Artikel
1
Voor de toepassing van artikel 32 van de Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997 wordt de onderlinge verhouding van ondernemingen bepaald aan de hand van de volgende indeling in categorieën met de daarbij vermelde gewichten:
|
ondernemingen toebehorende aan een natuurlijk persoon en Europese economische samenwerkingsverbanden |
1 |
|
verenigingen en stichtingen |
2 |
|
vennootschappen onder firma |
3 |
|
commanditaire vennootschappen |
3 |
|
coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen tot 50 |
5 |
|
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een maatschappelijk kapitaal tot € 2 500 000 en een aantal werkzame personen tot 50 |
5 |
|
vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen tot 50 |
5 |
|
coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen van 50 tot 250 |
10 |
|
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een maatschappelijk kapitaal van € 2 500 000 tot € 10 000 000 en een aantal werkzame personen van 50 tot 250 |
10 |
|
vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen van 50 tot 250 |
10 |
|
coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen met een aantal werkzame personen van 250 of meer |
29 |
|
naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid met een maatschappelijk kapitaal van € 10 000 000 of meer en een aantal werkzame personen van 250 of meer |
29 |
|
vennootschappen en rechtspersonen opgericht naar het recht van een ander land dan Nederland met een aantal werkzame personen van 250 of meer |
29 |