigd.

h.
toegevoegd spel:

een gelegenheid als bedoeld in artikel 1, onder a, van de wet, waaraan de deelnemers aan de sponsorloterij kunnen deelnemen middels door de stichting om niet verstrekte deelnemingsbewijzen;

i.
het college:

het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van de wet.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Eventuele provisie aan verkopers van deelnemingsbewijzen dient te worden beperkt tot ten hoogste 10% van de nominale waarde van de door hun bemiddeling geplaatste deelnemingsbewijzen.

Artikel

7

Artikel

8

Onverminderd artikel 7 was de deelneming aan de sponsorloterij tevens opengesteld middels door de Stichting uitgegeven sponsorcertificaten. Per 1 mei 1999 wordt deze deelnamevorm beëindigd. Alle houders van een sponsorcertificaat krijgen na die datum hun volledige inleg teruggestort. Ten behoeve van houders die niet kunnen worden opgespoord wordt de inleg tot 1 mei 2000 in depot gehouden. Na die datum zullen deze depot-gelden aan de in artikel 16 omschreven doeleinden toekomen.

Artikel

9

Artikel

10

Het sponsorcertificaat behoudt zijn geldigheidsduur tot 1 mei 1999.

Het volledige gestorte bedrag kan tot 1 mei 2000 door de deelnemer worden teruggevorderd.

Artikel

11

Artikel

12

Onverminderd de voorschriften bij en krachtens de Wet op de kansspelbelasting en de Wet op de inkomstenbelasting 1964, dienen na elke prijsbepaling de prijzen onverkort zo spoedig mogelijk aan de winnaars te worden uitgekeerd. Indien dit niet mogelijk is, dienen de prijzen overeenkomstig artikel 38 van de wet gedurende één jaar na de prijsbepaling te hunner beschikking te worden gehouden.

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De stichting zendt binnen één maand na het einde van elk kwartaal aan de minister en het college een verslag betreffende het financiële verloop, alsmede andere door de minister noodzakelijk geachte gegevens, over dat kwartaal.

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Na de inwerkingtreding van deze beschikking berusten de krachtens de Beschikking Sponsorloterij (Stcrt. 1994, 5) vastgestelde besluiten op deze beschikking.

Artikel

22

De beschikking Sponsorloterij (Stcrt. 1994, 5) wordt ingetrokken.

Artikel

23

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel

24

Deze beschikking wordt aangehaald als: Beschikking sponsorloterij.

’s-Gravenhage
De Staatssecretaris van Justitie, E.M.A.Schmitz