Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Besluit:

Artikel

1

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, hierna te noemen de minister, kan aan rechtspersonen subsidies verstrekken voor activiteiten ter ondersteuning en stimulering van het emancipatieproces in de samenleving en van de wisselwerking tussen daarbij betrokken maatschappelijke organisaties.

Artikel

2

Subsidie kan worden verstrekt voor activiteiten, die

  • a.

    hetzij passen in de actuele thema’s van emancipatiebeleid, zoals die jaarlijks worden aangegeven in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

  • b.

    hetzij gericht zijn op het wegnemen van structurele en culturele belemmeringen en directe en indirecte discriminatie tussen naar sekse, leeftijd, etniciteit, seksuele voorkeur en levensbeschouwing onderscheiden groepen, zodat diversiteit als bron van kwaliteit van de samenleving tot haar recht kan komen, of een wezenlijke bijdrage leveren aan de mogelijkheid van die groepen om volwaardig en gelijktijdig te participeren in verschillende levenssferen (de persoonlijke sfeer, de sfeer van werk en inkomen en de politiek-sociale sfeer);

  • c.

    hetzij gericht zijn op verbreding van het draagvlak voor het emancipatieproces of bijdragen aan expertisevorming en worden verricht door rechtspersonen, die daartoe per boekjaar worden gesubsidieerd.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De subsidie bedraagt 100% van de werkelijke kosten, voortvloeiend uit subsidiabele activiteiten. Met betrekking tot activiteiten als bedoeld in artikel 2, onderdelen a en c, kan tot 100% van de verleende subsidie worden bevoorschot.

Artikel

6

Artikel

7

De subsidie-ontvanger is verplicht:

  • a.

    gedurende de looptijd van de gesubsidieerde activiteiten en na afloop daarvan alle medewerking te verlenen aan evaluatie en monitoring van de activiteiten en het daarmee beoogde doel;

  • b.

    indien subsidie wordt verstrekt als bedoeld in artikel 2, onderdeel c: op verzoek van de minister met hem en met andere ontvangers van een zodanige subsidie overleg te voeren over de gesubsidieerde activiteiten en de onderlinge afstemming daarvan en deze zo nodig bij te stellen.

Artikel

8

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage
De Minister voornoemd,A.P.W.Melkert

Staat

I

Overzicht subsidies bestedingsplan 1998

posten subsidies bestedingsplan 1998

bedrag

IIAV

2.400.000

Bundeling

3.700.000

Vrouwenalliantie

500.000

Opportunity in bedrijf

800.000

NOS beeldvorming

100.000

TOPLINK

400.000

Vrouw&Techniek breekijzer

300.000

ZMV Alliantie

150.000

Vrouw&Techniek Lint

200.000

subtotaal voorheen instellingen voorzover vallend onder artikel 2c

8.550.000

uitfinanciering eenmalige subsidies

200.000

kas eenmalige subsidies

600.000

subtotaal eenmaligen vallend onder artikel 2a en 2b

800.000

Staat

II

Toedeling subsidieplafonds 2 a en 2b uit bestedingsplan 1998

post

bedrag

opmerking

beschikbaar voor 2a en 2b

800.000

zie staat I

conform bestedingsplan 1998

SISWO subsidie

- 20.000

brief uit in 1997 ten laste van 1998

IPP-subsidie

- 20.000

brief uit in 1997 ten laste van 1998

Zwaluw subsidie

- 35.000

brief uit in 1997 ten laste van 1998

restant nader te verdelen

725.000

tbv 2a en 2b

allocatie voor artikel 2a

225.000

uit bestedingsplan

restant nader te verdelen

500.000

tbv 2a

allocatie voor artikel 2b

500.000

uit bestedingsplan

Staat

III

Totaaloverzicht subsidieplafonds

post

bedrag

opmerking

artikel 2a uit bestedingsplan

225.000

zie staat II

voorziening herdenking

580.000

niet opgenomen in bestedingsplan.

100 jaar Vrouw en Arbeid

Bedrag kan hoger worden nav toezeggingen departementen.

totaal plafond 2a

805.000

artikel 2b uit bestedingsplan

500.000

zie staat II. Onder te verdelen in 2 gelijke tranches ad 250.000

totaal plafond 2b

500.000

artikel 2c uit bestedingsplan

8.550.000

zie staat I

totaal plafond 2c

8.550.000